H.Hesse brief 2                                                Leuven, begin maart 2018

 

Beste Hermann,

 In uw sleutelroman ‘Het kralenspel’ ondernemen de personages een bijzondere reis, een pelgrimstocht waarin tijd en ruimte niet echt van belang zijn. Droom en werkelijkheid vloeien naadloos ineen voor het bonte gezelschap op weg naar het morgenland.

Deze reis reikt echter veel verder dan een geografische uitstap: u schrijft : “ ons doel was immers niet alleen  het morgenland, ons morgenland was het thuis en de jeugd van de ziel, het was het overal en nergens, het was de éénwording van alle tijden’ ……‘alles wat je maar kunt bedenken tegelijk te beleven, uiterlijke en innerlijke dingen speels te verruilen, tijd en ruimte als coulissen te verschuiven”

 U tovert een wereld waarin werkelijkheid en fantasie moeiteloos in mekaar vloeien, alsof het leven zich vanzelf zo aandient - dit ondanks de lelijkheid, ondanks het lijden aan het leven. U lijkt wel onvermoeibaar in het beschrijven van ‘De reis’, ‘De pelgrimstocht’ die deel uitmaakt van ’de’ grote reis. De reis die wij allen ooit, vroeg of laat, maken.

Hoe groot is het verlangen van de reiziger om vooral ‘de reis’ vast te houden in woorden, misschien is het net daarom nodig om deze tocht telkens opnieuw en in al haar stadia, met al haar haltes, nauwkeurig te beschrijven. Ze welhaast als een route op de landkaart uit te zetten.

In uw boek is deze reis ook een weg om zichzelf te bevrijden. Uw bonte gezelschap probeert niet alleen een kinderdroom waar te maken: elk voor zich proberen ze hun eigen uniciteit te bewaren. Ze blijven, zoals ik u in een eerdere brief schreef, dichtbij zichzelf net zoals u dat zelf in uw leven probeerde. Om dit haalbaar te maken zijn het dichterlijke, het kinderlijke, het naïeve trouwe bondgenoten in deze fantastische (dit woord hier dan in zijn juiste context geplaatst) reis.

 Nachtelijke groet,

 

Chantal Sap

 

Comment