Viewing entries in
brief over onderwijs

Comment

Brieven aan Virginia Woolf

Brief 3 Virginia Woolf                         Leuven, juni 2018

 

Mijn beste Virginia Woolf,

Uw ‘Tree Guineas’, een essay in briefvorm, heb ik met verwondering gelezen. In uw veelbesproken literaire loopbaan wordt dit boek niet als uw grootste werk gezien, meer nog: het wordt slechts zelden genoemd. Ik durf mij af te vragen of het er niet mee te maken heeft dat u een gedurfde stelling inneemt t.a.v. de onderdrukten en de rol van onderwijs en oorlog.

Anno 1938, tegen de achtergrond van het opkomend fascisme, vroeg u zich af: ”Wat kan de bijdrage van vrouwen zijn om oorlog te voorkomen?”  En ook of vrouwen zich niet zouden moeten scholen door het volgen van goed onderwijs. In die tijdsgeest was dit inderdaad een pertinente vraag: het was immers niet vanzelfsprekend dat vrouwen een hogere scholing kregen.

Verder in het essay stelde u zich de vraag:

”Wat is het doel van het onderwijs, wat voor maatschappij, wat voor mensbeeld moet het nastreven?“

U kwam tot de vaststelling dat het klassieke onderwijs noch bijzonder veel respect voor vrijheid noch bijzonder grote haat tegen de oorlog voortbracht; daarom stelde u een ander vertrekpunt voor: “armoede en jeugd als uitgangspunten nemen…”. U was, zoals ik in vorige brief schreef, een zieneres.

 In deze 21ste eeuw, zou ik uw vraag actueel willen vertalen:

Welk onderwijs is er nodig om een verdraagzame samenleving te realiseren?

Hoe kunnen scholen jongeren beter toerusten voor deze complexe maatschappij?

Uw antwoorden zijn ook vandaag nog actueel.

 “Onderwijsgeld moet beschikbaar zijn voor wie het minst educatie heeft gekregen: de onderdrukten.”

In de tijdsgeest van toen waren dit de vrouwen en de armen. Vandaag vallen er nog altijd groepen uit de onderwijsboot. Ondanks veel goede bedoelingen en ingrepen slaagt het onderwijs er nog altijd niet in om er voor iedereen te zijn.

Tachtig jaar geleden sprak u, Virginia, gedurfde taal. U stelde voor om naast de statische onderwijsinstituten een dynamisch onderwijs uit te bouwen dat mensen onderdrukt noch klein houdt. “De onderwijskrachten zouden er zowel goed moeten zijn in ‘leven als in denken’.” “Er zou onderzoek moeten worden gedaan naar de samenwerkingsmogelijkheden van lichaam en geest; men zou moeten uitproberen welke nieuwe combinaties een mensenleven tot een harmonisch geheel kunnen maken.” Volgens u zouden, in wat u een arm college noemde,  “…de gebruikelijke barrières van rijkdom en ceremonies wegvallen, reclame en competitie hebben er niet veel betekenis….Een dergelijk college draagt ‘het vrije spreken ‘ hoog in het vaandel.”

Vandaag nemen sommige cultuurcritici een loopje met uw woorden. Ze worden geplaatst in een eng feministisch en nuffig perspectief. Het is jammer dat u hen geen weerwoord meer kunt bieden, het laat hen toe u te herleiden tot partjes en niet het geheel in het vizier te nemen..

In uw essay stelde u een zeer belangrijke vraag die ons tot op vandaag de ogen opent, nl. ’hoe worden mensen sterk gemaakt en hoe blijven mensen zwak?’

Daarnaast brak u een lans voor culturele en intellectuele vrijheid en u zocht naar mogelijkheden om dit belangrijke goed te beschermen o.a. via het onderwijs. Het is de opdracht van de dichter /schrijver er naar te trachten deze intellectuele vrijheid, over de eeuwen heen, te beschermen en te behouden.

 

Je zeer genegen,

 

Chantal Sap

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comment