Georges Bataillebrief 1                                    Leuven, mei 2018

 

 Beste Georges B.,

 ‘Waar is het Heilige in de twintigste eeuw gebleven? U vraagt het zich af.

U schrijft:

’Vroeger was het gebruikelijk om op kruispunten, straathoeken of pleinen heilige tekens te plaatsen… Nog niet zo lang geleden bouwde men heiligdommen, waarbinnen wij nu nog sterk het heilige ervaren’

Het zal u wellicht ontgoochelen wanneer ik u vertel dat de heiligdommnen van weleer veelal leeg staan, gesloten zijn of aan herbestemming toe. Ze verliezen hun oorspronkelijke ziel. Ook in de 21ste eeuw  blijft ‘het Heilige’ een onderwerp van discussie en iets om over na te denken. Zo wordt er gezocht naar herbestemming van kerken. Waar blijven wij met ‘Het Heilige’ wanneer de heilige tekens en gebouwen verdwijnen?

 Maar de zoektocht naar ‘ Het Heilige’ is niet enkel een kwestie van plaatsen, en volgens u zelfs geen kwestie van deze of gene wereld.

Want u schrijft:

‘Wat ons het meeste schrik aanjaagt is de dood; en in de ervaring van het heilige bevindt het bestaan zich in de buurt van de dood’.

Angst voor de dood blijft in de ‘maakbare samenleving’ een heikele kwestie. We leveren ons graag over aan de buitenwereld die ons prikkelt, ons uitdaagt en op ons beroep doet zodat we het langer kunnen uitstellen om over innerlijke uitdagingen na te denken. Er is vandaag een groot aanbod om onze dagen te vullen met tal van activiteiten; er is een bijzonder groot virtueel aanbod waar wij zelfs de deur niet voor uit moeten gaan. Dit alles biedt uitstel en wellicht ook troost.

Aangezien we bang zijn voor de dood, dat is vandaag niet anders dan in uw levensdagen, leggen we onze dood ver van en buiten ons.

 U bent niet bang om het Goddelijke en het Diabolische in één adem te benoemen. Het Goddelijke willen we graag versluieren en met wierook omhullen, maar wat dan te verstaan onder het Diabolische? Ik meen uit uw scherpe pen te hebben verstaan dat u in het diabolische net deze diepgewortelde angst ziet.

‘Wanneer wij de zin van het heilige niet meer bezitten, dan is dat doordat we bang zijn. We zoeken niet langer geestdrift of roes, maar zekerheid en gemak.’

Met uw schrijven over ‘geestdrift en roes’ bewandelde u een gevaarlijk pad omdat geestdrift en roes soms gelinkt worden aan ‘het kwaad’. Daarom werd u wel eens de filosoof van het kwaad genoemd. Ik ervaar u echter als een religieus schrijver die het niet schuwde na te denken over  ‘het Heilige’, het goede en kwade. U gaf er een geheel eigen interpretatie aan.

 Genegen Groeten,

 Chantal Sap

 

 

Comment