Foto H.Baert: Beeld in de Leuvense Kruidtuin: Zittend meisje Lydia Stefani
Beste Lezer,
Tussen de berichten over regeringsvorming, Trumpiaanse onheilsbeslissingen en oorlogscorrespondentie door las ik dat de jaarlijkse aandacht voor de poëzie is opgestart.
Het thema dit jaar: ‘Het lijf’, en mits wat poëzieaankopen krijg je de bundel ‘Plakboel’ cadeau. Ben ik zo vervreemd van de poëzie dat de titel ‘Plakboel’ me niet direct aanzet tot het lezen van deze bundel alhoewel er wellicht mooie gedichten in staan. De titel doet me denken aan tafels vol knutselspullen, kelders vol houtlijm, kortom: ‘een boeltje’. Misschien ben ik in veler ogen een wat naïeve romanticus gebleven, of een fantaste, maar ‘het lijf’ brengt mij dichter bij titels als ‘Kom naast me liggen’ en ‘ik wil je aanraken’, maar wellicht klinkt dit niet langer origineel of te cliché. Hoe dan ook: wat mij betreft liever ‘lijfelijkheid’ dan ‘lijf’, en liever spelende mensen dan nuchtere passages uit de biologieles.
Toch begrijp ik wel dat in deze emotionele ijstijd er gezocht wordt naar iets zachts en warms als thema, zoals een ‘lijf’. Alleen heb ik soms het gevoel dat we door de kantelingen in de wereld ontstellend nuchter worden en de poëzie, ondanks vele goede bedoelingen, langzaam maar zeker uit ons leven verdwijnt.
Ik vraag me af of dit ook ingegeven is door onze vele contacten in de virtuele wereld: dat de woorden en dingen hun oorspronkelijkheid en ja, ook poëzie verliezen.
Ik neig er meer en meer toe te denken dat dit zo is.
Hoeveel mails van onbekenden beginnen niet met: Hoi Frauke, Hallo Frauke, Dag Frauke…zelfs de Vlaamse Overheid permitteert het zich mij met mijn voornaam aan te spreken.
Er gaat Iedere keer een licht schokje door mij heen wanneer organisaties mij aanspreken met mijn voornaam. Kent u mij, denk ik dan, want door deze familiaire aanspreking lijkt het alsof ze mij al jaren kennen, en toch is dat niet zo. Eigenlijk is dit fake news.
Nog meer poging om mij in de digitale wereld dichterbij te halen vind ik in aansprekingen als deze: “Hallo Frauke hoe gaat het met je….” , “Frauke we missen je”….Er wordt een illusie van vertrouwelijkheid of nabijheid gesuggereerd die, wat mij betreft, een vorm van ongewenste intimiteit is. En toch blijken we het te aanvaarden als de gewoonste zaak van de wereld, niemand spreekt hier over Me Too.
Echter: je voornaam, die je doorgaans bij je geboorte door je familie gegeven is, is iets intiems, een voornaam gebruiken is voorbehouden aan mensen die mij kennen. De aanspreking ‘Beste Mevrouw …’ schept de gewenste afstand en klinkt helemaal anders dan “Hoi Frauke”.
Met het uitspreken van de voornaam van iemand die je kent begint eigenlijk de poëzie van de ander. Spontaan moet ik nu denken aan de film ‘Call me by your name’, en daarmee zijn we weer heel dicht bij het thema van de poëzieweek gekomen. Of toch zeker bij ‘lijfelijkheid’ en het cirkelen rond de liefde en vriendschap tussen twee mensen.
Mvg,
Frauke J.