Viewing entries in
brieven aan de tuinman

Comment

Brief 4 Aan hem die uren in de tuin werkt

“Schöne Welt, wo bist du? Kehre wieder, Holdes Blütenalter der Natur!

Ach, in dem Feenland der Lieder lebt noch deine fabelhafte Spur...“ Schiller

 

Aan jij die altijd bezig bent,

 Je tuin ligt aan een kruispunt van wegen op een scherpe hoek. De woorden ‘grens’ en ‘begrenzing’ zijn hier meer dan ooit van toepassing. De mens heeft hier letterlijk de natuur ingeperkt door rondom uw tuin een netwerk van betonnen paden en wegen aan te leggen.

Tussen al die menselijke ingrepen ligt uw tuin als een symbool, een teken, een standbeeld; bijna alsof je met je tuin wil zeggen: ‘Hier heeft de natuur bestaan’, ‘Er is een tijd geweest dat er nog geen andere greep was op het land’…

Hier en daar bestaan nog zulke stille getuigen van weleer, een boswachtershuis middenin een bedrijfsgebied, een dorp naast een kerncentrale…

Jij wekt de indruk er alles aan te doen om je tuin niet tot een stuk erfgoed te laten herleiden. Je tuin is geen toonbeeld van verleden, geen droom, maar pure werkelijkheid.

In mijn fantasie droom ik soms de betonnen grenzen weg en zie ik uw tuin verdwijnen in een liefelijk stuk landschap, het landschap dat er ooit was.

‘Dichters zijn de hoeders van de natuur’, dat wordt gezegd, maar ook: ‘Dichters zijn dromers’. De dichter kan wel hoeder zijn van de natuur maar is vooral ook toeschouwer. Slechts het woord heeft de dichter om de natuur te bewaren, om ze te bezingen en tot haar door te dringen, en dit hopelijk niet  louter uit sentiment maar net omdat die natuur deel van ons gehele wezen, ons zijn, uitmaakt. Wij zijn niet enkel gedachte of woord of handen, wij zijn ook adem en ogen en lichaam in een levende kosmos. Naarmate die kosmos kleiner wordt zal de ademruimte ook verkleinen.

Hoe zullen wij dan leven, vraag ik me af.

Hoe zullen we overleven ?

 

Met deze gedachten neem ik vandaag afscheid,

 tot gauw,

 Chantal Sap

Comment

Comment

Brief 1 Aan hem die uren in de tuin werkt Leuven, zomer 2018

‘Ik ga wandelen in het bos. Omgeven door houten beelden voel ik me thuis. De oorsprong is van hout. Daar komt de dorst vandaan’ M.Lundquist

 

Meneer de Tuinman,

 Misschien hebt u geen hoge pet op van poëzie en brieven schrijven. Vindt u dit woordenkramerij? Uw tuin lijkt de tuin van een man van weinig woorden, iemand die de handen uit de mouwen steekt. Toch durf ik u te schrijven. Al briefschrijvend kom ik wat praten met u tussen de planten, groenten en bloemenweelde. Jawel: ik zal het kort houden. Waarom ik u zo nodig schrijven wil, vraagt u zich af?

Op mijn weg naar huis valt mijn oog op uw tuin. Altijd opnieuw overvalt mij de schoonheid ervan. Uw tuin lijkt een oase, een plaats waar men graag wil verblijven en rondkijken, een rustpunt middenin de drukte. Het is een groene long geperst tussen een kruispunt van asfalt en woonblokken. Ook al ben ik onkundig in het kweken van bloemen en groenten, de schoonheid en het nuttige ervan ontgaan mij niet. Ik zie u soms bezig met schoffel en hark; u hoort zo volkomen thuis op die plek alsof u daar altijd al bent geweest. Het vanzelfsprekende van uw bezig zijn is wat mij daarin treft. Geen vlucht, geen illusies scheppen, geen loze woorden, geen droom - en toch lijkt het of u een droom creëert.

Ook al raak ik schoffel noch hark aan, ben ik de eeuwige toeschouwer, toch voel ik me ondergedompeld in uw wereld. Ik voel mij deel van uw stilte, voel mij deel van het tafereel, het schilderij dat zich voor mijn oog ontrolt.

Mijn twee linkerhanden kunnen niet praten met uw vaardige vingers, samen onkruid wieden zou eenvoudiger zijn. Mijn pen is voor mij wat tuingereedschap is voor u nl. de broodnodige materie om te kunnen leven. Uw tuin geeft uitdrukking aan wie u bent en hoe u op uw eigenste plaats uw steentje bijdraagt in het leven.

Ik hoop dat uw werkzame handen en mijn woorden mekaar vinden in deze tuin, dat ik de rozenblaadjes die straks van hun bloem vallen net als bij de dichter Saadi kan opvangen en ze kan verschrijven tot rozenpapier. Ik hoop  dat onze verschillende bezigheden ons toelaten mekaar te mogen ontmoeten.

 Tot zeer binnenkort,

 C.S.

Comment