Viewing entries in
duurzaamheid

Comment

Frauke Jemandbrief 154: Hier klopt iets niet: Morsige taal!

Beste Lezer,

 

Is het nu op straat, in de trein of op een terras, soms ben je ongewild medeluisteraar van andermans gesprekken.

Zo hoorde ik onlangs een dame een andere dame, die ze blijkbaar lang niet gezien had, vragen: ‘En hoe gaat het nu met jou?’ ’Oh ça va’ klonk het antwoord ietwat vlakjes. De rest van het gesprek is me ontgaan, maar ik begreep dat deze vrouw liet weten dat het wel ging met haar. Ca va is een oorspronkelijk Franse uitdrukking die je tegenwoordig ook bij ons veel hoort. In het Frans wordt er meestal iets aan toegevoegd: ça va bien, merci, of ça ne va pas en ga zo maar door: dat klinkt levendiger dan onze vervlaamste lauwe ça va, door de toevoeging weet je minstens iets meer.

Hier lijkt het af en toe of we ons niet durven uit te spreken, we met ça va geen mening hebben:

‘Past de kleur van mijn bloes bij mijn rok?’ ‘Ça va.’

‘Was het een leuk feestje? ‘Het was een çavafeestje.’

‘Hij had een çavarapport.’

En de vraag ça vakkes? doet bij mij de deur dicht.

 

De laatste jaren hebben we wel meer van die populaire uitdrukkingen die in feite noch mossel noch vis zijn, neem nu ‘het is wat het is’… Dit is, niet toevallig, een relativerend gezegde dat past in moeilijke tijden.

Wel is het wat lastig dat het te pas maar ook te onpas gebruikt wordt, en soms vraag ik me af wat de betekenis er echt van is. Ik neem aan dat hier wordt gezegd: ‘het is nu eenmaal zo’.

Relativerend, dat wel, maar tegelijk sluit je hiermee elke verdere kans tot discussie uit. Iemand windt zich op over de oorlogsmisdaden in Gaza, over zijn/haar te laag loon, de lange wachttijden in de ziekenhuizen en krijgt te horen: ‘tja, het is wat het is’…Kunnen we ons bij zulke ingrijpende thema’s wel tevredenstellen met een dergelijke dooddoener? Wat mij betreft: ‘het is niet wat het is’, het is godgeklaagd.

Of neem nu die andere modieuze uitdrukking: ‘komt goed’, ook deze wordt te pas en te onpas gebruikt. Wat als de kans bestaat dat het niet goed komt met het klimaat? Wat als vredesgesprekken in de oorlog alleen maar leiden tot een verdere wapenwedloop? Hoeveel mensen zullen zich dan met ‘komt goed ‘zwaar bekocht voelen?

Wanneer je regelmatig aan je deur staat en daar een praatje maakt dan hoor je toch ‘t één en ‘t ander. Vroeger werd gezegd ‘draai zeven keer je tong in je mond vooraleer je spreekt’, daar pleit ik nu nog voor. Wat willen we werkelijk zeggen met gepaste woorden en laten we onszelf en de anderen vooral geen blaaskes wijsmaken.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 150: Wat we zelf doen doen we beter? (2)

Beste Lezer,

 

Hier ben ik dan met mijn 150ste brief. Ik was me er niet van bewust dat er zoveel te vertellen viel over het reilen en zeilen in ons kleine landje!

Neem nu ons openbaar vervoer, daar geraak ik maar niet over uitgepraat: je zou toch denken dat in de ijver voor minder autogebruik dit één van onze prioritaire aandachtspunten zou zijn.Ik verbaas me echter nog elke dag over de kromme redeneringen die de dienstverlenende sectoren, zoals de spoorwegen, ten beste geven; ik zou het zelfs fake news durven noemen.

“Aangezien zoveel procent van ons cliënteel online tickets bestelt sluiten we x-aantal loketten of houden we ze slechts enkele uren per dag open”.

Wat is er krom in deze redenering?

Eerst doet de NMBS extra haar best om mensen te leren een ticket aan de automaat te kopen, vervolgens beperkt ze het aantal loketten zodat, wie dat kan, denkt ‘Ik kan het maar beter online of een automaat proberen ipv in de wachtrij te staan’.

Et voilà: je hebt de doorsneereiziger waar je hem hebben wil. Dus sluiten maar die handel, want we hebben weinig klanten. Leven we binnenkort ook in een wereld zonder kleding- en voedingswinkels, want ook dat wordt veel online gekocht?

En bovendien: is de NMBS niet de afkorting van Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, die instaat voor het vervoer van goederen en diensten over het spoor?

Foto: H.Baert

Ik kan moeilijk geloven dat een nationaal dienstverlenend bedrijf tot taak heeft enkel die reizigers te vervoeren die mee zijn met de digitale wereld en dat de rest, die geen ticket heeft, extra beboet wordt op de trein of zich maar niet meer moet verplaatsen. Je bent er als nationale vervoersmaatschappij toch voor alle reizigers? Zelfs in privébedrijven is de klant koning.

Een tweede kromme redenering: er wordt enkel over ticketverkoop gesproken, maar waar gaat de klant naartoe voor alle andere dienstverlening? Informatie, sociale controle, verloren voorwerpen, klachten, bagagebewaring…

Heb je een klacht: ga online. Ben je iets kwijt: vul online een formulier in. Word je belaagd: bel een noodnummer. Ben je bestolen idem en dien online een formulier in. Werkt de lift niet: zoek het zelf uit of scan de QR-code voor hulp.

En aangezien je je kleine of grote behoefte niet ‘online’ kunt doen heeft men ook daar iets op gevonden. Wees gerust, lezer, de toiletten blijven (hier en daar toch). Maar stilaan worden de wc-dames weggetoverd en vervangen door automaten bij de ingang. Heb je niet het gepaste muntstuk of geen smartphone, kom je uit het buitenland of snap je het systeem niet, tja, dan heb je pech. Misschien verdwijnt straks ook de toiletdame, binnenkort ons laatste menselijk contact in dat lege soms grote gebouw ‘station’ genaamd.

Foto: H.Baert

Begrijp me niet verkeerd: ik ben er niet op tegen dat menselijke dienstverlening ondersteund wordt door digitale. Nu is het meer en meer de omgekeerde wereld: de menselijke dienstverlening verdwijnt en de digitalisering neemt het over. Een zeer kwalijk gebeuren, vooral omdat men laat uitschijnen dat dit de wens van de reiziger is.

 

Mvg,

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 125 : Openbaar vervoer: De trein (vervolg)

Beste lezer,

Ook al lijkt tien jaar een eeuwigheid en weten we niet hoe het land er tegen die tijd uitziet: laten we alvast de koe bij de horens vatten (of op de trein springen), en ijverig meedenken met de NMBS over het nieuwe beleidsplan. De trein moet nu éénmaal blijven rijden,  hoe meer des te beter.

Laat ons beginnen met het zoeken naar treinbestuurders, daar hebben jij en ik meteen baat bij.

We boren enkele stevige bronnen aan: je kunt ze niet op je vingers tellen, de mannen die op hun zolder of in de kelder, tot in het kleinste detail, hele treinwerelden bouwen. Ik heb me altijd al afgevraagd of het de gemiste grote droom is van die bricoleurs om zelf een trein te mogen besturen. Hetzelfde met de mensen die oude treinen opnieuw op de rails proberen te krijgen en het nostalgiespoor berijden.

Een aantal maanden geleden las ik dat ook meer en meer vrouwen kiezen voor een job bij het spoor. Ze zijn dan meestal rangeerder of begeleider, maar er zijn beslist ook heel wat vrouwen die voor bestuurder willen  kiezen.

En een derde bron die voor de hand ligt: ik zie veel mensen van kleur als reiziger maar weinig of niet als personeelsleden. Wel zijn er veel taxichauffeurs met andere roots, zouden sommigen niet ook graag een trein besturen? Geef al die mensen een degelijke opleiding en voilà: deze klus is bijna geklaard.

Dan is er nog het station als veilige ontmoetende ruimte.

Laat ons beginnen met de vraag in welk soort station wij ons thuis zouden kunnen voelen.

Wie of wat maakt een station levendig en biedt een gevoel van veiligheid? Juist, mensen.

Om te kunnen ontmoeten moeten er mensen zijn. Nu is de moeilijkheid dat de reizigers zelf meestal slechts luttele tijd in een station blijven, tenzij de trein vertraging heeft. Dit laatste kan echter zeker niet de bedoeling zijn van een goed werkende NMBS.

Belangrijk is dus dat er ook mensen zijn die daar hun vaste standplaats hebben en een service verlenen.

Niets is immers ongezelliger dan een station met alleen maar kastjes in de muur. Enkele loketten openhouden waar iemand je kan voorthelpen met tickets, je wegwijs maakt in de stationsdoolhof, je vraag of klacht kan noteren: dat lijkt me geen overbodige luxe. Basisvoorzieningen, zoals toiletten, open houden tot laat in de avond. Enkele personeelsleden die een oogje in het zeil houden om boertige reizigers tot de orde te roepen, zelfs buiten te zetten, en die onmiddellijk hulp kunnen inroepen lijkt me in deze tijden ook zinvol. Het hoeven geen agenten te zijn, want dan denk je aan gevaar, een vriendelijk opschrift: in de trant van ‘waarmee kan ik je helpen?’, ‘bij mij ben je veilig’ ..ik zeg maar iets: dat zou het veiligheidsgevoel bevorderen.

Dan zijn er nog de factoren levendigheid en ontmoeting. Ik zou beginnen met aangename wachtruimtes waarin naast de Metro ook wat magazines liggen en informatiebrochures over de plaats waar men zich bevindt. Graag een aangeklede wachtruimte met wat kleur of, waarom niet: af en toe een tentoonstelling. Ik hoorde ooit iemand zeggen dat schoonheid het beste in de mens naar boven haalt.

Stille hoekjes waar je een tukje kunt doen afgewisseld met gezellige praathoeken, kaarttafeltjes of schaakborden en tekenruimte voor de kleinen. En uiteraard is koffie en eten ook belangrijk. Geen uitgebreide maaltijden maar een lekker broodje of slaatje waar je slechts een beetje tijd voor nodig hebt. Ten onrechte denkt men vaak dat ontmoeting en veiligheid samengaan met luidruchtige constante muziek en videoschermen. Neen daar geloof ik niet in, maar af en toe een onverwachte act van dansers, muzikanten, koren, een comedian, goochelaar, clown etc.. kan het eentonige afroepen en aankondigen van treinen wel gezellig doorbreken.

Ziezo beste lezer en NMBS: gratis en voor niks wat inspiratie voor een nieuwe toekomst.

Ik ben benieuwd.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J.brief 45 : Wie E zegt moet F zeggen: Help we verzuipen

Beste Lezer,

Het begint eindelijk een beetje te winteren, en dat werd tijd! Het is inmiddels al een heel eind in november. Hier en daar gaat dat gepaard met erg slecht weer, en in het buitenland met de nodige waterellende. Hebt u onlangs ook die hallucinante beelden van de overstroomde stad Venetië gezien, lezer? Toeristen dobberden er rond met plasticzakken om de benen. De nog overblijvende Venetianen maakten zich intussen grote zorgen om hun mooie stad. Winkeliers hadden de handen vol met water hozen uit hun souvenirshops. Intussen stroomde het via een andere weg terug naar binnen. Het was dweilen met de kraan open. Ik vroeg me af hoe het binnenin de huizen en hotels moet hebben uitgezien. In de krant las ik dat naast Venetië nog wel meer steden, zoals Tokio en New York, in aanmerking komen voor verdrinking. En vertel me niet dat dit niets met het klimaat te maken heeft!

CRUISE.JPG

Een aantal maanden geleden zag ik nog de macabere beelden van gigantische cruiseschepen die door de klotsende wateren van de stad Venetië mochten varen. Toen al zag je de golven, die een dergelijk schip maakt, op de wandelpaden terechtkomen. Onvoorstelbaar toch dat men zoiets toelaat terwijl de stad het water al aan de lippen staat. Bij het zien van de recente overstromingsbeelden bedacht ik dat men ooit van de nood een deugd zal moeten maken. Wanneer Venetië werkelijk verdrinkt dan worden de mastodontschepen, die nu de notendoppen van gondels verdringen, misschien wel arken van Noah. Het is geen slecht idee om nu al zo’n schip te enteren. In hun nood vinden toeristen en Venetianen dan een trieste toevlucht op zo een drijvend flatgebouw. Dan zullen deze laatste toch nog enig nut hebben gehad voor een verdrinkende stad.

 

Mvg,

 

Frauke Jemand

 

Comment

Comment

Fraukebrief 41: Wie B zegt moet C zeggen(4): Snelheidsduivels op de weg.

Fietsen&Snelheid-8.JPG

Beste Lezer,

 Hoorde u ook het bericht dat één van de grootste doodsoorzaken op de weg de snelheidsduivels zijn? Dat kwam stevig binnen bij mij. Spontaan dacht ik: ‘Hoe moet het dan met het groeiende aantal zwakke weggebruikers?’ Hoe hen te beschermen tegen snelheidsduivels en welk verweer is hier mogelijk?

Eerste reactie: heropvoeding van de bestuurders.

Al wie te snel rijdt wordt voor mijn part te voet naar huis gestuurd en mag dat nog een lange tijd blijven doen. Een kwestie van niet willen horen en dan maar aan den lijve voelen. Indien je dertig km te voet moet doen ontdek je ten volle wat ‘graag traag’ wil zeggen, wat ‘tijd’ en ‘haast’ met je doen.

Tweede reactie (misschien realistischer): hou de zwakke weggebruikers en de wagens uiteen.

In concreto: geen moordstroken noch fietssymbolen op de weg, maar echte fietspaden met een duidelijke afscheiding. Politici verwijzen immers graag naar ‘het buitenland waar ze alles efficiënter aanpakken’. Wel, laten we dan naar onze noorderburen kijken waar je veelal over een duidelijk afgescheiden fietsweg van dorp naar dorp kan fietsen. Of naar Denemarken waar de fietspaden achter de huizen liggen.

Derde reactie: indien we de auto’s nu eens dwingen om trager te rijden?

Er zijn zones waar dat min of meer lukt. Er zijn pogingen om opzettelijk een beetje chaos te creëren in de gedachte dat iedereen dan zijn verantwoordelijkheid neemt. Zoals in een Duits stadje waar de voet- en fietspaden in het centrum zijn genivelleerd om iedereen toe te laten dezelfde ruimte te gebruiken, met als resultaat heel erg vertraagd gemotoriseerd verkeer en vrijwel geen ongevallen meer.

Alarmerende bijgedachte: indien één van de weggebruikers dat niet doet, bv. de autobestuurder, dan is de zwakke weggebruiker wel de klos.

Hoe dan ook, alles staat of valt met het (her)opvoeden van de automobilist die zich aan snelheidslimieten leert houden en de zwakke weggebruiker niet negeert in het verkeer, en van de voetgangers en fietsers die dode hoeken en gevaarlijke manoeuvres leren mijden.

 

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

FraukeJ. Brief 5 'Iedereen op de elektrische fiets'

Frauke_Fiets-18.jpg

‘Iedereen op de elektrische fiets’

 

Beste Lezer,

 

Onlangs las ik enkele artikels waarin het snel en efficiënt fietsen wordt aangeprezen, begrijpelijk in een wereld van ‘hard werkende mensen’. Men spreekt van het aanleggen van fietssnelwegen - of zijn ze er al? Over de elektrische fiets wordt gesproken alsof het een alternatieve auto is.

Het lijkt erop dat het ‘rapraprap’ nu bij de fietser wordt gelegd.

Tegelijk pleiten we al jaren voor het verlangzamen van het verkeer. Hoe langer ik leef hoe meer ik zie hoe we onszelf soms tegenspreken. Indien je het mag geloven snort heel Vlaanderen binnenkort rond op een elektrische fiets. ‘Snort’ schrijf ik, en neen, je hoort  zo’n fiets niet snorren maar toch zoeft hij plots langs je heen. Een snorfiets hoorde je nog afkomen, je had er een extra rijbewijs voor nodig en diende een helm te dragen. Het lijkt alsof er delen uit ons collectief geheugen verdwijnen. Ik snap niet dat die knappe koppen in de politiek niet verder  kijken dan hun neus lang is. Mijn gezond verstand vertelt me nu al dat er binnenkort een nieuw soort ongevallen zal ontstaan nl. e-fietsers die botsen op fietsers en voetgangers. Meer nog: ik heb het in mijn eigen straat al zien gebeuren. Meer nog er werden onlangs in de krant al meer ongevallen met fietsers gesignaleerd!

Beste lezer: vraagt u zich ook wel eens af waar de trage weggebruiker binnenkort nog wandelt, loopt of rijdt? Ik wel.

Opnieuw schiet me een flard van een lied te binnen: ‘Hoe sterk is de eenzame fietser…?’

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

'Iedereen op de fiets'

Frauke_Fiets-47.jpg

Frauke brief 2

 

Beste lezer,

 

Onlangs stapte ik opnieuw op de fiets, dat het was lang geleden…

Er flitsten liedjes door mijn hoofd: ‘Fietsen op de heide….jij en ik alleen..’ en  ‘Hé kleine meid op je kinderfiets..’ . Ze deden me denken aan vroeger, aan mijn kindertijd.

 Vroeger, beste lezer,  fietste ik veel.

We fietsten met het hele gezin, want we hadden geen auto. Mijn eerste  fietsdagtocht herinner ik mij als één lange valpartij: ik schampte af op een stoeprand, viel over een uit stekende boomwortel en ik reed mijn eigen zus omver. Fietsbehendigheid was niet echt mijn talent: ik heb het letterlijk met vallen en opstaan geleerd. In die dagen werd niet zoveel gereisd: hoogstens twee keer per maand gingen we op uitstap met de fiets, te voet of met de bus. Verder gebruikten we de fiets om boodschappen te doen, familie te bezoeken.

Later fietsten wij, jonge meisjes, langs het kanaal naar school.

We fietsten traagzaam langs het water, haalden de vrachtboten in. We leerden het leven van de schippers op de vaart kennen. Jongens reden in ons kielzog. Fietsen begon leuk te worden.

Nog later fietste ik naar mijn werk, ik had dan wel een auto maar geen rijbewijs.

Rijden van en naar het werk was een verpozing. Er waaide rust door mijn hoofd.

Fietsen was verlangzamen, gaf mij een gevoel van vrijheid, misschien te vergelijken met hoe een zeiler zich op zee voelt. Je verstand op nul waardoor juist dan een nieuwe wind waait.

Vandaag heeft fietsen een ander élan gekregen, maar daarover meer in een volgende brief.

 Mvg,

 Frauke J.

 

 

Comment