Comment

Frauke Jemandbrief 166: Staken is een recht, en toch…

Beste lezer,

Onlangs liep ik in het treinstation tussen nogal wat verdwaalde reizigers. In allerlei talen werd ik aangesproken met de vraag of deze of gene trein wel zou rijden. Nu was ik goed voorbereid op mijn eigen treinrit: daar het een grote lijn was reed er toch minstens één trein om het anderhalf uur. Uiteraard zaten alle wagons propvol, en ik bedacht dat je in goede gezondheid moet verkeren om tegenwoordig het openbaar vervoer te nemen.

Onfortuinlijker waren de reizigers die aansluitingen moesten halen, en vooral de toeristen of anderstaligen die niet op de hoogte waren van een alternatieve dienstverlening. Iemand vertelde mij al uren onderweg te zijn. Iemand anders vroeg me of het de volgende dag voorbij zou zijn. Helaas moest ik de slechtnieuwsboodschap brengen dat dit meer dan een week zou duren. De sfeer was enigszins verwarrend, maar ook gelaten. En ik spreek hier nog niet over al de mensen die door overmacht waren thuisgebleven. Zou dat lukken, negen dagen lang?

Betogen en staken, het zijn middelen om druk uit te oefenen op het beleid, het is een manier om je ontevredenheid te tonen. Het is het recht van de burger.

Is langdurig staken dan een manier om nog meer druk uit te oefenen, de grootte van je misnoegen te tonen? Of zou het ook anders kunnen?

Of het gijzelen van de reiziger wel een goede manier is: daarover zijn de meningen verdeeld.

Toen ik onlangs in het nieuws hoorde dat “een treinstaking geen reden is om van je werk weg te blijven of om thuis te werken en dus loon te verliezen” deed me dit toch nadenken over het gebruikte drukkingsmiddel en wie daar dan de dupe van is. Intussen zijn we enkele weken verder en opnieuw dienen zich stakingen aan en onlangs ook bij bussen en trams. Hoe moet iemand die afhankelijk is van het openbaar vervoer gaan werken, naar school geraken of dwingende afspraken nakomen?

Wat ik me ook afvroeg, gewurmd tussen de medereizigers, tijdens die negendaagse staking: gezien mensen afhankelijk zijn van elkaar: wat indien elke beroepsgroep besluit om langdurig of om de haverklap te staken? Hoe moet dit dan in ziekenhuizen, woonzorg- en andere centra en nog andere instellingen met zware beroepen? Hoe ziet een stad eruit na negen dagen zonder stadsreiniging, wanneer de bakkers, kruideniers en winkelcentra gesloten zijn, brandweer en politie het werk neerleggen?

Staken is een recht, daarover ben ik met mezelf in het reine, maar hoe zit het met solidariteit tussen burgers? Dat is toch ook een dingetje? Ik had zin om erover door te bomen met de medereizigers, maar we zaten net iets ‘te’ op elkaar gepakt om een zinnig woord te kunnen uitwisselen. Hoe dan ook is het stof om over na te denken of creatief op zoek te gaan naar een verscheidenheid aan drukkingsmiddelen die niet steeds hetzelfde doelwit(de medeburger) raken.

 Mvg,

Fauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 165: Moeilijke woorden: ChatGTP

Beste Lezer,

Het is tegenwoordig een hele klus om de nieuwe woorden in de krant te begrijpen. Van de gebruikte afkortingen word ik niet veel wijzer. A.I. en ChatGTP zijn zulke woorden die regelmatig in mijn blikveld komen. Blijkbaar is men vol lof over dat nieuwe ding dat, alweer, veel tijd bespaart en mensen werk uit handen neemt. Ik ben dus gaan opzoeken wat ChatGTP(Generatieve Pre-training Transformer) eigenlijk is. Ik heb begrepen dat het een robotachtig iets is dat zelf teksten kan maken, een soort ‘slimme tekstschrijver’. Meer nog: die teksten zouden rapper geschreven zijn en zelfs beter dan wat de mens kan schrijven. Indien ik het goed begrijp is mijn brievengeschrijf aan jou dus stilaan overbodig. Wat zeg ik: dubbel overbodig, want brieven schrijven is blijkbaar niet meer van deze tijd, en vanuit jezelf aan iemand schrijven is binnenkort ook uit de mode, want chatGTP neemt het over. Meer nog: artikels,liederen, verhalen, films en toneelteksten: dat kan die chatGTP allemaal, aldus de informatie die ik van het internet plukte.

Wonderbaarlijk, zegt de ene, tijdbesparend zegt de andere, je kunt er ontzettend veel mee doen zeggen nog anderen. Hier en daar ook wel kritische noten, vooral bij mensen voor wie schrijven, herschrijven, tekst maken hun job is.

De technologische ontwikkeling raast maar verder, ik ben allesbehalve een expert in die zaken en toch ben ik geneigd om het addertje in het gras te zoeken, want het gaat me te snel en misschien wel te ondoordacht.

In al dat enthousiasme over die nieuwe ontwikkelingen bekruipt mij soms dat rare gevoel dat ‘de mens en het menselijke’ stilaan verdwijnen als zelfs het schrijven wordt overgenomen door de techniek.

Al deze slimme dingetjes sluipen ongemerkt ons alledaagse leven binnen, en hoe je het draait of keert: het doet iets met ons leven en onze leefgewoonten. Herinner je nog die handige iPhone waar we intussen afhankelijk van geworden zijn? Hoeveel sneller hebben we niet een tekstberichtje gestuurd of een beeld gemaakt dan een telefoongesprek gevoerd. Maar intussen bellen we minder en voeren we minder echte gesprekken. Scholen trekken aan de alarmbel omdat jongeren voortdurend met de IPhone bezig zijn en veel jongeren amper iemand rechtstreeks durven aanspreken. Het ontmoetende gesprek tussen mensen is minder geworden. Nu komt ook het schrift in het gedrang. Is zo’n chatGTP de doodsteek voor de creatieve geest, voor het uiten van onze ware gevoelens, voor het poëtische schrijven en ja, ook het schrijven van ‘echte’ brieven? Zal de technologie straks ook ons denken overnemen, onze kritische geest inpalmen? Zou dat kunnen? Dat we als mensen het nadenken afleren, of is dat misschien al bezig?

Neen, ik ben geen expert maar voorlopig is het toch nog mogelijk om, met het nuchtere verstand, deze snelle ontwikkelingen kritisch te bevragen, en de voordelen tegen de nadelen af te wegen.

 Mvg,

 Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 164: Een overdosis Trump

Beste Lezer,

Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar ooit leerde ik dat woorden waar een ‘te’ voorstaat niet deugen, behalve dan ‘tevreden’.

Welnu, voor mij is er in de voorbije weken een ‘teveel aan Trump’ in de media. Je kunt geen nieuwsuitzending meer meemaken of er komt alweer een onheilsboodschap uit Amerika.

Vorig en ook dit weekend was Trump op bijna elke pagina van de krant aanwezig: uitdagende uitspraken en blikken, decreten die de haren te berge doen rijzen, schimp- en schampscheuten zijn aan de orde van de dag.

Ik vraag me af of het wel zo gezond is deze president zoveel aandacht te geven. Is het niet zoals met een kind dat anderen jent en pest: sommigen keren zich van hem af, anderen proberen zijn gedrag te kopiëren. In een klas is dit kopieergedrag nog onder controle te krijgen, daar kinderen nog kunnen bijgestuurd of, laat ons zeggen: welopgevoed worden.

Op wereldschaal is het echter een ander verhaal, want waar gaat het naartoe met deze aardbol indien elke wereldleider uitbazuint dat het klimaat er niet toe doet, dat enkel en alleen je ‘eigen volk’ telt?

Wat minder aandacht voor het negatieve gedrag is dus vooral voor een volwassene heilzaam. Want veel aandacht krijgen is ook veel macht hebben over anderen. Vooral wanneer deze volwassenen vaststellen dat grofheid, pesterijen, uitdagingen goed scoren bij een groepje fans, dan worden ze meestal nog baldadiger. In een klas zijn er ook wel kinderen die ‘the bad guy’ net leuk vinden omdat hij uit de band springt, en ook een president heeft een schare fans die dol is op foute uitspraken en beslissingen, anders zouden ze hem niet opnieuw verkiezen.

 Al sinds de covidpandemie valt mij op dat de focus in de nieuwsgaring wordt gelegd op het meest sensationele en het tot in den treure uitdiepen van slechtnieuwsverhalen. Men lijkt te vergeten dat nieuwsgaring niet alleen bestaat uit negatieve berichtgeving. Dit leidt ertoe dat een groep mensen zich afkeert van het nieuws. Ik hoor nu al mensen zeggen: “ik kijk enkel nog naar het jeugdjournaal, dat begint met goed nieuws ipv met die vervelende man die maar raaskalt en telkens in beeld komt”. Je hebt ook mensen die het nieuws bannen uit hun leven waardoor ze, volgens onderzoek, net vatbaarder worden voor fake news.

Zelf ben ik voorstander van een nieuwsdieet waarbij de duidingsprogramma’s niet eindeloos het strafste feit van de dag blijven herkauwen. Ook de neiging om het kleinste nieuwsfeit onder een vergrootglas te leggen is erg storend. Waarom denken journalisten dat je met slecht nieuws het beste verhaal maakt? Ik zie je nu denken: maar het doel van journalistiek is toch kritisch te zijn!

Uiteraard ben ik het volledig met je eens, maar soms is ‘minder net meer’.

Ik pleit er niet voor om een balorige president dood te zwijgen, wel om die president minder spreekgestoelte te geven in de media: maak wekelijks een samenvatting van één halve pagina over de laatste nieuwe ontwikkelingen en strapatsenen schrijf er een kritische commentaar en of duiding bij.

Ik pleit voor meer evenwicht in de berichtgeving: melk niet elk detail over de vorming van een nieuwe regering eindeloos uit maar plaats het één keer in een ruimere context.

Door minder herhalingen, minder spreektijd voor balorigen, minder focus op alleen het negatieve komt er meer ruimte vrij om kort en krachtig slecht nieuws te brengen. Daarnaast komt er ruimte vrij voor nieuwe ontwikkelingen, ik geef enkele voorbeelden: de trend van groepen jongeren om hun koopgedrag te veranderen en voor tweedehands/vintage te kiezen, te ontspullen…Initiatieven en levenswijzen in het daglicht te stellen die het klimaat ten goede komen. En niet te vergeten de vele nieuwe ontwikkelingen, in andere landen en continenten, die de samenleving proberen op de rails te houden. De pogingen die ondernomen worden om steden te vergroenen …de duizenden vrijwilligers die belangeloos ondersteuning bieden in zachte sectoren, de boeiende kijk van zovele mensen die nu enkel via een opinieartikel hun ei kwijt kunnen. Soms is oud nieuws ook nieuws: het kan helpen om een actueel probleem historisch te duiden.

Om maar te zeggen: er is meer nieuws te vertellen dan enkel ‘het nieuws over de nieuw verkozen president’.

 Mvg

 Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 163 : “Pardon, kent u mij?”: waar is de poëzie gebleven?

Foto H.Baert: Beeld in de Leuvense Kruidtuin: Zittend meisje Lydia Stefani

Beste Lezer,

Tussen de berichten over regeringsvorming, Trumpiaanse onheilsbeslissingen en oorlogscorrespondentie door las ik dat de jaarlijkse aandacht voor de poëzie is opgestart.

Het thema dit jaar: ‘Het lijf’, en mits wat poëzieaankopen krijg je de bundel ‘Plakboel’ cadeau. Ben ik zo vervreemd van de poëzie dat de titel ‘Plakboel’ me niet direct aanzet tot het lezen van deze bundel alhoewel er wellicht mooie gedichten in staan. De titel doet me denken aan tafels vol knutselspullen, kelders vol houtlijm, kortom: ‘een boeltje’. Misschien ben ik in veler ogen een wat naïeve romanticus gebleven, of een fantaste, maar ‘het lijf’ brengt mij dichter bij titels als ‘Kom naast me liggen’ en ‘ik wil je aanraken’, maar wellicht klinkt dit niet langer origineel of te cliché. Hoe dan ook: wat mij betreft liever ‘lijfelijkheid’ dan ‘lijf’, en liever spelende mensen dan nuchtere passages uit de biologieles.

Toch begrijp ik wel dat in deze emotionele ijstijd er gezocht wordt naar iets zachts en warms als thema, zoals een ‘lijf’. Alleen heb ik soms het gevoel dat we door de kantelingen in de wereld ontstellend nuchter worden en de poëzie, ondanks vele goede bedoelingen, langzaam maar zeker uit ons leven verdwijnt.

Ik vraag me af of dit ook ingegeven is door onze vele contacten in de virtuele wereld: dat de woorden en dingen hun oorspronkelijkheid en ja, ook poëzie verliezen.

Ik neig er meer en meer toe te denken dat dit zo is.

Hoeveel mails van onbekenden beginnen niet met: Hoi Frauke, Hallo Frauke, Dag Frauke…zelfs de Vlaamse Overheid permitteert het zich mij met mijn voornaam aan te spreken.

Er gaat Iedere keer een licht schokje door mij heen wanneer organisaties mij aanspreken met mijn voornaam. Kent u mij, denk ik dan, want door deze familiaire aanspreking lijkt het alsof ze mij al jaren kennen, en toch is dat niet zo. Eigenlijk is dit fake news.

Nog meer poging om mij in de digitale wereld dichterbij te halen vind ik in aansprekingen als deze: “Hallo Frauke hoe gaat het met je….” , “Frauke we missen je”….Er wordt een illusie van vertrouwelijkheid of nabijheid gesuggereerd die, wat mij betreft, een vorm van ongewenste intimiteit is. En toch blijken we het te aanvaarden als de gewoonste zaak van de wereld, niemand spreekt hier over Me Too.

Echter: je voornaam, die je doorgaans bij je geboorte door je familie gegeven is, is iets intiems, een voornaam gebruiken is voorbehouden aan mensen die mij kennen. De aanspreking ‘Beste Mevrouw …’ schept de gewenste afstand en klinkt helemaal anders dan “Hoi Frauke”.

Met het uitspreken van de voornaam van iemand die je kent begint eigenlijk de poëzie van de ander. Spontaan moet ik nu denken aan de film ‘Call me by your name’, en daarmee zijn we weer heel dicht bij het thema van de poëzieweek gekomen. Of toch zeker bij ‘lijfelijkheid’ en het cirkelen rond de liefde en vriendschap tussen twee mensen.

 Mvg,

 Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 162: Nieuwjaarsbrief aan de scholieren,

Beste scholier,

 

Mijn nieuwjaarsbrief schrijf ik speciaal voor jou. Ik doe dit omdat jij, die op de schoolbanken zit, in de corona- en postcoronatijd heel wat op je brood kreeg.

De plotse uitbraak van een pandemie zorgde voor een grote verandering in je leven. Plotsklaps werd je uit je normale ritme gerukt, je moest thuisblijven en online les volgen. Zelf herinner ik me, maar dat is lang geleden, zoiets als ‘schooltelevisie’: dan kon je als extraatje, voor wie na schooltijd maar niet genoeg kreeg van leren, educatieve programma’s volgen. Maar dat was iets anders dan wat jou overkwam. Nu brak nood wet en online leren was opeens een feit.

Of je dat lukte of niet: daar werden weinig woorden aan besteed.

Na de pandemie ontstond er een nieuw probleem (of was het er al eerder?): je kon opnieuw naar school maar met mondkapje en er waren te weinig leraren. Zelfstudie werd plots een begrip, veelal moest je het met minder echte lestijd stellen en het dus zelf maar oplossen.

Of je dat lukte of niet: daar werden weinig woorden aan besteed.

Hier en daar daagden nieuwe onderwijzenden uit andere beroepsgroepen op. In het parkje niet ver van mijn voordeur hoorde ik je soms klagen over die van biologie: “ze heeft precies nog nooit lesgegeven”.

Of het je lukte om les te krijgen van experten zonder leservaring: daar werden weinig woorden aan besteed.

Allemaal nieuwe situaties, en toch lag voor jou aan het eind van het semester of het jaar de lat even hoog als vroeger. Verzachtende omstandigheden, daar werd of wordt niet over gesproken. En laat ons eerlijk zijn: je leraren maakten en maken ook een moeilijke tijd door.

Want iets later, of dit alles nog niet genoeg was, kwam ‘het onderwijs’ opnieuw in het oog van de storm. Eén of andere bolleboos kwam aandraven met de vaststelling dat het leren van Latijn niet slimmer maakt en er werd onderzoek bovengehaald over de verslechterende cijfers voor wiskunde en Nederlands.

En zoals dat gaat: elk probleem wordt opgelapt. Kleuters: gedaan met al dat gespeel, we gaan niet alleen onze jas leren aandoen maar ook taal leren.

Nieuwe leerdoelen met Nederlands en wiskunde in de hoofdrol komen er aan.

Maar lieve scholier, wat ik jou vooral wens in 2025:

dat het onderwijs een veilige plek wordt waar je de kans krijgt om te ontdekken wat het betekent mens te zijn. Dat is een grote wens waar je slechts stapje voor stapje kunt in groeien en die veel meer inhoudt dan de kennis van wiskunde en Nederlands alleen. Het is ook kennis maken met de verhalen van grote beschavingen en culturen uit het verleden, voorbeelden ontdekken van mensen die gisteren en vandaag hebben getracht om in waarheid te leven. Naast kennis en ontdekking wens ik je ook wijsheid toe, door te leren kritisch na te denken en op die manier je blik te verruimen, zodat je geen meeloper wordt maar een persoonlijkheid ontwikkelt.

Ik wens dat je je medeklasgenoten echt ontmoet, niet enkel via chat, en dat jullie leren zorgdragen voor elkaar. Dat je creatief leert je talenten te ontdekken, zodat je later een leven kunt opbouwen dat werkelijk de moeite waard is voor jou.

Neen, beste scholier, deze wens zal niet in één jaar uitkomen, maar ik zal het je opnieuw en opnieuw toewensen. Ik zal het blijven herhalen zodat ook mensen die met onderwijs bezig zijn, je leraren maar vooral ook politiekers, op hun beurt begrijpen dat onderwijs meer is dan weten is meten. Dat onderwijs niet enkel gaat over je klaarstomen voor de arbeidsmarkt, maar dat onderwijzen bijdraagt aan kennis, wijsheid en vaardigheden om menswaardig te leven.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Nieuwjaarswens aan alle lezers

Aan alle lezers van mijn blog,

 

Graag stuur ik je veel goede wensen voor 2025: het zijn labiele tijden maar laten we ons niet ontmoedigen en blijven nadenken, blijven hopen en intussen kritisch en creatief zijn.

Lezer je stuurt mij af en toe een reactie op één van mijn brieven.

Ik lees elke reactie met grote belangstelling, het is inspirerend en een stimulans om zelf verder na te denken.

Helaas is het voor mij onmogelijk om iedere keer te antwoorden.

Weet dat ik alle reacties, zij het nu voor of tegen, met graag lees. Blijf me schrijven.

 

Je zeer genegen,

 

Frauke J

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 161: Moeilijke woorden: diversiteit, inclusie

Beste lezer,

 

Een tijd geleden las ik een aantal getuigenissen van ouder wordende werknemers die zich niet meer gewaardeerd voelden op de werkvloer. Meer nog: sommigen voelden zich uitgerangeerd, door de directie liefst zo snel mogelijk richting uitgang gebonjourd.

Jawel, het gaat hier over de ‘hardwerkende mens’ waar politici het zo graag over hebben.

Spontaan kwam het woord diversiteit bij me op, een woord dat gemakkelijk in de mond genomen wordt. We gebruiken het veel wanneer we het hebben over ras, etniciteit en culturele verschillen. Maar politieke overtuiging, geslacht, fysieke mogelijkheden en ja, ook leeftijd maken eveneens deel uit van onze diversiteit.

Vanuit het beleid worden maatregelen genomen om mensen langer te laten werken terwijl er op de werkvloer wordt geklaagd over pesterijen en het opzijzetten van oudere werknemers. Dat zou een belletje moeten doen rinkelen.

Cultuurverschillen, man/vrouwverschillen maar ook generatieverschillen zijn vandaag een feit, daar kunnen we niet meer omheen, zowel op de werkvloer als in ons dagelijks leven. Er zal zeker een veelheid aan verschillen zijn tussen al die mensen, maar er is toch ook gemeenschappelijkheid. Neem nu het streven naar een goed loon voor goed werk, het behouden van de baan, ijveren voor een beleid dat de werknemers ten goede komt? Uiteraard zal elke levensfase wel zijn eigen charme, mogelijkheden en moeilijkheden kennen en wellicht kijken jongeren soms anders naar bepaalde zaken en brengen ouderen, mannen en vrouwen, werknemers met een andere culturele achtergrond andere ervaringen mee. Maar is dat een probleem? Iedereen die werkt heeft eigen talenten en ervaringen en daar horen respect en waardering voor die andere bij, of deze nu jong of oud is en van welke origine ook. Je hoort erbij met je mogelijkheden, je vaardigheden en je talenten: dat is toch wat we ‘inclusie’ noemen?

 Ik zou er zelfs willen aan toevoegen dat wie die talenten en mogelijkheden niet meer kan gebruiken het ook verdient om in zijn/haar waarde gelaten te worden. Of zoals twee gepensioneerden onlangs  verzuchtten: “We hebben heel ons leven ons best gedaan, we verdienen daarvoor toch respect.”

Deze uitspraak indachtig pleit ik voor werkelijke ruimte in het omgaan met verschillen tussen mensen, welke die ook zijn. Het is de inspanning waard om met waardering en respect met mekaar om te gaan. Het leven en de samenleving zouden er op kleine schaal al een stuk aangenamer door worden.

Of zoals Remco Campert het in een gedicht over vrede verwoordt:

“…Vrede is niet het ontbreken van strijd maar het besef van harmonie en respect en gelijkwaardigheid in een wereld vol diversiteit…”

Vredevolle feesttijd.

Mvg,

Frauke Jemand

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 160: Moeilijke woorden: Verandering

Beste Lezer,

 

Al jaren deel ik graag mijn gedachten met je, via deze brieven. De brief is voor mij een gesprek tussen jou en mij. Veelal voeren wij een woordeloos gesprek met elkaar. Ik zet me voor mijn blad, denk na over wat ik je te vertellen heb, jij leest me en ik weet dat je nadenkt over wat ik je schrijf. Dat wij beiden nadenken, ook al is het maar even, is een houvast in deze chaotische wereld. Daarom hou ik vast aan de briefvorm en wil ik je vandaag graag vertellen wat mij de voorbije tijd bezig heeft gehouden.

In de nasleep van de federale en gemeentelijke verkiezingen begon ik aan een brief waarin ik het wou hebben over het doorvoeren van veranderingen. Verkiezingen brengen meestal verandering van bestuur met zich mee, en dat bestuur wil ook het beleid veranderen, liefst op korte termijn.

Maar verandering brengt, naar mijn gevoel, doorgaans onrust met zich mee, en bovendien is een bestuur niet veel tijd gegund, want enkele jaren later volgt de afrekening: nieuwe verkiezingen.

In de ijver om binnen de beleidstermijn iets te realiseren vergeten partijen soms dat bij het doorvoeren van grote wijzigingen ook heel wat mensen betrokken zijn.

Wanneer de zaken te snel gaan ontstaat een soort chaos die tot frustratie leidt, want verandering verandert de mens daarom niet. Denk maar aan de recente pogingen om nieuwe circulatieplannen te realiseren, daar betaalden sommige partijen een hoge prijs voor.

Het lijkt me aartsmoeilijk om in zo’n proces alle neuzen in dezelfde richting te krijgen, net omdat mensen geneigd zijn om het oude te willen behouden, of graag kijken naar het eigen voordeel.

Net wou ik je schrijven over het belang van aandacht voor de burgers: hen goed informeren, bevragen en betrekken bij de wijzigingen is toch noodzaak.

Plots hoorde ik dat Amerika zijn nieuwe president had verkozen. De nieuwe president was eigenlijk deze van vier jaar geleden, dus de oude. Veel kans dat deze president de pas geïnstalleerde veranderingen in Amerika terugdraait. Bovendien beloofde deze president in enkele zinnen dat hij een oorlog zou beëindigen, de klimaatregels zou teniet- doen, de belastingen verlagen en importkosten verhogen… Veel veranderingen en beloften in één keer.

Dit nieuwe gegeven bracht mij in de war, lezer, ik werd er stil van, mijn pen staakte omwille van de vele veranderingen die één man met de stelligheid van een alleenheerser poneerde. Waar bleef ik met mijn gedachten over het feit dat nieuwe beleidsbeslissingen doorvoeren een langzaam proces is? En wat met veranderingen die als de wiedeweerga teruggedraaid worden?

Wat doe je wanneer je als burger in zulk een situatie gebracht wordt en je het niet eens bent met deze gang van zaken?

Een stevige klus om daarover na te denken…

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 158: Ten tijde van oorlog

Beste Lezer,

 Oorlog is van alle tijden: het is een gekende platitude en tegelijk ook waar, vermoed ik.

Wanneer we terugkijken op de twintigste eeuw zien we dat er meerdere oorlogen zijn uitgevochten en zelfs onze eigen (over)(groot)vaders/moeders hebben één of twee oorlogen van zeer nabij meegemaakt. Geweld en vechten om de macht, om een lap land: het is, hoe absurd ook, blijkbaar des mensen. Maar mensen worden er ook angstig, opstandig en zelfs depressief van, vooral wanneer die oorlogen, zoals nu, dicht bij onze deur worden uitgevochten.

Wat mij bij al dat geweld het diepst treft is de wreedheid. De laatste jaren lijkt het of niets of niemand nog ontzien wordt. Is dat altijd zo geweest? Ik ben geen experte maar op mij komt het over alsof vroeger gemaakte afspraken over oorlogsvoering zomaar met de voeten getreden worden. Niet enkel strategische doelen worden geraakt ook meer en meer onschuldige mensen. Vluchtelingen worden in bussen gestopt, gave en goed achterlatend, of, nog erger: van het kastje naar de muur gestuurd, hun weinige bezit meesjouwend. De basisnoodhulp zoals medische zorg, voedsel, elektriciteit, water wordt de burger onthouden. We zien dagelijks beelden van vaders en moeders met dode kinderen in hun armen. We zien jongeren getuigen over het verlies van ouders, broers, zussen. Sommigen zagen hun hele gezin uitgemoord worden.

Naast de tragedie van het verlies vraag ik me af wat voor volwassenen deze kinderen en jongeren, die opgroeien met onmenselijk geweld, zullen worden? We spreken dan nog niet van de broodnodige opvoeding en scholing die ze moeten missen.

Ik voel me laf maar ik kan het amper aanzien, deze ontmenselijking went niet. Wij, die de wreedheden dagelijks op ons scherm zien, dreigen filters op onze ogen te plaatsen om niet geconfronteerd te worden met deze mensonwaardige beelden. Door weg te kijken verliezen wij op onze beurt onze waardigheid en menselijkheid.

Dat baart me zorgen.

Op hier en daar wat actiegroepen na is er weinig animo om dit geweld aan te klagen. Meer nog, bewapening en oorlogstaal zijn het nieuwe normaal, en spreken over ‘vredesgesprekken’ op welk front ook lijkt bijna verdacht, of vergis ik me?

Maar ’s avonds, in de stilte van mijn huiskamer, bij het zien van al die wreedheid en het ervaren van mijn eigen onmacht vraag ik me stilletjes af: hoe zit dat met onze ‘beschaving’? Het woord ‘beschaving’ heeft te maken met verfijning, schaven aan het ruwe… Ik dacht ook dat beschaving met cultuur (welke dan ook), normen en waarden, nakomen van afspraken, waarachtig mens zijn te maken had. Het lijkt wel of dit allemaal niet meer van tel is en het barbaarse mag zegevieren .

Blijven ijveren voor het behoud van een beschaving en waardig mens zijn in het besef dat ‘geweld al eeuwen ook des mensen is’ : hoe komen we uit dit dilemma?

 Mvg

 Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemanbrief 157: Kiezen of blijven kniezen

Beste Lezer,

Er is de laatste maanden en weken veel gepeild: hoe zullen de partijen scoren in de gemeentelijke verkiezingen en zal dat in het verlengde liggen van de landelijke? Wie zal waar de burgemeester sjerp veroveren? Zal rechts of links of ultrarechts of ultralinks het halen?

Kortom, er was al voor de burger zijn/haar stem uitbracht, voor de enen, een cijferwaarheid aanwezig en voor de anderen een trend zichtbaar.

Maar wat de kiezersopkomst betreft werd de bal grondig misgeslagen. Die opkomst was, voor de duidelijkheid, veel lager dan verwacht.

Mijn bescheiden inschatting werd op verkiezingsdag bevestigd: ik verwachtte een lage opkomst. De aankondiging : “we zijn niet meer verplicht te stemmen” deed mij denken aan hoe er in mijn schooltijd werd gereageerd op ‘te kennen of vrijblijvende leerstof’ ofwel: “juffrouw, moeten we dit kennen voor het examen? “. Voor veel leerlingen was een “neen” de gelegenheid om het boek al dicht te slaan en de oren te sluiten, want wat niet verplicht wordt doen we niet.

Is het eigen aan de mensheid of is het ons aangeleerd dat we zo reageren? Ik weet het niet.

Alhoewel ik vrees dat er door zoveel voorgekauwde informatie op allerlei media, door zoveel regeltjes en goed bedoelde kleurencodes nog weinig ruimte is om zelf na te denken en zelf besluiten te nemen. We geraken als het ware verdoofd door een teveel aan en dus: wat niet moet dat moet niet.

We kunnen dit ook toepassen op het al dan niet kiezen.

Er werd tot nu toe altijd gesproken over ‘de kies- of stemplicht’, met als logisch gevolg dat de media berichtten dat er geen stemplicht meer is. Maar je zou het ook anders kunnen brengen: slechts zelden werd gesproken over het ‘stemrecht’ en het viel me op dat in interviews vooral vrouwen aangaven dat zij zeker zouden stemmen: we hebben lang genoeg moeten strijden te mogen stemmen.* Het stemmen als een recht zien is een duidelijk ander uitgangspunt dan stemmen als een verplichting.

Waarom in de aanloop van de verkiezingen geen programma’s bovenhalen over wanneer mannen kiesrecht kregen en pas veel later de vrouwen? Pas na de tweede wereldoorlog, en na veel strijd, werd kiezen een recht voor alle vrouwen. Hoe vlug is de geschiedenis vergeten en dreigt men zijn recht uit handen te geven!

Het is tegenwoordig populair om de man/vrouw/jongere in de straat aan het woord te laten en bij deze ook de kniezers onder ons, die het niet stemmen legitimeren met uitspraken als: “de politiekers luisteren toch niet”, “ze doen veel beloften maar er komt niks van in huis”…en meer van dat. Is niet gaan stemmen dan een daad van actie?

Misschien was het loslaten van de stemplicht te kort door de bocht en is het ook hier belangrijk om in de aanloop naar een dergelijk besluit te sensibiliseren en vormende initiatieven op te zetten, hetzij via de media, hetzij in burgerbijeenkomsten waar het belang van ‘de democratie’ wordt uitgelegd, en dat je stem uitbrengen misschien wel één van de meest directe bijdragen is aan die democratie. Want is het niet uitbrengen van je stem niet net anderen een vrijgeleide geven om in jouw plaats te beslissen?

 Mvg

 Frauke J.

 *In 1893 wordt het kiesrecht voor mannen ingevoerd.

In 1920 werd de stemplicht voor vrouwen bij de gemeenteraadsverkiezingen ingevoerd: met uitzondering van prostituees en veroordeelde overspeligen.

Het zou tot 1948 duren voor een coalitie van christendemocraten en socialisten door een bijzondere wet het stemrecht voor vrouwen bij alle verkiezingen realiseerde. 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 156: Zomermijmeringen: Toerist tussen toeristen.

Beste Lezer,

Ik beken: ik was een ‘toerist’, ook al hield ik in mijn vorige brief nog een pleidooi voor mijn lidmaatschap bij de ‘stillen’. Ook ik behoorde deze zomer even tot een andere groep: de toeristen.

Ik luierde niet op een zonnig strand van één of ander eiland, ik was ook niet op zo’n grote boot die aanmeert in een haven om vervolgens zijn passagiers op de stad los te laten. Ik beken echter dat ik op een plek was waar massa’s toeristen bijeen troepen. Ze bezetten stations, parken en pleinen, terrassen zitten vol, ze schuiven in rijen aan bij kerken en musea. Toeristen lijken vooral in de zomer wel landverhuizers en landveroveraars, en ik was één van die velen die zich liep te vergapen aan het mooie en lelijke dat een andere stad dan de mijne in een ander land dan het mijne te bieden heeft.

Nu ik erover nadenk lijkt het moeilijk om over ‘de toerist’ te spreken, toeristen zijn omwille van hun verscheidenheid immers onder te verdelen in meerdere groepen. Je zou een opdeling kunnen maken aan de hand van hun kleding: sommigen in korte broek en bottines (zelfs op de heetste dagen), een zware rugzak meeslepend: zijn dat de trekkers? Anderen in minuscule topjes en/of shorts, roodverbrand op plaatsen waar de zon anders nooit komt: zijn dat de zonnekloppers? Sommigen in een outfit die ze wellicht thuis nooit dragen en weer anderen met kaart en gids in de aanslag. Ik mag er graag naar kijken.

En dan is er ook nog een groep die zich niet tot het toeristendom bekent. In vakantieverhalen is er altijd wel iemand die ergens geweest is ‘waar zelden of nooit toeristen komen’. Waarmee ze duidelijk maken dat zij geen toeristen zijn. We zijn liever geen toerist omdat het woord een negatieve bijklank heeft gekregen en er meer en meer plekken zijn waar de plaatselijke bevolking al dat volk stilaan beu is.

En, beste lezer, dat wringt, want dan denk ik: mag ik nu eindelijk eens verder dan mijn voordeur, mijn straat, mijn stad, mijn land gaan en een ander stukje wereld verkennen?

En tegelijk heb ik het met eigen ogen gezien: we zijn met te veel op dezelfde plek.

Toch wou ik mijn horizon verruimen en bezocht ik één van de grootste musea van de stad. Het goede aan musea waar men gratis binnen mag, is dat iedereen toegang heeft tot kunstschatten. Minder prettig is dat sommigen er wat doelloos ronddolen tussen de kunstwerken, luid pratend door de gangen dwalen en nog net geen picknickmand boven halen om al kijkend en etend de tijd te doden.

Dan knaagt het bij mij, want ik heb te doen met diegenen die de toeristeninvasie in goede banen moeten leiden.

In het station zag ik een dame met een megafoon de massa als vee voor zich uitdrijven richting juiste sporen. Ik zag mensen achter balies eindeloos tickets scannen. Bagagedragers, toiletdames en -heren, controleurs, verkeersregelaars, laverende taxichauffeurs, buschauffeurs in overvolle bussen, schoonmaaksters, kelners… kortom een horde mensen in de weer om de mensenstroom te dienen. Oké denk je nu, ze verdienen toch hun boterham aan die toeristen, en dat is ook weer waar. Maar terwijl ik me door de massa wurmde vroeg ik me, af wat deze mensen verdienen. En hoeveel en hoelang ze deze zomer moeten werken voor dat loon, en hoe zij de horizon verkennen. Trouwens waar wonen deze ondersteuners van het toerisme worden ze niet uit eigen stad verdreven, is er nog ruimte om betaalbaar te wonen? En wordt het een winterse uitstap voor hen of zijn al die van heinde en verre komende toeristen net hun blik op ‘een wereldje’? Ondanks al deze kanttekeningen zag ik in het bewuste museum een amalgaam aan bijzondere kunstwerken uit diverse delen van de wereld, het parcours bracht me bij zovele culturen en kunstambachten - een ware streling voor het oog!

Op het einde van mijn tocht, met mijn hoofd boordevol indrukken, mijn oren vol geluid, in mijn ogen nog de kleurenpracht, kon ik toch niet nalaten om ook even de ontnuchterende gedachte toe te staan: zijn al deze fijnzinnige kunstwerken niet afkomstig uit de vele ex-kolonies van dit land? Ook deze gedachte verruimde mijn blik.

En nu voeg ik me opnieuw en voor lange tijd bij de groep van ‘de stillen’.

Mvg

Frauke J.

 

 

Foto: H. Baert

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 155: Zomerse mijmeringen

Beste Lezer,

 

Ik heb me laten wijs maken dat iedereen wel graag tot een groep behoort, en dat dit groepsgevoel voor een zeker enthousiasme zorgt. Ergens bij horen: willen we dat niet allemaal? Er is wellicht wel iets van aan.

Zodoende loop ik deze zomer wat verweesd rond. Waar hoor ik eigenlijk bij? Bij de mensen die uit het raam staren en naar de vogels kijken? Maar aangezien ik buiten mezelf zo niemand ken kunnen we hier niet over een groep spreken. Misschien bij de mensen die aan hun deur staan en ‘hallo’ zeggen of ‘Hoe is ’t’, maar ook hier tel ik slechts één iemand enkele straten verder, dus: geen groep.

Tegelijk zie ik op tv blije en soms lallende festivalgangers, die praten over ‘veel volk’, ‘goede muziek’ en ‘blijven gaan’. Al is het ver van mijn bed, ik hoor ze graag bezig. Ze maken het nieuws deze zomer want elke avond is er wel een festival gestart of geëindigd, geraakten tenten overstroomd, auto’s verzopen, en in de marge zijn er ook nog artiesten. Zelfs het weerpraatje spreekt hen bemoedigend toe over de streepjes zon die komen. En nu zijn die er en dat het warm zal worden. Er zijn in Vlaanderen hele grote groepen festivalgangers en er zijn dan ook zeer veel festivals, bijna elk dorp heeft er eentje. Fijn zo, maar ik ben wellicht de festivalgroepfase voorbij.

Waar ook veel over te horen, te lezen en te zien is, deze zomer, zijn de groepen sportliefhebbers. Eerst waren er massa’s voetballiefhebbers, vervolgens stonden er in Frankrijk massa’s wielerfans langs de weg hun renner moed toe te roepen. Nu zijn er zeer veel sporten te zien tijdens de Olympische spelen, en opnieuw begeven zich massa’s sportfans à Paris waar het allemaal te gebeuren staat.

Daar deze groepen zo enthousiast en zo groot zijn is de tv-programmatie helemaal op hen afgestemd: je kunt het live bekijken, je komt er meer over te weten in het nieuws, er zijn samenvattingen en extra praatprogramma’s om het allemaal nog eens te analyseren. En ook in het naar sport kijken is het groepsgevoel zeer groot. Ik vermoed dat menig sportfan in de herfst naar de kine moeten. Maar niet geklaagd: ze hebben het plezier gehad hun helden, die hard moeten werken om op het schavotje te staan, uitvoerig aan het werk te zien. Ik heb soms te doen met die helden wanneer ze volgens hun fans niet aan de verwachtingen hebben voldaan. Deze zomer is één en al sport- en festivalzomer, ook op TV.

Nu ja, welke reportages maak je over korte afstandwandelaars, deurwachters, raamkijkers, vogelspotters…

Misschien moet ik mij wel aansluiten bij de groep ‘kijken naar herhalingen’?

Foto: H.Baert

 Neen, beste lezer, aan mij zijn herhalingen niet besteed, dus heb ik besloten om me bij de ‘stillen’ aan te sluiten of nog beter bij ‘de briefschrijvers’ (is er iemand die zich geroepen voelt?).

Vandaar deze brief.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

 

 

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 154: Hier klopt iets niet: Morsige taal!

Beste Lezer,

 

Is het nu op straat, in de trein of op een terras, soms ben je ongewild medeluisteraar van andermans gesprekken.

Zo hoorde ik onlangs een dame een andere dame, die ze blijkbaar lang niet gezien had, vragen: ‘En hoe gaat het nu met jou?’ ’Oh ça va’ klonk het antwoord ietwat vlakjes. De rest van het gesprek is me ontgaan, maar ik begreep dat deze vrouw liet weten dat het wel ging met haar. Ca va is een oorspronkelijk Franse uitdrukking die je tegenwoordig ook bij ons veel hoort. In het Frans wordt er meestal iets aan toegevoegd: ça va bien, merci, of ça ne va pas en ga zo maar door: dat klinkt levendiger dan onze vervlaamste lauwe ça va, door de toevoeging weet je minstens iets meer.

Hier lijkt het af en toe of we ons niet durven uit te spreken, we met ça va geen mening hebben:

‘Past de kleur van mijn bloes bij mijn rok?’ ‘Ça va.’

‘Was het een leuk feestje? ‘Het was een çavafeestje.’

‘Hij had een çavarapport.’

En de vraag ça vakkes? doet bij mij de deur dicht.

 

De laatste jaren hebben we wel meer van die populaire uitdrukkingen die in feite noch mossel noch vis zijn, neem nu ‘het is wat het is’… Dit is, niet toevallig, een relativerend gezegde dat past in moeilijke tijden.

Wel is het wat lastig dat het te pas maar ook te onpas gebruikt wordt, en soms vraag ik me af wat de betekenis er echt van is. Ik neem aan dat hier wordt gezegd: ‘het is nu eenmaal zo’.

Relativerend, dat wel, maar tegelijk sluit je hiermee elke verdere kans tot discussie uit. Iemand windt zich op over de oorlogsmisdaden in Gaza, over zijn/haar te laag loon, de lange wachttijden in de ziekenhuizen en krijgt te horen: ‘tja, het is wat het is’…Kunnen we ons bij zulke ingrijpende thema’s wel tevredenstellen met een dergelijke dooddoener? Wat mij betreft: ‘het is niet wat het is’, het is godgeklaagd.

Of neem nu die andere modieuze uitdrukking: ‘komt goed’, ook deze wordt te pas en te onpas gebruikt. Wat als de kans bestaat dat het niet goed komt met het klimaat? Wat als vredesgesprekken in de oorlog alleen maar leiden tot een verdere wapenwedloop? Hoeveel mensen zullen zich dan met ‘komt goed ‘zwaar bekocht voelen?

Wanneer je regelmatig aan je deur staat en daar een praatje maakt dan hoor je toch ‘t één en ‘t ander. Vroeger werd gezegd ‘draai zeven keer je tong in je mond vooraleer je spreekt’, daar pleit ik nu nog voor. Wat willen we werkelijk zeggen met gepaste woorden en laten we onszelf en de anderen vooral geen blaaskes wijsmaken.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 153: ‘Hier klopt iets niet’: Dienstverlening

Beste Lezer,

Soms kan ik er niet echt de vinger op leggen, maar af en toe bekruipt mij dat gevoel: hier klopt iets niet. De voorbije twintig à dertig jaar is er echt werk gemaakt van een behoorlijke infrastructuur om een zo goed mogelijke dienstverlening te verzorgen.

Neem nu de middelgrote en grote treinstations: ze hebben een facelift ondergaan. In de vernieuwde stations is duidelijk moeite gedaan om zich aan de tijd aan te passen: ruime wachtzalen met hippe stoeltjes, hier en daar een winkeltje. En toch klopt er iets niet: de stations zijn meer doorloop- dan inloophuizen geworden, het is vrij leeg in de cleane wachtzaal en winkeltjes komen en gaan. Aan de vernieuwde toiletten staan betaalautomaten, de vertrouwde toiletdames zijn vervangen door een amalgaam van onderhoudsmensen die eveneens komen en gaan. Stations komen meer en meer negatief in de krant als oorden van geweldsincidenten en drugshandel. Het gebouw dreigt een lege huls te worden, de loketten tot het minimum herleid.

Foto H.Baert

Ook de banken hebben hun best gedaan om hun klanten in mooie en goed verzorgde gebouwen te ontvangen. En toch klopt ook hier iets niet: onder het mom van digitale dienstverlening werden de bankdeuren gesloten, de betaalautomaten afgeschaft. Wanneer je nog eens in zo’n glanzend filiaal kantoor zie je vooral lege kantoortjes en je vraagt je af hoelang het nog zal duren vooraleer hier, net als bij de kerken, naar een herbestemming wordt gezocht.

 Laatst sprak een pas verhuisde vriendin mij aan met de vraag waar ze terecht kon om haar ziekteverzekering in orde te brengen, ik verwees haar naar het mij bekende adres, maar toen bleek dit tot het minimum herleid. In één beweging was ook de zorgwinkel verdwenen, want je kan alles online bestellen. Ook toen dacht ik: hier klopt iets niet.

 Wat niet klopt is dat wij mensen meer en meer in een digitale wereld worden neergezet: je bestelt je ticket online, je betaalt het toiletgebruik aan de automaat, je wordt door de bank aangemoedigd om alles met de bankapp te doen: ‘het is zo gemakkelijk en gaat zo vlug’. Je medicatie komt op je identiteitskaart en zorgmateriaal bestel je toch online, dat is zo gepiept.

 Nu ga ik niet beweren dat digitale dienstverlening sommige zaken niet eenvoudiger maakt. Helaas wordt onder het mom van digitale efficiëntie iets over het hoofd gezien: de menselijke factor. Wat niet klopt is de meer en meer ontbrekende menselijke aanwezigheid en het vertrouwde gevoel dat dit met zich meebrengt. Waarom zou je in het station je pakjes gaan ophalen als amper nog één levende ziel aanspreekbaar is? Waarom zou je je naar een bankkantoor laten lokken wanneer je straten of kilometers ver moet lopen om aan je eigen geld te geraken. Hoe kan je als zorgbehoevende online voelen of deze of gene wandelstok goed in je hand ligt, deze leesloep met met 1,8 vergroting je wel helpt om beter te kunnen lezen.

 Wat niet klopt is dat schijnbaar alles vanzelf gaat in de digitale wereld terwijl er in werkelijkheid een drempelverhoging is. Drempelverhoging voor mensen die niet bekend zijn met de digitale wereld, zegt men, maar er is meer aan de hand.

Wat niet klopt is dat in de digitale wereld de menselijkheid zoek is: het vertrouwde advies, de broodnodige informatie maar ook het luchtige weerpraatje, het menselijke klagen en zagen, het onaffe. Het is net die menselijkheid die het gebouw doet leven. En leven, dat is menselijke warmte, veiligheid, soms een hoek af… Wanneer je voortdurend gevraagd wordt om te ‘scannen’ voel je je stilaan zelf een robot.

Mag het een wonder heten dat de beste vriend(in) van jongeren de IPhone is?

Beste lezer, hier klopt iets niet, heb jij ook dat gevoel?

 Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 152: Wat we zelf doen doen we beter: Het onvoltooide leven

Beste Lezer,

Het debat over de ouderdom ligt me nauw aan het hart en daarom ga ik er nog even op door. Volgens de kranten ben je oud wanneer je 74 jaar en 8 maanden op je teller hebt. Tot hier de cijfers. Zelf kijk ik daar met enige nuchterheid tegenaan, want naast de cijfers zijn er de nuances. Mensen komen nu eenmaal in verschillende leeftijdsfasen terecht: baby, peuter, kleuter…puber…midlife..menopause…. Sommige kleintjes lopen vroeg, andere laat, sommige peuters praten vroeg, andere laat, sommige pubers hebben vroeg hormonenlast, andere laat of zelfs niet en idem dito met de andere fasen in het leven. Dat is ook zo met de ouderdom: het is een fase in het leven net als alle andere.

Elke fase kent specifieke behoeften. Meer zorg nodig hebben kan zo een behoefte zijn. Is dit echter een reden om drastische levenseinde voorstellen te doen? Wanneer de ongemakken ondraaglijk en uitzichtloos worden bestaan er op dit ogenblik uitwegen, net zoals voor alle andere ziektemomenten in ons leven.

Beste lezer het is wellicht moeilijk om te aanvaarden dat het leven niet altijd maakbaar is. Ziekte en zorg zijn themas waar we liefst zo ver mogelijk van weg blijven. Ouderdom ook. En zoals aan ziek zijn soms een ‘eigen schuld’ labeltje hangt voelen sommige ouderen de bui hangen, en voelen ze de behoefte om zich te verdedigen. “Kijk eens wat ik nog allemaal kan”, “kijk eens wat ik nog allemaal doe”, “kijk eens hoe nuttig ik nog ben: mag ik aub verder bestaan?”.  Dat is alvast een deel van de teneur in het debat. Fijn dat dit voor behoorlijk wat ouderen zo is, en het is een begrijpelijke verdedigingsreactie, niemand is graag de pineut.

Tegelijk blijft met deze verdedigingsstrategie het gesprek vastlopen in een denken waarbij nuttigheid en bruikbaarheid voor de economie onontbeerlijk zijn om te (over)leven. Dat is erg jammer, want met dit denken laat men allen jong en oud, die dat om één of andere reden niet zijn, in de steek. Net als alle generaties geven ouderen zin en betekenis aan hun leven aangepast aan hun levensfase: kleinkinderen opvangen, vrijwilligerswerk, eigen projecten vorm geven, reizen, lezen, levenservaring delen, de ouderdom voorleven…Sommigen kunnen dit door actief te zijn, anderen doen dit in stilte en weer anderen hebben niet meer te kiezen omwille van ziekte of aftakeling. Maar kan wie aan huis gekluisterd zit geen betekenis meer geven aan het leven, geen zingeving?

In de voorbije weken werden meerdere pogingen gedaan om het kluwen aan denklijnen over oud worden en zijn uiteen te rafelen.

Foto : Herman Baert

Mijn eenvoudig denkraam vertelt me dat in een solidaire samenleving, want daar spreken we toch graag over, iedereen meegenomen wordt dwz jong, oud, fysiek of psychisch ziek…

‘Jamaar, wat kost dat’ hoor ik u al denken. Wel beste lezer wanneer ik door overvolle warenhuizen loop, propvolle evenementenkalenders vol spel en vermaak zie, dikke brochures vol reispropaganda zie, bonussen voor dit of dat zie uitgedeeld worden, denk ik ook: ‘wat kost het allemaal’en kan het niet wat evenwichtiger verdeeld worden in ons rijk land?

Jawel, ik gun iedereen zijn natje en zijn droogje, maar dan iedereen, ipv eenzaamheid te medicaliseren.

Misschien is het zinvol om, naast de keuze voor een solidaire samenleving voor iedereen, ook samen na te denken over prioriteiten, evenwichten en hoe daar enige verschuivingen in kunnen gebeuren.

We staan voor vele nieuwe uitdagingen in deze wankele samenleving,het gegeven dat we langer leven is daar slechts één van. Creatief naar oplossingen zoek zal nodig zijn.

De oplossing lijkt mij zeker niet: ‘beslis maar om zo gauw mogelijk dood te gaan’, eerder: ‘hoe kunnen we het nog niet voltooide leven zo goed mogelijk houden voor iedereen’.

 

Mvg,

 

Frauke Jemand

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 151: Wat we zelf doen, doen we beter: Het voltooide leven!

Beste lezer,

 

Herinner je je nog mijn brief n.a.v. de seniorenmaand november vorig jaar (brief 145)?

Ik fris even je geheugen op met volgende passages:

Maar op een dag is de, soms bijna onzichtbare, toverkracht van de oudere medemens op. Er is wat gekreun en gesteun in de gewrichten, hier en daar raderen de grijze celletjes minder, tja, dan hebben we als samenleving een groot probleem. Want wie zal nu voor hen zorgen? (n.v.r: zij zorgden al die tijd voor zovelen)

Net zoals kinderen en mentaal of fysiek beperkten behoren ouderen plots tot de kwetsbaren. En deze groepen brengen niks op, integendeel: ze kosten geld want we moeten voor hen zorgen.

En in een samenleving waar geld verdienen het hoogste goed is, is er weinig of geen plaats voor al wie hulp nodig heeft!

In deze seniorenmaand echter worden er allerlei oplossingen gebrabbeld…. …Even later lees ik in diezelfde krant dat ouderen zo lang mogelijk thuis zullen moeten blijven wonen, want de bewaarhuizen zitten vol en er dient dringend bijgebouwd. En helaas kunnen deze intussen behoeftige ouderen de mazen in het net niet zelf meer stoppen, tenzij de oudere jongeren voor de oudere ouderen zorgen????

Volgens mij duurt het niet lang meer of er worden hen waardige levenseinde trajecten aangeboden en de seniorendagen worden op 1 en 2 november gehouden.”

Beste lezer, hierbij herhaal ik dat ik je al wel meer visionaire gedachten heb geschreven; nu, nog geen zes maanden later, is het zover: de eerste “zelfgekozen” levenseinde trajecten werden voorgesteld. Euthanasie en gevorderde dementie staan al een tijdje ter discussie nu is ook de gedachte aan euthanasie bij de oudere medemens en diens voltooide leven of levensmoeheid aan de orde.

Voorlopig is dit debat een doolhof met veel verwarrende loopjes.

Wat is een voltooid leven, en zijn het enkel en alleen ouderen die een voltooid leven hebben? Wanneer ben je levensmoe en hoe komt het dat je levensmoe wordt?

Waarom deze gedurfde trajecten voorstellen? Is het uit bezorgdheid voor de ouderen, hun kwaliteit van leven? Is het uit bezorgdheid voor het verlies aan kwaliteit van leven in de samenleving? Is het omwille van een tekort?

Wanneer spreekt men van zelfdoding en wanneer over euthanasie? Waar ligt die dunne scheidslijn?

In grote naïviteit heb ik gedacht en minstens gehoopt dat wij lessen zouden trekken uit de covidepidemie. Dat we net als bij een levensbedreigende ziekte, wat het voor sommigen ook was, ons in de nabijheid van de dood zouden bezinnen over de waarde van het leven en de zin daarvan. Dat we onze zo zelf bejubelde Westerse waarden opnieuw wat zouden bijstellen en de mens, hoe jong of oud ook, opnieuw zouden zien als de unieke andere en niet als een al dan niet nuttig onderdeel van onze consumptiemaatschappij.

We blijken echter de weg wat kwijt te zijn en begeven ons op gevaarlijke paden. Hopelijk dienen er zich goede gidsen aan om de weg terug te vinden!

Wordt vervolgd!

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 150: Wat we zelf doen doen we beter? (2)

Beste Lezer,

 

Hier ben ik dan met mijn 150ste brief. Ik was me er niet van bewust dat er zoveel te vertellen viel over het reilen en zeilen in ons kleine landje!

Neem nu ons openbaar vervoer, daar geraak ik maar niet over uitgepraat: je zou toch denken dat in de ijver voor minder autogebruik dit één van onze prioritaire aandachtspunten zou zijn.Ik verbaas me echter nog elke dag over de kromme redeneringen die de dienstverlenende sectoren, zoals de spoorwegen, ten beste geven; ik zou het zelfs fake news durven noemen.

“Aangezien zoveel procent van ons cliënteel online tickets bestelt sluiten we x-aantal loketten of houden we ze slechts enkele uren per dag open”.

Wat is er krom in deze redenering?

Eerst doet de NMBS extra haar best om mensen te leren een ticket aan de automaat te kopen, vervolgens beperkt ze het aantal loketten zodat, wie dat kan, denkt ‘Ik kan het maar beter online of een automaat proberen ipv in de wachtrij te staan’.

Et voilà: je hebt de doorsneereiziger waar je hem hebben wil. Dus sluiten maar die handel, want we hebben weinig klanten. Leven we binnenkort ook in een wereld zonder kleding- en voedingswinkels, want ook dat wordt veel online gekocht?

En bovendien: is de NMBS niet de afkorting van Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, die instaat voor het vervoer van goederen en diensten over het spoor?

Foto: H.Baert

Ik kan moeilijk geloven dat een nationaal dienstverlenend bedrijf tot taak heeft enkel die reizigers te vervoeren die mee zijn met de digitale wereld en dat de rest, die geen ticket heeft, extra beboet wordt op de trein of zich maar niet meer moet verplaatsen. Je bent er als nationale vervoersmaatschappij toch voor alle reizigers? Zelfs in privébedrijven is de klant koning.

Een tweede kromme redenering: er wordt enkel over ticketverkoop gesproken, maar waar gaat de klant naartoe voor alle andere dienstverlening? Informatie, sociale controle, verloren voorwerpen, klachten, bagagebewaring…

Heb je een klacht: ga online. Ben je iets kwijt: vul online een formulier in. Word je belaagd: bel een noodnummer. Ben je bestolen idem en dien online een formulier in. Werkt de lift niet: zoek het zelf uit of scan de QR-code voor hulp.

En aangezien je je kleine of grote behoefte niet ‘online’ kunt doen heeft men ook daar iets op gevonden. Wees gerust, lezer, de toiletten blijven (hier en daar toch). Maar stilaan worden de wc-dames weggetoverd en vervangen door automaten bij de ingang. Heb je niet het gepaste muntstuk of geen smartphone, kom je uit het buitenland of snap je het systeem niet, tja, dan heb je pech. Misschien verdwijnt straks ook de toiletdame, binnenkort ons laatste menselijk contact in dat lege soms grote gebouw ‘station’ genaamd.

Foto: H.Baert

Begrijp me niet verkeerd: ik ben er niet op tegen dat menselijke dienstverlening ondersteund wordt door digitale. Nu is het meer en meer de omgekeerde wereld: de menselijke dienstverlening verdwijnt en de digitalisering neemt het over. Een zeer kwalijk gebeuren, vooral omdat men laat uitschijnen dat dit de wens van de reiziger is.

 

Mvg,

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 149: Wat we zelf doen doen we beter: de NMBS

Beste Lezer,

 

In februari zijn de NMBS-tickets duurder geworden, en binnenkort ondergaan de seniorentickets hetzelfde lot. Geen nieuws, zou je kunnen zeggen, aangezien alles duurder wordt. En toch: je zou verwachten ‘duurder en dus beter’, maar het is algemeen geweten dat de NMBS slecht scoort inzake dienstverlening: stiptheid blijft een heikel punt en te veel treinen worden afgeschaft. Waar gaat dat extra geld dan naartoe, vraag ik me af. Alvast niet naar personeel, aangezien we worden verondersteld alles zelf te doen. De voorbije jaren gingen al heel wat loketten dicht en onlangs kwam het nieuws dat er in 54 van de 91 stations, waar nog loketten zijn, wijzigingen komen: minder uren open, of loketten gesloten in het weekend.

Foto H.Baert

Er wordt geopperd dat meer en meer tickets digitaal gekocht worden. Wanneer je dringend je trein moet halen en er is nog slechts één van de vijf loketten open, dan is het besluit rap genomen om niet meer aan te schuiven. Trouwens, de NMBS zet al jaren stewards aan de automaten of vraagt aan haar klanten waarom ze nog naar het loket komen. M.a.w. de spoorwegen sturen hun klanten al jaren in de richting van ‘wat je zelf doet doe je beter’.

Toch wordt net de menselijke dienstverlening een heikel punt.

Foto: H.Baert

De NMBS laat niet alleen die mensen in de kou staan die niet over een smartphone beschikken of er de vaardigheden voor hebben: er ontbreekt wel meer menselijke service. Aan wie kun je nog een vraag stellen, al was het maar: “Waar is hier een lift aub?”, “ik heb mijn jas op de trein laten liggen met mijn portefeuille erin, wie kan mij helpen?”, “Er valt mij iemand lastig in het station”, ”Ik wil graag informatie ivm reizen door Europa”. Meer nog, binnenkort kom je na 20u geen personeel meer tegen. Hoe moet dit dan met de veiligheid? Want hoe minder sociale controle hoe onveiliger: je hoeft echt geen expert te zijn om dit te voorspellen. Of wordt dat nog een extra klusje voor de politie?

En wat gebeurt er met al dat personeel dat niet meer aan de loketten zit? Geen bagage meer in bewaring neemt, geen informatie meer geeft en binnenkort steward af is?

Wedden dat de volgende conclusie is: we moeten geen stations meer openhouden aangezien de klanten hier niet meer komen. Van een zelf vervullende voorspelling gesproken.

Er blijft nog altijd de vraag waar het meergeld van de tickets naar toe gaat. Naar nog meer digitalisering? Servicerobots misschien?

Het moet gezegd: samen met de banken scoort ons openbaar vervoer bijzonder goed op automatisering: je kunt tegenwoordig zowat alles online en er is voor alles een app. Is je trein afgeschaft dan raadpleeg  je de app om na te gaan hoe je van plaats x naar y geraakt. Tickets bestel je online en er is de bijzondere realtime app waar je op de minuut ziet hoeveel vertraging je trein heeft, hoe of waar hij is opgehouden en of hij er al dan niet nog doorkomt. Je kunt zien of er stakingen zijn, waar er spoorlopers zijn….

Kortom: de digitale trainworld staat op punt. Of je met dit alles een station verder geraakt is nog maar de vraag.

Met nostalgie denk ik aan de tijd dat je een kop koffie op de trein te koop was of, minder lang geleden, dat je in het ene station meldde dat je je jas had laten liggen en dat je bij aankomst die jas kon afhalen bij de verloren voorwerpen, en dan spreken we nog niet van de niet-ingeblikte omroepstem, die met medeleven aankondigde dat je trein wat later zou zijn.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 148: Wanneer ben je te oud voor …. ?

Beste Lezer,

 

Een tijd geleden ging er bijzonder veel aandacht naar een rapport over de huidige president van Amerika. Het rapport had het over zijn zwakke geheugen en het verhaspelen van zinnen. Al vlug werd in vraag gesteld of deze ‘oudere zwakke man’ nog leiding kon geven. De president beet terug met enkele stevige opmerkingen. Hij wees er de journalisten op dat hij ondanks zijn leeftijd wel één en ander voor mekaar gekregen had in dat grote land.

Het is niet mijn bedoeling, lezer, om je lastig te vallen met zorgen om de Amerikaanse verkiezingen.

Wat mij bekommert zijn volgende vragen: wanneer doe je je job al dan niet goed, en speelt ouderdom daarbij een rol?

In ons land worden we allen met pensioen gestuurd vanaf een bepaalde leeftijd; voor sommigen kan dat niet vroeg genoeg zijn en voor anderen mag het werk blijven duren.

Intussen zijn er flexijobs uitgevonden zodat ouderen die dat willen, of het geld nodig hebben, nog aan de slag kunnen.

Wat me frappeert in die hele heisa is de negatieve beeldvorming rond ouder worden en actief zijn.

Foto Herman Baert

Wat is het ergst: af en toe een zin verhaspelen, een datum vergeten of manipulatieve, populistische of zelfs misdadige uitspraken doen? En geloof me: je hoeft niet oud te zijn om daar kwistig mee om te springen. Kunnen we niet beter pagina’s wijden aan de vraag of politiek leiderschap voor mensen met manipulatieve intenties, jong of oud, nog wel kan? Het lijkt me een prangender vraag.

Vanavond werd ik getroffen door een Tv-documentaire over een ouder echtpaar dat al meer dan veertig jaar in een wild stukje Ierland woont. Geen glamour en glitter, gewoon een lang interview met twee mensen die genezing en aarding vonden in het creëren van een bloem- en bosrijk paradijs middenin een veengebied op het westelijk puntje van Ierland. Ze voelden zich één met de aarde. Hun rust, hun creatieve en ecologische daadkracht deed hen, ondanks alle bescheidenheid, stralen en was inspirerend. Aan het eind van de documentaire vroegen ze zich af hoelang ze dit fysiek zeer actieve leven nog zouden aankunnen, ze waren moe.

Wanneer je veel geleefd hebt, hard gewerkt, je lichaam langzaamaan aftakelt, kan het gebeuren dat je te moe bent, de berg te groot wordt.

Wanneer de interviewer vroeg hoe ze de toekomst zagen twijfelden ze, tot ze, gezeten vlak bij de oceaan, de magische zin uitspraken: “Er ligt een zee aan mogelijkheden voor onze laatste levensfase: het mag verrassend zijn”. De interviewer was zichtbaar ontroerd dat deze doorleefde mensen niet spraken over het schemerlicht van de ouderdom maar over het licht.

Het wierp meteen ook een ander licht op ouder worden: niet alleen een somber aftakelend gegeven maar eerlijk en nuchter behorend tot het leven. De laatste levensfase waarin nog vanalles kan gebeuren dit naargelang jouw mogelijkheden, je passies, je ervaring en het lot. Eerder al hadden ze duidelijk gemaakt dat het leven niet noodzakelijk gemakkelijk moet zijn, en zij die jaren zonder stromend water en elektriciteit hadden geleefd konden het weten.

Dit sterk portret staat in schril contrast met het gangbare denken over oud, ouderdom en wat nog mogelijk is. Waarom ons daar niet op focussen?

Mv

Frauke J.

 

Comment