H.Hesse brief 3 Leuven, maart 2018
Dierbare Hermann,
Wat is het wezen van de poëzie? Maurice Gilliams vroeg het zich af, Rilke ook en met hen zovele anderen. Ook vandaag blijft deze vraag aan de orde. De poëzie heeft een bijzondere relatie met datgene wat realiteit en niet-realiteit is. “Het dagdagelijkse nuchtere verdwijnt en maakt plaats voor de fenomenale realiteit van de verbeelding”, aldus M.G.
U ziet het als een deel van het lijden van de dichter, die geen poging onderneemt om te ontsnappen aan de realiteit maar wel om op zoek te gaan naar ‘het vanzelf schone’. Die weg, de ontdekkingstocht is vaak een bijna onbegaanbaar pad voor u. Via één van de protagonisten in uw roman, ‘Het kralenspel’, illustreert u dit:
In ‘Het Kralenspel’ geeft Pistorius zijn vriend de raad om dromen te hebben. “Ik zeg je: leef ze, die dromen, speel ze, richt altaren voor ze op. Het is nog niet het volmaakte maar het is een weg. Binnen in ons moeten wij de wereld dagelijks vernieuwen, anders zijn we verloren…” De verbeelding, de droom die ons helpt om onze innerlijke wereld te vernieuwen, om stabiliteit te vinden in de chaos van de realiteit: die stelt ons in staat om poëzie te maken, humor, beelden en verhalen te vertellen. Het scherpt onze blik.
Tegelijk zijn er de paradoxen in uw werk:
“Een mens moet zijn droom vinden. Maar je moet geen droom willen vasthouden.” U wandelt in de wereld van het licht en het duister, laat uw romanfiguren het Goddelijke en het duivelse vereren. Realiteit en fantasie vloeien af en toe naadloos ineen. Waar houdt de werkelijkheid op en begint de fantasie? Waar eindigt de romanfiguur, en waar begint de schrijver Hesse? U maakt de lijn tussen uzelf en de romanfiguur soms erg dun:
“De wereld van het vuur was niet het domste wat is uitgevonden, de dromen daarbij, de werkelijkheid, de verlatenheid. De grens verflauwt tussen het innerlijke en het uiterlijke. De ontdekking hoezeer onze ziel betrokken is bij de schepping van de wereld. Alles wat in de natuur aanwezig is is al voorgevormd. In ons binnenste manifesteert zich dit als liefde en scheppingskracht. Er is geen andere scheppingskracht dan deze die wij in ons hebben.”
Met uw eigen woorden besluit ik deze brief.
Zeer genegen,
Chantal Sap