Beste Lezer,
Onlangs reisde ik, na het spitsuur, met de trein naar een andere stad. Ik had er een dwingende afspraak en moest dus op tijd zijn. ‘De trein is altijd een beetje reizen’, dacht ik. Het station lag er vrij rustig bij, even dacht ik zelfs dat het staking was, tot een vriendelijke stem door de luidsprekers galmde: ‘Beste reizigers, de informatieborden werken op dit ogenblik niet, gelieve goed te luisteren naar de aankondigingen, uw app te raadplegen of naar de gele papieren te kijken, gelieve ons te verontschuldigen.’
Gelukkig had ik me goed voorbereid, want gele papieren waren niet te vinden en een app heb ik niet. Op spoor 7 moest ik zijn. Intussen vielen er nog allerlei excuses uit de lucht: ‘Beste reizigers: de trein naar Luik komt aan, i.p.v. 10 wagons zijn het er 7, gelieve ons te verontschuldigen.’ Even later reed de trein naar Oostende, met een lichte vertraging, binnen, ‘I.p.v. twaalf wagons zijn het er 8, gelieve ons hiervoor te verontschuldigen’.
Intussen was onze trein, weliswaar met alle wagons, op tijd binnengereden. Het biepsignaal van onverbiddelijk sluitende deuren bleef echter uit. Na tien minuten klonk een vriendelijke stem, deze keer in de trein: ‘Beste reizigers, welkom. We kunnen onze reis helaas nog niet aanvatten, de reden is mij niet bekend, gelieve ons te verontschuldigen’. In tijden van hypersnelle communicatie durf ik toch even twijfelen aan de betrouwbaarheid van onze treinbegeleider. Hoezo hij weet het niet, indien hij niet wie dan wel?
Twintig minuten later het verlossende bericht: ‘Beste reizigers: we kunnen vertrekken; de reden van onze vertraging was dat de bestuurder nog niet was aangekomen, waarvoor onze verontschuldigingen.’ Pardon?
Welgemoed sprak hij verder: ‘We hebben helaas 30 minuten vertraging maar we doen ons best om de schade te beperken en u veilig op uw bestemming te brengen. Nogmaals onze verontschuldigingen.’ Even dacht ik dat ik in een komische excuusfilm terecht was gekomen - ware het niet dat de trein, eens het station uit, in een rotvaart over de rails raasde. Nu heb ik niet zoveel problemen met een stevige rit in een TGV maar deze trein, waar men zijn best had gedaan om de graffiti af te wassen in de hoop deze een nieuwe look te geven, leek op een oude schicht die over een autostrade voortrammelde. Alles daverde aan het karretje, het knisperde vervaarlijk op de rails. Behoorlijk wat mensen rondom mij belden naar her en der omdat ze aansluitingen dreigden te missen, af en toe hoorde ik schuttingtaal i.v.m de rijstijl van de treinbestuurder.
Zelf zag ik de tijd letterlijk wegvliegen, en om mezelf geen hartinfarct te bezorgen berustte ik al in het feit dat ik schromelijk te laat zou zijn. Al dat razen hielp niet veel, want bij elke stop verloren we opnieuw tijd. Maar al te goed begreep ik de treinbegeleider die zich beperkte tot af en toe een opbeurend woord en voor de rest schitterde in afwezigheid, wellicht bang om gevierendeeld te worden. De kans was groot.
Bij al dat beurtelings wachten en razen had ik ruim de tijd om me te bezinnen over het bericht dat de NMBS binnenkort de treintickets gaat opslaan. Een verkeerd signaal, nu men alles wil inzetten op de promotie van het openbaar vervoer, opperde een krant. Zéker een verkeerd signaal, bedacht ik en meer nog: je wordt toch niet duurder wanneer de service almaar minder wordt! Minder loketten, minder aanspreekbaar personeel, blijkbaar ook minder wagons, bestuurders die het laten afweten…
Of is ook hier minder meer geworden?
Mvg,
Frauke J