Viewing entries in
mijmeringen

Comment

Frauke Jemandbrief 153: ‘Hier klopt iets niet’: Dienstverlening

Beste Lezer,

Soms kan ik er niet echt de vinger op leggen, maar af en toe bekruipt mij dat gevoel: hier klopt iets niet. De voorbije twintig à dertig jaar is er echt werk gemaakt van een behoorlijke infrastructuur om een zo goed mogelijke dienstverlening te verzorgen.

Neem nu de middelgrote en grote treinstations: ze hebben een facelift ondergaan. In de vernieuwde stations is duidelijk moeite gedaan om zich aan de tijd aan te passen: ruime wachtzalen met hippe stoeltjes, hier en daar een winkeltje. En toch klopt er iets niet: de stations zijn meer doorloop- dan inloophuizen geworden, het is vrij leeg in de cleane wachtzaal en winkeltjes komen en gaan. Aan de vernieuwde toiletten staan betaalautomaten, de vertrouwde toiletdames zijn vervangen door een amalgaam van onderhoudsmensen die eveneens komen en gaan. Stations komen meer en meer negatief in de krant als oorden van geweldsincidenten en drugshandel. Het gebouw dreigt een lege huls te worden, de loketten tot het minimum herleid.

Foto H.Baert

Ook de banken hebben hun best gedaan om hun klanten in mooie en goed verzorgde gebouwen te ontvangen. En toch klopt ook hier iets niet: onder het mom van digitale dienstverlening werden de bankdeuren gesloten, de betaalautomaten afgeschaft. Wanneer je nog eens in zo’n glanzend filiaal kantoor zie je vooral lege kantoortjes en je vraagt je af hoelang het nog zal duren vooraleer hier, net als bij de kerken, naar een herbestemming wordt gezocht.

 Laatst sprak een pas verhuisde vriendin mij aan met de vraag waar ze terecht kon om haar ziekteverzekering in orde te brengen, ik verwees haar naar het mij bekende adres, maar toen bleek dit tot het minimum herleid. In één beweging was ook de zorgwinkel verdwenen, want je kan alles online bestellen. Ook toen dacht ik: hier klopt iets niet.

 Wat niet klopt is dat wij mensen meer en meer in een digitale wereld worden neergezet: je bestelt je ticket online, je betaalt het toiletgebruik aan de automaat, je wordt door de bank aangemoedigd om alles met de bankapp te doen: ‘het is zo gemakkelijk en gaat zo vlug’. Je medicatie komt op je identiteitskaart en zorgmateriaal bestel je toch online, dat is zo gepiept.

 Nu ga ik niet beweren dat digitale dienstverlening sommige zaken niet eenvoudiger maakt. Helaas wordt onder het mom van digitale efficiëntie iets over het hoofd gezien: de menselijke factor. Wat niet klopt is de meer en meer ontbrekende menselijke aanwezigheid en het vertrouwde gevoel dat dit met zich meebrengt. Waarom zou je in het station je pakjes gaan ophalen als amper nog één levende ziel aanspreekbaar is? Waarom zou je je naar een bankkantoor laten lokken wanneer je straten of kilometers ver moet lopen om aan je eigen geld te geraken. Hoe kan je als zorgbehoevende online voelen of deze of gene wandelstok goed in je hand ligt, deze leesloep met met 1,8 vergroting je wel helpt om beter te kunnen lezen.

 Wat niet klopt is dat schijnbaar alles vanzelf gaat in de digitale wereld terwijl er in werkelijkheid een drempelverhoging is. Drempelverhoging voor mensen die niet bekend zijn met de digitale wereld, zegt men, maar er is meer aan de hand.

Wat niet klopt is dat in de digitale wereld de menselijkheid zoek is: het vertrouwde advies, de broodnodige informatie maar ook het luchtige weerpraatje, het menselijke klagen en zagen, het onaffe. Het is net die menselijkheid die het gebouw doet leven. En leven, dat is menselijke warmte, veiligheid, soms een hoek af… Wanneer je voortdurend gevraagd wordt om te ‘scannen’ voel je je stilaan zelf een robot.

Mag het een wonder heten dat de beste vriend(in) van jongeren de IPhone is?

Beste lezer, hier klopt iets niet, heb jij ook dat gevoel?

 Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemand nieuwjaarsbrief: Achter- en vooruitblik

In het jaar 2005 ontmoette ik, in een straat van de stad waar ik destijds regelmatig kwam, een vrouw. Ze stond in de deuropening en sprak mij aan. De vrouw, laten we haar J noemen, had al een groot stuk leven achter de rug. Ze wist veel over het reilen en zeilen in haar straat: ze kende bijna alle mensen die haar deur voorbijgingen bij naam. Over veel actuele thema’s had deze vrouw een uitgesproken mening. Ze had een mening over de politiek in eigen land en in de wereld.  Ze praatte over klein en groot nieuws, over goed en kwaad. Veel mensen liepen haar achteloos voorbij, zodat het soms leek alsof ze tegen zichzelf praatte. Ik bedacht dat zij op haar manier een buurtwerkster, het geweten, de spiegel van haar straat, haar wijk en verder was.

Het stemde mij mismoedig dat deze vrouw geen stem, geen forum had om van zich te laten horen. J. kreeg van mij een eigen leven als ‘Frauke Niemand’. Voor mij stond ze symbool voor de vele naamlozen in vele straten in nog meer steden.Later verandere ik Frauke Niemand in Frauke Jemand: omdat een niemand ook een iemand is.

Ook in 2024 blijft Frauke J. haar mening en mijmeringen, via brieven en met foto-ondersteuning van Herman Baert, niet onder stoelen of banken steken.

Chantal Sap

Beste Lezer,

 

Tussen wind en regenvlagen, tussen voorbijdrijvende donkere wolkenmassa’s, hier en daar oplichtend wit, tussen Kerst en Nieuwjaarsvieringen schrijf ik je deze brief.

Graag was ik met een luchtige, vrolijke noot begonnen; helaas kan ik aan ‘de verbazing’ en ‘de schaamte’ niet voorbij.

Het is traditie dat de kerstperiode extra aandacht aan VREDE schenkt, Kerst is naast een familiefeest immers ook een vredesfeest. Tenminste, dat heb ik altijd gedacht. Oorlogen waren er altijd, ook in een kerstperiode, al werd er dikwijls gestreefd naar een kerstbestand. Op school leerden we over het kerstbestand in WO1 en al in de 19e eeuw, in de vroege Krimoorlog en de Amerikaanse burgeroorlog, bestonden dergelijke bestanden. Vandaag zwijgen de wapens noch in Oekraïne, noch in Gaza. Integendeel.

Zelfs humanitaire pauzes – ‘bestand’ is blijkbaar al een te beladen woord - zijn niet meer aan de orde. Ik ben stomverbaasd dat zelfs dit niet haalbaar is. Ik verbaas me niet alleen, er is ook schaamte over ons: de mensheid. Vlak na de genocide in Rwanda zag ik een aangrijpende video over de wreedheid van die oorlog. Na de vreselijke beelden sprak een Rwandese man, terwijl hij je recht in de ogen keek en zei:’ Denk maar niet dat jouw volk, dat jij daar niet toe in staat bent. Ook het kwaad zit in de mens wanneer we ons moreel kompas verliezen.’

Het was een schok, ik schaamde mij toen en ik schaam mij vandaag nog dat wij mensen in staat zijn onschuldigen, kinderen, waar dan ook, te gijzelen, te vernederen, te pijnigen en te doden…

Waar is het moreel kompas gebleven?

Er bestaan humanitaire oorlogsrechtregels, ik heb ze bij het Rode Kruis gevonden.

Ik zet ze even op een rij.

 ‘Je mag geen geweld tegen burgers gebruiken’

‘Je moet onnodig leed voorkomen

‘Je mag niet alle wapens gebruiken’

’Je mag krijgsgevangenen niet mishandelen’

Medisch personeel moet iedereen helpen’

‘Je mag hulpverleners niet hinderen of aanvallen’

‘Je moet alles doen om de regels na te leven’

In de oorlogen die dichtbij ons bezig zijn worden al deze regels met voeten getreden. Het lijkt wel of de leiders het morele kompas helemaal kwijt zijn en niets of niemand ontzien.

Daarom, beste lezer, wens en hoop ik dat het morele kompas in 2024 wordt teruggevonden én nageleefd, en dat dit een opstart mag zijn voor het zoeken naar oplossingen die vrede nastreven.

Foto H.Baert

Ik wens jou, lezer, dat je met mij blijft nadenken over het duistere in de wereld en in de mens en dat, ondanks alles, het goede en het schone de bovenhand haalt.

 

Liefdevolle groeten,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Coronabrieven 116: ' Over de beste stuurlui en de wal'(3)

Beste Lezer,

Mijn schrijven aan u wordt vandaag begeleid door Sinterklaasliedjes. Ze komen van het plein hier iets verderop waar de Sint bij de jeugdbeweging zijn opwachting maakt.

Al die opgetogen kinderstemmetjes op deze grijze regendag, ze stemmen me vrolijk. Het maakt me blij dat er jongeren zijn die zonder veel poeha, ondanks nieuwe regelgevingen, hun zondagnamiddag opnieuw hebben vrijgemaakt om jonge en niet meer zo jonge kinderen een leuke namiddag te bezorgen.

Ze komen niet in het nieuws, al die stille burgers die zonder veel woorden proberen deze tijd goed door te komen. Niet de jeugdleiders die al hun creativiteit benutten om binnen de beperkende maatregelen oplossingen te zoeken en te vinden. Niet de vele mensen die al vooruitlopen op de aankomende kersttijd en licht brengen in hun vroeg donkere huizen.

Niet de oude man die dag na dag opnieuw zijn wandelroute door de straten loopt. Niet de familie die de buurt met grote affiches informeert dat ‘ons bobonne 90 wordt vandaag’. Niet de gezelfteste dame die elke dag het openbaar vervoer trotseert om haar pas geopereerde man bij te staan. Niet de zoon die elke zondag zijn alleenwonende vader bezoekt, nu al twee jaar lang.

Niet de oude vrienden die een lange wandeling plannen, welk weer het ook is, om het contact levendig te houden….Ik kan zo nog wel even doorgaan lezer, maar bij deze wilde ik je laten weten dat er toch een hoop stilzwijgenden met ons in dezelfde schuit blijven zitten.

Ze halen het avondnieuws niet, maar ze zijn er wel. Ze proberen te roeien met de riemen die ze hebben.

 

Mvg

Frauke J.

 

Ps: We zijn een week later de Sint alweer een eind ver !

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 105: Mijmeringen: ‘Verbindend samenzijn’(1)

Beste Lezer,

 

Het was plezierig om, op een warme dag, weer eens aan mijn voordeur te staan. De voorbije jaren had ik de goede gewoonte om op de drukke momenten, wanneer het volk passeerde, buiten te staan: zo had ik mijn klapke en hoorde ik hier en daar nog eens wat.

Maar met corona is dat veel minder geworden. Pas op, tijdens de eerste lockdown waren de mensen vriendelijker dan ooit. Iedereen zei goeiedag, dat heb ik eerlijk gezegd nog niet veel meegemaakt in een stad. Maar je zag ook de angst, voorbijgangers liepen op een drafje door de straat en het knikje was er één van medeleven: we zitten in hetzelfde schuitje. Op een bepaald ogenblik waren de scholen gesloten en gingen maar weinig mensen naar hun werk. In de periode dat er melding werd gemaakt van talrijke doden viel er niet veel meer te beleven in de straat.

Vervolgens begon iedereen een mondkapje te dragen en diende je ver genoeg van mekaar te staan; het werd moeilijk om nog een praatje te maken met iemand met een half bedekt gezicht. Verschillende van mijn vaste passanten waren al voorbij vooraleer ik hen herkende. De weinige verhalen die ik te horen kreeg draaiden allemaal rond corona en wanneer ik naar binnen ging om de krant te lezen of TV te kijken was het ook al corona wat de klok sloeg. Je kreeg het gevoel dat er niets meer te beleven viel, noch in de wereld, noch in de buurt. Ik heb mij dan maar een koppel kanaries aangeschaft. Ik geef toe: het is gezelschap met wat werk aan, maar het is goed gezelschap. In de stilste tijden was er toch nog enig leven in de brouwerij.

Intussen is alles weer wat losser geworden, je ziet hier en daar al iemand zonder mondkapje. Het is nog niet zoals voorheen, bedacht ik diezelfde avond, de losse babbel is nog niet terug.

De mensen zijn al bij al wat voorzichtiger geworden, maar het is een begin.

Alhoewel: onlangs hield hier een jong koppel halt, werkelijk vriendelijke mensen die ik van haar noch pluimen kende. Ze vroegen of ik het redde alleen en of het niet te zwaar was. Ik vond dat aandoenlijk. Zelf hadden ze tijdens de eerste lockdown een baby gekregen, het was een bijzondere belevenis geworden. Ook voor de grootouders en tantes en nonkels die het kleintje enkel op zo’n schermpje konden zien.

Op mijn beurt vertelde ik van de kanaries, dat het moeilijker was geweest zonder, en van de brieven die ik schrijf aan mijn lezers. Ik vertelde zei het wat behoedzaam, uit schrik dat ze me belachelijk zouden vinden. Maar ze hadden belangstelling en het ijs was gebroken.

Avondmijmering_2.jpg

Soms brengt zo een pandemie onverwacht goede mensen op je pad, peinsde ik die avond, bij het licht van de maan.

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

Comment