Beste Lezer,
Oorlog is van alle tijden: het is een gekende platitude en tegelijk ook waar, vermoed ik.
Wanneer we terugkijken op de twintigste eeuw zien we dat er meerdere oorlogen zijn uitgevochten en zelfs onze eigen (over)(groot)vaders/moeders hebben één of twee oorlogen van zeer nabij meegemaakt. Geweld en vechten om de macht, om een lap land: het is, hoe absurd ook, blijkbaar des mensen. Maar mensen worden er ook angstig, opstandig en zelfs depressief van, vooral wanneer die oorlogen, zoals nu, dicht bij onze deur worden uitgevochten.
Wat mij bij al dat geweld het diepst treft is de wreedheid. De laatste jaren lijkt het of niets of niemand nog ontzien wordt. Is dat altijd zo geweest? Ik ben geen experte maar op mij komt het over alsof vroeger gemaakte afspraken over oorlogsvoering zomaar met de voeten getreden worden. Niet enkel strategische doelen worden geraakt ook meer en meer onschuldige mensen. Vluchtelingen worden in bussen gestopt, gave en goed achterlatend, of, nog erger: van het kastje naar de muur gestuurd, hun weinige bezit meesjouwend. De basisnoodhulp zoals medische zorg, voedsel, elektriciteit, water wordt de burger onthouden. We zien dagelijks beelden van vaders en moeders met dode kinderen in hun armen. We zien jongeren getuigen over het verlies van ouders, broers, zussen. Sommigen zagen hun hele gezin uitgemoord worden.
Naast de tragedie van het verlies vraag ik me af wat voor volwassenen deze kinderen en jongeren, die opgroeien met onmenselijk geweld, zullen worden? We spreken dan nog niet van de broodnodige opvoeding en scholing die ze moeten missen.
Ik voel me laf maar ik kan het amper aanzien, deze ontmenselijking went niet. Wij, die de wreedheden dagelijks op ons scherm zien, dreigen filters op onze ogen te plaatsen om niet geconfronteerd te worden met deze mensonwaardige beelden. Door weg te kijken verliezen wij op onze beurt onze waardigheid en menselijkheid.
Dat baart me zorgen.
Op hier en daar wat actiegroepen na is er weinig animo om dit geweld aan te klagen. Meer nog, bewapening en oorlogstaal zijn het nieuwe normaal, en spreken over ‘vredesgesprekken’ op welk front ook lijkt bijna verdacht, of vergis ik me?
Maar ’s avonds, in de stilte van mijn huiskamer, bij het zien van al die wreedheid en het ervaren van mijn eigen onmacht vraag ik me stilletjes af: hoe zit dat met onze ‘beschaving’? Het woord ‘beschaving’ heeft te maken met verfijning, schaven aan het ruwe… Ik dacht ook dat beschaving met cultuur (welke dan ook), normen en waarden, nakomen van afspraken, waarachtig mens zijn te maken had. Het lijkt wel of dit allemaal niet meer van tel is en het barbaarse mag zegevieren .
Blijven ijveren voor het behoud van een beschaving en waardig mens zijn in het besef dat ‘geweld al eeuwen ook des mensen is’ : hoe komen we uit dit dilemma?
Mvg
Frauke J.