Viewing entries in
Brievencorrespondentie

Comment

Brieven aan Georges Bataille

Bataillebrief 3                                                Leuven, mei 2018

 

 Beste Georges B.,

 Laten we de draad opnemen waar we de vorige keer onze brief beëindigden. De plaats die u aan de kunst geeft in het bewaren van ‘Das Heilige’ is realistisch maar ook bijzonder. Laten we het over de schrijver hebben: welke opdracht heeft de schrijver in dit alles?

‘Poëzie opent het raam voor de stilte’, schrijft u. Is het de opdracht van de dichter om poëzie te schrijven die aanzet tot stilte?

U breekt een lans voor verstilling maar ook voor verspilling. Verspilling van het woord. De dichter/schrijver verspilt in die mate zijn woord en zijn schrijven omdat hij het niet laat samenvallen met wat sociaal wenselijk is, of wat door de samenleving en de media verwacht wordt. Zo kijk ik ook zelf naar de plaats van kunst en hier ‘het schrijven’ in het bijzonder. Het schrijven ontstaat niet vanuit een externe vraag van de samenleving, maar vanuit de omgekeerde beweging: de innerlijke gedrevenheid die al dan niet te maken heeft met de wereld.

 “Een schrijver zijn is niets minder dan het in bezit hebben van het innerlijke vermogen nog een regel toe te voegen aan de schets van dat verontrustende visioen dat ons vervult met verwondering, terwijl het ons beangstigt - het is het onophoudelijke beeld dat de mens van zichzelf heeft.”

 U schreef deze woorden meer dan vijftig jaar geleden neer, en toch blijven ze zo eigentijds. Ze hebben te maken met de kunst iets toe te voegen aan de werkelijkheid, het sociaal wenselijke onder de loep te durven leggen.

 Het Heilige en de stilte enerzijds, de verspilling anderzijds; uw taal en ideeën raken de nauwe grens van ontheiliging en heiligheid. De grens waar het grootse, het immense aanwezig is en tegelijk de afgrond, het diepe. U beweegt zich binnen die ruimte en komt aan de grens zelfs tot in de afgrond. U gaat tot het uiterste in de hoop ‘ ziel en lichaam’ het ‘wezen’ van de mens te raken.

 Hierbij neem ik afscheid van u met uw eigen woorden

‘Er is niets dat niet verzinkt in de stilte van poëzie’

 Warme groeten,

 Chantal Sap

 

Comment

Comment

Brieven aan Hermann HesseH.Hesse brief 2

H.Hesse brief 2                                                Leuven, begin maart 2018

 

Beste Hermann,

 In uw sleutelroman ‘Het kralenspel’ ondernemen de personages een bijzondere reis, een pelgrimstocht waarin tijd en ruimte niet echt van belang zijn. Droom en werkelijkheid vloeien naadloos ineen voor het bonte gezelschap op weg naar het morgenland.

Deze reis reikt echter veel verder dan een geografische uitstap: u schrijft : “ ons doel was immers niet alleen  het morgenland, ons morgenland was het thuis en de jeugd van de ziel, het was het overal en nergens, het was de éénwording van alle tijden’ ……‘alles wat je maar kunt bedenken tegelijk te beleven, uiterlijke en innerlijke dingen speels te verruilen, tijd en ruimte als coulissen te verschuiven”

 U tovert een wereld waarin werkelijkheid en fantasie moeiteloos in mekaar vloeien, alsof het leven zich vanzelf zo aandient - dit ondanks de lelijkheid, ondanks het lijden aan het leven. U lijkt wel onvermoeibaar in het beschrijven van ‘De reis’, ‘De pelgrimstocht’ die deel uitmaakt van ’de’ grote reis. De reis die wij allen ooit, vroeg of laat, maken.

Hoe groot is het verlangen van de reiziger om vooral ‘de reis’ vast te houden in woorden, misschien is het net daarom nodig om deze tocht telkens opnieuw en in al haar stadia, met al haar haltes, nauwkeurig te beschrijven. Ze welhaast als een route op de landkaart uit te zetten.

In uw boek is deze reis ook een weg om zichzelf te bevrijden. Uw bonte gezelschap probeert niet alleen een kinderdroom waar te maken: elk voor zich proberen ze hun eigen uniciteit te bewaren. Ze blijven, zoals ik u in een eerdere brief schreef, dichtbij zichzelf net zoals u dat zelf in uw leven probeerde. Om dit haalbaar te maken zijn het dichterlijke, het kinderlijke, het naïeve trouwe bondgenoten in deze fantastische (dit woord hier dan in zijn juiste context geplaatst) reis.

 Nachtelijke groet,

 

Chantal Sap

 

Comment

Comment

Gedichtenweek: Brieven aan Rilke

Brief aan Rainer Maria Rilke(7)                                                Leuven, 31 januari, 2018

 

R.M. mijn beste,

Helaas is dit mijn laatste brief al had ik graag nog enkele thema’s met u besproken.In uw poëzie ligt zoveel meer  besloten, uw oeuvre is zo veelveelomvattend en vol.

Toch vermoed ik dat we, in de toegemeten tijd, enkele belangrijke gedachten hebben aangekaart .

Ook al is de samenleving, de tijdsgeest anders de thema’s blijven universeel.

Het zich bewust zijn van de eigen eindigheid is van alle tijden. Het alledaagse durven verlaten en voorbij de grens wandelen in dat onherbergzame gebied waar we ons alleen weten: dat blijft een uitdaging. De wereld, ook die van nu, blijven benaderen vanuit onze eigen innerlijkheid is niet makkelijk omdat we ons dan op onveilige paden wagen.

Tegelijk zal ons dat voldoening schenken.

Woorden verspillen en ze aan de veelvuldig bezongen liefde blijven geven is een noodzaak, in elke tijd. Blijvend verlangt elke mens naar geheelheid. De dichter zoekt een taal om die geheelheid uit te drukken.

Een oprechte poëtische taal vinden is soms een moeilijk zoektocht. U slaagde erin de buitenwereld van binnenuit in taal om te zetten.

‘Erde, ist es nicht dies, was du willst: unsichtbar

in uns erstehn?- Ist es dein Traum nicht,

einmal unsichtbar zu sein?- Erde! Unsichtbar!...’

R.M.R

Een universele taal die door iedereen wordt verstaan.

U bijzonder genegen en dankbaar,

c.s.

Comment

Comment

Gedichtenweek: Brieven aan Rilke

Brief aan Rainer Maria Rilke(6)                                                            Leuven, 30 januari,  2018

 

R.M.R

Uw initialen zijn uiteindelijk nog de meest gepaste aanspreking.

In een vorige brief hadden we het over de dichter, de liefde en verspilling, maar er is meer:

‘Wie soll ich meine Seele halten, dab

sie nicht an deine rührt? Wie soll ich sie

hinheben über dich zu andern Dingen?

Ach gerne möcht ich sie bei irgendwas

Verlorenem im Dunkel unterbringen

an einer fremden stillen Stelel, die

nicht weiterschwingt, wenn deine Tiefen schwingen…

(R.M.R)

 Ondanks het verlangen en trachten naar geborgenheid reikt deze liefde nog verder.

Ze is een uitdeinende, uitdelende liefde die onszelf overstijgt.

Deze liefde blijft niet enkel steken in het zeer menselijke verlangen naar geborgenheid ze is allesomvattend.

Het is een overstijgen van onszelf zodat ‘weit im Abend hinein’ niet langer klinkt als een ‘alleen door de steppe lopen’ maar ‘met heel ons wezen het uitspansel tegemoet gaan in het weten dat de ander ons tegemoet zal komen.

In gedachten,

c.s.

 

Comment