Viewing entries in
duurzaam verkeer

Comment

Frauke Jemandbrief 149: Wat we zelf doen doen we beter: de NMBS

Beste Lezer,

 

In februari zijn de NMBS-tickets duurder geworden, en binnenkort ondergaan de seniorentickets hetzelfde lot. Geen nieuws, zou je kunnen zeggen, aangezien alles duurder wordt. En toch: je zou verwachten ‘duurder en dus beter’, maar het is algemeen geweten dat de NMBS slecht scoort inzake dienstverlening: stiptheid blijft een heikel punt en te veel treinen worden afgeschaft. Waar gaat dat extra geld dan naartoe, vraag ik me af. Alvast niet naar personeel, aangezien we worden verondersteld alles zelf te doen. De voorbije jaren gingen al heel wat loketten dicht en onlangs kwam het nieuws dat er in 54 van de 91 stations, waar nog loketten zijn, wijzigingen komen: minder uren open, of loketten gesloten in het weekend.

Foto H.Baert

Er wordt geopperd dat meer en meer tickets digitaal gekocht worden. Wanneer je dringend je trein moet halen en er is nog slechts één van de vijf loketten open, dan is het besluit rap genomen om niet meer aan te schuiven. Trouwens, de NMBS zet al jaren stewards aan de automaten of vraagt aan haar klanten waarom ze nog naar het loket komen. M.a.w. de spoorwegen sturen hun klanten al jaren in de richting van ‘wat je zelf doet doe je beter’.

Toch wordt net de menselijke dienstverlening een heikel punt.

Foto: H.Baert

De NMBS laat niet alleen die mensen in de kou staan die niet over een smartphone beschikken of er de vaardigheden voor hebben: er ontbreekt wel meer menselijke service. Aan wie kun je nog een vraag stellen, al was het maar: “Waar is hier een lift aub?”, “ik heb mijn jas op de trein laten liggen met mijn portefeuille erin, wie kan mij helpen?”, “Er valt mij iemand lastig in het station”, ”Ik wil graag informatie ivm reizen door Europa”. Meer nog, binnenkort kom je na 20u geen personeel meer tegen. Hoe moet dit dan met de veiligheid? Want hoe minder sociale controle hoe onveiliger: je hoeft echt geen expert te zijn om dit te voorspellen. Of wordt dat nog een extra klusje voor de politie?

En wat gebeurt er met al dat personeel dat niet meer aan de loketten zit? Geen bagage meer in bewaring neemt, geen informatie meer geeft en binnenkort steward af is?

Wedden dat de volgende conclusie is: we moeten geen stations meer openhouden aangezien de klanten hier niet meer komen. Van een zelf vervullende voorspelling gesproken.

Er blijft nog altijd de vraag waar het meergeld van de tickets naar toe gaat. Naar nog meer digitalisering? Servicerobots misschien?

Het moet gezegd: samen met de banken scoort ons openbaar vervoer bijzonder goed op automatisering: je kunt tegenwoordig zowat alles online en er is voor alles een app. Is je trein afgeschaft dan raadpleeg  je de app om na te gaan hoe je van plaats x naar y geraakt. Tickets bestel je online en er is de bijzondere realtime app waar je op de minuut ziet hoeveel vertraging je trein heeft, hoe of waar hij is opgehouden en of hij er al dan niet nog doorkomt. Je kunt zien of er stakingen zijn, waar er spoorlopers zijn….

Kortom: de digitale trainworld staat op punt. Of je met dit alles een station verder geraakt is nog maar de vraag.

Met nostalgie denk ik aan de tijd dat je een kop koffie op de trein te koop was of, minder lang geleden, dat je in het ene station meldde dat je je jas had laten liggen en dat je bij aankomst die jas kon afhalen bij de verloren voorwerpen, en dan spreken we nog niet van de niet-ingeblikte omroepstem, die met medeleven aankondigde dat je trein wat later zou zijn.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 134: Soms rijden we ons vast: meer fietsers op de weg (2)

Beste Lezer,

 Af en toe kan ik me niet van de indruk ontdoen dat we, hoezeer we ook ons best doen, op één of andere manier telkens weer vastlopen. Neem nu de vele inspanningen om de burger, met het oog op het klimaat, minder met de auto te laten rijden. Er wordt beslist veel ondernomen om ons meer te laten fietsen. Er worden fietsstraten, zelfs fietssnelwegen aangelegd. De auto krijgt het minder makkelijk om door de stad te circuleren. Bijna overal in het centrum mag je niet meer dan 30 per uur. De parkeerruimte voor auto’s wordt beperkt ten voordele van fietsstallingen.

En het moet gezegd: de fiets is populair. Bovendien bestaat er nu een amalgaam aan tweewielers: meer en meer elektrische exemplaren, bak- en ligfietsen, pedelec’s, lichte scooters en zelfs skateboards rijden op de weg, of liever: op de veelal smalle fietsstroken.

Fietsenleed/Foto: Herman Baert

Er zijn echter twee problemen: we hebben onze geschiedenis niet mee, en we zijn een bijzonder dicht bevolkt land. Nederland en Denemarken bvb. hebben al tientallen jaren veel brede, aparte fietspaden en veilige routes.

Ik herinner me dat ik me, tijdens het piekuur, alleen op het vrij smalle fietspad op de ring rond de stad bevond om mij op mijn rustige slakkentempo naar mijn werk te begeven, en dat is nog geen tien jaar geleden.  Geen elektrische noch bakfiets zat achter mij aan te rinkelen, geen pedelec noch elektrische step drong zich aan mij op.

Vandaag stippel ik nauwgezet mijn fietsroute uit en kies ik een daluur, want raar maar waar: ik voel me tijdens de spits een gevaar op de weg. Alsof ik met mijn wagen aan 70km/u op de autosnelweg zou rijden. Alsof ik het hinderlijke obstakel ben dat de oorzaak is van fileleed op het fietspad. Al is dit laatste een kromme redenering, want zeg nu zelf: het kan toch niet de bedoeling zijn dat de langzame fietser geweerd wordt? Het lijkt pas gisteren dat men sprak over de langzame en zachte weggebruiker. Nu lees ik over fietssnelwegen en ben je raar wanneer je niet elektrisch rijdt.

Maar ik zeg u, lezer, we rijden ons vast om de eenvoudige reden dat we ons met teveel op die veelal zelfde oude fietspaden begeven, de moordstroken langs de rijweg, en dat langzaam verkeer ook bij de fietsers is ingeruild voor snelwegverkeer. Het is begrijpelijk dat een deel van de bevolking liefst zo vlug mogelijk op het werk aankomt. Helaas verliest men meer en meer de oorspronkelijk trage weggebruiker uit het oog, want die is de klos. We blijven hardleers dezelfde redenering gebruiken als met de auto: snelsnel en rij of wandel me niet voor de wielen.

Wanneer we ook hier geen rekening houden met evenwicht tussen langzaam en snel, rijden we ons letterlijk vast. Deze zomer las ik dat het aantal verkeersdoden bij de fietsers tussen 2005 en 2021 is toegenomen. Het aandeel kwetsbare weggebruikers (voetgangers en fietsers) in het totaal aantal verkeersdoden bedroeg in 2021 39%. In 2005 ging het om 19%.

En dan heb ik het nog niet gehad over de besparingen op de verlichting van de openbare weg. Het wordt er voor de avondlijke fietser in donkere dagen niet eenvoudiger op: je kunt je dan wel fluorescerend op de weg begeven, daarmee ben je nog niet gewaarschuwd voor die onverwachte kuil in of dat obstakel op het pad.

En over veiligheid gesproken: ook in 2022 is ‘de bietebauw’ nog een hoogst onaangename verschijning, in het bijzonder op donkere en eenzame paden. Zeg nu niet dat ik u niet gewaarschuwd heb!

 

Mvg,

Frauke Jemand

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 125 : Openbaar vervoer: De trein (vervolg)

Beste lezer,

Ook al lijkt tien jaar een eeuwigheid en weten we niet hoe het land er tegen die tijd uitziet: laten we alvast de koe bij de horens vatten (of op de trein springen), en ijverig meedenken met de NMBS over het nieuwe beleidsplan. De trein moet nu éénmaal blijven rijden,  hoe meer des te beter.

Laat ons beginnen met het zoeken naar treinbestuurders, daar hebben jij en ik meteen baat bij.

We boren enkele stevige bronnen aan: je kunt ze niet op je vingers tellen, de mannen die op hun zolder of in de kelder, tot in het kleinste detail, hele treinwerelden bouwen. Ik heb me altijd al afgevraagd of het de gemiste grote droom is van die bricoleurs om zelf een trein te mogen besturen. Hetzelfde met de mensen die oude treinen opnieuw op de rails proberen te krijgen en het nostalgiespoor berijden.

Een aantal maanden geleden las ik dat ook meer en meer vrouwen kiezen voor een job bij het spoor. Ze zijn dan meestal rangeerder of begeleider, maar er zijn beslist ook heel wat vrouwen die voor bestuurder willen  kiezen.

En een derde bron die voor de hand ligt: ik zie veel mensen van kleur als reiziger maar weinig of niet als personeelsleden. Wel zijn er veel taxichauffeurs met andere roots, zouden sommigen niet ook graag een trein besturen? Geef al die mensen een degelijke opleiding en voilà: deze klus is bijna geklaard.

Dan is er nog het station als veilige ontmoetende ruimte.

Laat ons beginnen met de vraag in welk soort station wij ons thuis zouden kunnen voelen.

Wie of wat maakt een station levendig en biedt een gevoel van veiligheid? Juist, mensen.

Om te kunnen ontmoeten moeten er mensen zijn. Nu is de moeilijkheid dat de reizigers zelf meestal slechts luttele tijd in een station blijven, tenzij de trein vertraging heeft. Dit laatste kan echter zeker niet de bedoeling zijn van een goed werkende NMBS.

Belangrijk is dus dat er ook mensen zijn die daar hun vaste standplaats hebben en een service verlenen.

Niets is immers ongezelliger dan een station met alleen maar kastjes in de muur. Enkele loketten openhouden waar iemand je kan voorthelpen met tickets, je wegwijs maakt in de stationsdoolhof, je vraag of klacht kan noteren: dat lijkt me geen overbodige luxe. Basisvoorzieningen, zoals toiletten, open houden tot laat in de avond. Enkele personeelsleden die een oogje in het zeil houden om boertige reizigers tot de orde te roepen, zelfs buiten te zetten, en die onmiddellijk hulp kunnen inroepen lijkt me in deze tijden ook zinvol. Het hoeven geen agenten te zijn, want dan denk je aan gevaar, een vriendelijk opschrift: in de trant van ‘waarmee kan ik je helpen?’, ‘bij mij ben je veilig’ ..ik zeg maar iets: dat zou het veiligheidsgevoel bevorderen.

Dan zijn er nog de factoren levendigheid en ontmoeting. Ik zou beginnen met aangename wachtruimtes waarin naast de Metro ook wat magazines liggen en informatiebrochures over de plaats waar men zich bevindt. Graag een aangeklede wachtruimte met wat kleur of, waarom niet: af en toe een tentoonstelling. Ik hoorde ooit iemand zeggen dat schoonheid het beste in de mens naar boven haalt.

Stille hoekjes waar je een tukje kunt doen afgewisseld met gezellige praathoeken, kaarttafeltjes of schaakborden en tekenruimte voor de kleinen. En uiteraard is koffie en eten ook belangrijk. Geen uitgebreide maaltijden maar een lekker broodje of slaatje waar je slechts een beetje tijd voor nodig hebt. Ten onrechte denkt men vaak dat ontmoeting en veiligheid samengaan met luidruchtige constante muziek en videoschermen. Neen daar geloof ik niet in, maar af en toe een onverwachte act van dansers, muzikanten, koren, een comedian, goochelaar, clown etc.. kan het eentonige afroepen en aankondigen van treinen wel gezellig doorbreken.

Ziezo beste lezer en NMBS: gratis en voor niks wat inspiratie voor een nieuwe toekomst.

Ik ben benieuwd.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 124 : Openbaar vervoer: De trein

Beste Lezer,

Voor de overheid is het nu duidelijk: de NMBS moet beter doen.

Er ligt een nieuw beleidsplan op tafel dat in 2032 een feit moet zijn. Nu is 2032 nog wel een hele tijd; bij ons in de familie werd gezegd: “zo lang nog? Wie weet wiens hoofd zeer doet tegen die tijd.”

Maar laat ons eerlijk zijn: er is wel wat werk aan de winkel. Tenslotte heeft de NMBS nog maar net een 24-uursstaking achter de rug.

Nu we het openbaar vervoer stilaan weer meer gaan gebruiken is er onrust in de rangen. Er sputtert één en ander.

Net nu er treinen afgeschaft worden door een tekort aan personeel, spreekt men van een groter aanbod aan treinen.

Net nu men de treinreiziger er gewoon aan heeft gemaakt om ongeveer alles zelf te doen - van het nemen van een treinticket uit een machine tot en met, voor de volleerden, het digitaal bestellen en afprinten of scannen ervan- wil men van stations levendige en ontmoetende veilige ruimtes maken.

Beste lezer, loop eens even op een winter- of zelfs voorjaarsavond om 20.30u door een station: het is er doods, luguber stil. Meer nog: in de meeste stations kun je op die tijd niet eens meer naar het toilet (als er al één is). Ook op klaarlichte dag is er nog weinig reden om in het stationsgebouw te zijn: voor je ticket hoeft het niet meer en  daarbij is er zelfs in vrij grote stations nog maar één loket open. Ook een informatiebalie is nog zelden of helemaal niet te vinden. Indien er ergens in is geïnvesteerd, dan is het wel in de digitale informatieservice. Met de aaifoon in de hand ben je overal en meteen op de hoogte van de kleinste vertraging. Helaas, zonder internet of gsm ben je de klos. Jawel, er is werk aan de winkel. Ik geef toe dat ik die goede voornemens van het beleid met een korreltje zout neem.

Maar laten we niet kankeren en de zaak even opbouwend benaderen en meedenken. En dat doe ik graag in een volgende brief.

 Mvg,

 Frauke J.

Foto Herman Baert

Comment

Comment

Fraukebrief 123: ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig’: de zwakke weggebruiker.

Beste lezer,

Het is lang geleden, maar misschien herinner je je nog één van mijn eerste brieven waarin ik, fietster sinds jaar en dag, me plots zorgen begon te maken over al dat tweewielergerij op te smalle moordstroken. Laatst hoorde ik dat het aantal fietsongelukken drastisch is toegenomen, om over de step nog maar te zwijgen.

Triomfantelijk zou ik nu kunnen uithalen: ‘Zie je wel! Ik heb het lang geleden al gezegd’.

Maar neen, zo gemeen ben ik niet, of toch maar een beetje; waar meer mensen fietsen gebeuren meer ongelukken, dat was mijn eerste gedachte.

Wanneer ik echter tijdens het nieuws één of andere verkeersdeskundige hoor oreren ‘dat er meer ouderen met electrische fietsen rijden en deze mensen dus ook sneller rijden en vlugger iets breken’ als  verklaring voor bovenstaande - dan word ik furieus en vraag opnieuw: waar zijn we in godsnaam mee bezig?

Het is de rollen omdraaien! Inderdaad, er rijden meer ouderen electrisch, maar zelden zie ik ze in vliegende vaart door de straten sjezen. Onlangs zag ik op twee dagen tijd evenveel ongelukken: twee fietsers die tegen elkaar opbotsten en een voetganger die omver werd gereden op het zebrapad. En neen, het waren, op de voetganger na, geen ouderlingen.

Ik ben geen expert zoals die meneer op TV, maar wel een ervaringsdeskundige die dagelijks in het gewoel fietst. Nu er meer fietsers zijn is er  behoefte aan betere infrastructuur en meer verkeersregels voor fietsers. Kennis van het fietsreglement zou gekoppeld kunnen worden aan een fiets/stepbewijs, waarom niet.

Je rijdt bv.niet in de verkeerde richting op een fietspad, je stopt aan het zebrapad en laat de voetganger oversteken. Je doet niet alsof jij nu de koning(in) van de weg bent en al fietsend op het zebrapad oversteekt, je tikt niet aan je hoofd omdat iemand volgens jou te traag fietst etc…

Trouwens, ook aan dat fietsreglement mag behoorlijk wat gesleuteld worden: ik pleit voor maximum snelheden op smalle fietspaden, je zoeft met de auto toch ook niet door te nauwe straten. Over het inhalen en voorbijsteken valt ook wel wat te zeggen: inhalen met een bakfiets op een moordstrookje, bijvoorbeeld, is allesbehalve vanzelfsprekend. Fietsen met een mobieltje aan het oor: hoezo kan de fietser wat de autobestuurder niet kan? En traag fietsen is niet verboden.

En opleiding: het is een begin en zeker toe te juichen dat scholen er veel aan doen om kinderen goed te leren fietsen in het verkeer, maar volwassenen moeten eveneens dringend op rijles - en neen, ik heb het hier niet in de eerste plaats over de ouderen.

 

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 57: Wie P zegt moet Q zeggen: 'Wat we zelf doen doen we beter.'

Help je zelf dan help ik u

Beste lezer,

Laatst nam ik nog eens de trein want ‘de trein is altijd een beetje reizen’.

Ik dacht even snel aan te schuiven bij het enige loket dat open was. Aan het begin van de wachtrij stond echter een mevrouw die de wachtenden voorsorteerde: de complexe vragen waren voor het loket en wie gewoon een ticket nodig had werd naar de automaten verwezen.

Zelf Doen-10.jpg

U weet intussen, lezer, dat ik niet goed ben in automaten. Er waren er drie: één was buiten werking, bij een ander stonden twee mensen dus bleef er nog één over voor mij. In mijn haast had ik een verkeerde knop ingedrukt; wellicht lag het drama op mijn gezicht te lezen want een gedienstige beambte kwam naar mij toe. ‘Kan ik u helpen, mevrouw?’ Ik vertelde haar over de verkeerde knop en snel leerde ze mij hoe ik het juist moest doen. Bovendien was er nog een complicatie bijgekomen: er was ook een nieuw bancontact toegevoegd, ééntje dat sneller zou werken mits je er uiteraard de werking van kende. Ook al geen spek voor mijn bek dus. Ik was verheugd over de helpende NMBS-mevrouw en sprak haar mijn dank uit. ‘Eindelijk een organisatie die voor automatisering kiest en dat ook haar klanten wil leren’, zei ik. Maar na alle lof vroeg ik de dienstbare informatiebeambte voorzichtigjes of dat ene geopende loket tegelijk ook een besparingsmaatregel was. Diplomatisch antwoordde ze dat de NMBS wil automatiseren en dus wil inzetten op minder loketpersoneel  en meer personeel dat mensen leert hoe de automaten te hanteren. ‘Ja, maar is dit dat eigenlijk geen besparingsmaatregel?’, probeerde ik opnieuw. ‘Want wanneer iedereen het kan valt die functie toch weg?’

De dienstbare dame aarzelde maar zei dapper: ‘Ja, eigenlijk wel, maar we moeten mee met onze tijd’. Ze lachte vriendelijk. Ik bedankte haar voor de service en bedacht dat deze vrouw over een jaar wellicht werkloos zou zijn. Het was nog niet tot haar doorgedrongen, of misschien wel, maar dan in een boze droom.

Mvg,

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 43: Wie D zegt moet E zeggen: het nut van een zebrapad

Beste Lezer,

 Herinner jij je nog je eerste lessen in het verkeer? We mochten eindelijk even het muffe leslokaal verlaten en met de gehele klas trokken we de straat op. Dit bijzondere uitstapje werd begeleid door een man in uniform. Twee aan twee stonden we daar, in een lange rij, op het voetpad net voor het zebrapad. De politieagent vertelde ons over het nut van het zebrapad, en dat je daar als voetganger voorrang op had. Uiteraard wees hij ons eerst op het belang van eerst naar links en dan naar rechts kijken (of was het omgekeerd?).

Zebrapad-1.JPG

Nog dagelijks maak ik gretig gebruik van die ene plaats op de weg waar je, als voetganger, een beetje koning in het verkeer bent. Er zijn best wel veel heren en dames die vertragen aan het zebrapad en daardoor zien dat er voetgangers willen oversteken. Wat mij betreft zijn zebrapaden handige strepen op wegen waar snelheidsduivels minder kans maken. Ik weet het: het nut van het zebrapad wordt hier en daar in vraag gesteld, maar daarover een andere keer meer.

Nu doet zich echter een nieuw fenomeen voor: wie weinig of geen rekening houdt met de voorrang op het zebrapad is de fietser. Alle begrip voor de euforie van de fietser die eindelijk ruimte krijgt op de weg. Helaas lijkt het wel of de lompe autobestuurder van vroeger op de fiets is gekropen en je nu bijna overhoop rijdt op het zebrapad.

Gisteren nog liep ik door de hoofdstraat van onze stad, de scholen waren net uit en hordes fietsen en andere vehikels zwermden uit over de straat. Het kostte ons, voetgangers, behoorlijk wat tijd vooraleer we eindelijk konden oversteken. Het merkwaardige was echter: bussen en auto’s stopten, maar de fietsers niet, die schoten overal voorbij. Ik weet dat in bepaalde landen (daar hebben we het buitenland weer!) fietsers moeten stoppen aan plaatsen met voorrang voor voetgangers, of dat ze anders een extra verkeersles moeten volgen, boete inclusief. Na de les ‘eerst naar links en dan naar rechts kijken’ volgt nu misschien een extra les ‘ben je met de fiets bij het zebrapad, kijk eerst naar links en dan naar rechts of er iemand klaar staat om over te steken’.

 Mvg,

 Frauke J.

                                                                      

 

Comment

Comment

Fraukebrief 41: Wie B zegt moet C zeggen(4): Snelheidsduivels op de weg.

Fietsen&Snelheid-8.JPG

Beste Lezer,

 Hoorde u ook het bericht dat één van de grootste doodsoorzaken op de weg de snelheidsduivels zijn? Dat kwam stevig binnen bij mij. Spontaan dacht ik: ‘Hoe moet het dan met het groeiende aantal zwakke weggebruikers?’ Hoe hen te beschermen tegen snelheidsduivels en welk verweer is hier mogelijk?

Eerste reactie: heropvoeding van de bestuurders.

Al wie te snel rijdt wordt voor mijn part te voet naar huis gestuurd en mag dat nog een lange tijd blijven doen. Een kwestie van niet willen horen en dan maar aan den lijve voelen. Indien je dertig km te voet moet doen ontdek je ten volle wat ‘graag traag’ wil zeggen, wat ‘tijd’ en ‘haast’ met je doen.

Tweede reactie (misschien realistischer): hou de zwakke weggebruikers en de wagens uiteen.

In concreto: geen moordstroken noch fietssymbolen op de weg, maar echte fietspaden met een duidelijke afscheiding. Politici verwijzen immers graag naar ‘het buitenland waar ze alles efficiënter aanpakken’. Wel, laten we dan naar onze noorderburen kijken waar je veelal over een duidelijk afgescheiden fietsweg van dorp naar dorp kan fietsen. Of naar Denemarken waar de fietspaden achter de huizen liggen.

Derde reactie: indien we de auto’s nu eens dwingen om trager te rijden?

Er zijn zones waar dat min of meer lukt. Er zijn pogingen om opzettelijk een beetje chaos te creëren in de gedachte dat iedereen dan zijn verantwoordelijkheid neemt. Zoals in een Duits stadje waar de voet- en fietspaden in het centrum zijn genivelleerd om iedereen toe te laten dezelfde ruimte te gebruiken, met als resultaat heel erg vertraagd gemotoriseerd verkeer en vrijwel geen ongevallen meer.

Alarmerende bijgedachte: indien één van de weggebruikers dat niet doet, bv. de autobestuurder, dan is de zwakke weggebruiker wel de klos.

Hoe dan ook, alles staat of valt met het (her)opvoeden van de automobilist die zich aan snelheidslimieten leert houden en de zwakke weggebruiker niet negeert in het verkeer, en van de voetgangers en fietsers die dode hoeken en gevaarlijke manoeuvres leren mijden.

 

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 40 : Wie A. zegt moet B zeggen(3): Waar is de buschauffeur gebleven?

Beste Lezer,

 

Laatst schreef ik u nog dat het ‘busje niet altijd komt’, maar blijkbaar is er meer aan de hand: de bussen zijn voorradig maar het ontbreekt aan bestuurders.

Nu zou je denken dat in tijden, waarin mensen aangespoord worden de auto thuis te laten, een lijnbus een goed alternatief zou zijn. We kunnen niet allemaal en overal op de fiets of op andere al dan niet motorloze vehikels.

Wel nu: onlangs hoorde ik dat één van onze grote busmaatschappijen overweegt om nog meer bus trajecten te schrappen bij gebrek aan personeel. Jawel, er is gezocht naar buschauffeurs, de lat tot aanwerving is zelfs verlaagd: je hoeft geen rijbewijs te hebben, leert alles ter plekke, maar desondanks: happen weinig mensen toe.

In tijden van het stimuleren van het openbaar vervoer overweegt men dat openbaar vervoer hier en daar te schrappen. Is dat wel slim?

Fietsen%26Snelheid-6.jpg

Ik beklaag jou, reiziger die in Zussenbolder woont: winkels weg, post weg, pastoor weg, café weg en misschien ook wel de bus. Het idyllische platteland zonder openbaar vervoer lijkt me ook niet echt aantrekkelijk, en eigenlijk behoorlijk eenzaam.

Mijn gezond verstand zegt: waarom het beroep van buschauffeur niet aantrekkelijker maken? Om te beginnen doet een goed loon veel en dat lijkt sommige maatschappijen wel te lukken: waarom zou het niet kunnen bij ’s lands grootste?

Het installeren van een wellevendheidscode (ik weet het: klinkt ouderwets maar soms moet je oude codes opnieuw invoeren) voor reiziger en chauffeur: ‘ik snauw niet naar jou en jij blijft beleefd tegen mij’. Aantrekkelijke uurregelingen of extra verlof voor late shiften…koffiekoeken ’s morgens...Gratis busvervoer voor de chauffeurs en hun familie…Ik verzin maar wat, gewoon om aan te tonen dat de knappe koppen van de busmaatschappij toch meer creatieve ideeën kunnen hebben dan ‘afschaffen van trajecten van het openbaar vervoer’ in tijden van verkeersinfarcten en pogingen om auto’s terug te dringen.

Of blijven we vanaf nu allemaal thuis?

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 37: Wie A zegt moet B. zeggen (1): ‘De deelstep verdeelt (en heerst)’

Beste lezer,

Bovenstaande titel lokte mij een tijd geleden naar een artikel in een belangrijke krant.

Immers, ik ben blij dat het niet alleen ik ben die u opmerkzaam maakte op dit vehikel. Het rijdt niet alleen heel hard, zo’n step, het laat gebruikers ook met enige regelmaat verongelukken. Intussen is dit, voor sommigen dan toch, bijzonder handig vervoermiddel in grootsteden overal te vinden. Bij valavond struikel je er nog net niet over en liefst kom je er als voetganger of fietser ook niet mee in aanraking. Daar had diezelfde krant het heel recent ook nog over.

Ik kan me niet herinneren dat je vroeger met een ‘trottinette’ tussen de auto’s mocht laveren. Als kind reed je daarmee in de tuin of op de stoep rond in voorbereiding op het echte werk: de fiets. Van ‘speed’ was er al helemaal geen sprake. Nu mag je met deze dingetjes tussen voetgangers en in het verkeer. Het flintertje goede nieuws is dat de gebruikers zelf gevaarlijke plaatsen zijn beginnen aanduiden (tenminste: in één stad); dan toch een poging om op zoek te gaan naar meer veiligheid!

Wat er bij mij echter niet in gaat is waarom wij iedere keer opnieuw over dezelfde stenen struikelen vooraleer iets te ondernemen. Nog maar net zijn we erachter gekomen dat het dragen van een fietshelm werkelijk belangrijk is om de hersenen te beschermen bij een val, of we sturen mensen blootshoofds en zonder rijles met allerlei gemotoriseerd en rollend materiaal de weg op. En vaak is dit letterlijk: de weg op. Er is nog een lange weg af te leggen vooraleer er voldoende veilige, afgescheiden fietspaden zijn. En neen, op de rijweg een fietsje tekenen om een fietsstrook te suggereren: dat helpt echt niet.

Je hoeft niet bijzonder geleerd te zijn om te begrijpen dat dit de omgekeerde volgorde is. Het lijkt me eigenlijk logisch dat er eerst onderzocht wordt wie je waar  veilig de openbare weg op kan sturen, en vooral ook: waarmee. Dat er nagegaan wordt hoe je je best beschermt tegen ongevallen, en waar je het rijtuig kan parkeren. Vervolgens gieten we dat in een goede regelgeving en weg zijn wij.

Is dat nu werkelijk zo moeilijk?

 

Mvg.,

Frauke J.

 

 

Steps-1.JPG

Comment

Frauke brief 17: ‘Te voet kom je overal’

Comment

Frauke brief 17: ‘Te voet kom je overal’

Waar is het voetpad gebleven?

 

Beste lezer,

 

Ik weet niet hoe het met uw lichamelijke conditie gesteld is, maar de mijne kan af en toe een extra duwtje in de rug gebruiken. Daarom ga ik veel te voet.

Aangezien ik in een verkeersluwe (zo noemt men dat tegenwoordig) straat woon - niet ver van het station, dicht bij het centrum van de stad - is te voet gaan een goede oplossing voor mij. Zo haal ik de nodige stappen per dag.

Wij voetgangers zijn zwakke weggebruikers en zijn dan ook blij wanneer we op een goed aangelegd voetpad kunnen lopen. In een straat zoals de mijne, een verkeersluwe dus, is het verschil tussen de stroken voor fietsers, voetgangers en automobilisten niet zo duidelijk.

Nu de fietser meer en meer in het straatbeeld is verschenen, en er allerlei andere vehikels op wielen te zien zijn, weten we niet goed meer wie waar moet rijden of stappen. Zo gebeurt het al eens dat, wanneer ik de deur uitkom, er een fietser voorbij flitst, of een skater langs mijn voordeur raast. Onlangs maakte ik mee dat een fietser mij bijna aanreed; hij remde fors en riep ‘Ik rij hier wel hé’ en waarop ik verbaasd ‘Maar waar moet ik dan lopen? Het is hier wel voor mijn deur zeg!’ en hij ‘Dat is uw probleem! De straat is van iedereen’. Dit om maar te zeggen dat er ook  iets mis is met de pikorde. Voorheen waren fietsers en voetgangers solidair ‘de zwakke weggebruikers’. Sinds er veel fietsers en mensen in/op andere vehikels zijn is dat niet meer zo.

Op verkeersluwe plaatsen gaat men ervan uit dat iedereen zijn gezond verstand zal gebruiken: daarom zijn er vaak ook geen zebrapaden meer. En werkelijk: dat werkt wel, maar er zijn altijd haantjes en hennetjes die met haast en spoed de trage weggebruiker van de weg willen maaien. Of autobestuurders die nog altijd niet door hebben dat ze geen koning(in) meer zijn in het verkeer. 

Daarom pleit ik ervoor om de voetganger blijvend een stoep, een voetpad of eigen duidelijke strook te geven. En dat het duidelijk is voor iedereen dat deze strook enkel en uitsluitend voor de voetganger is bestemd. Ik pleit voor duidelijke oversteekplaatsen voor voetgangers.

Met andere woorden ik ben een pleitbezorger voor de ‘zwakke weggebruiker’ die de voetganger is.

Mvg.

Frauke J.

Comment