Comment

Fraukebrief 147: ‘De mobiliteit van morgen start vandaag’

Foto: Herman Baert

Beste Lezer,

Neen, deze veelbelovende slogan heb ik niet zelf uitgevonden: ik vond hem op een groene flyer die tussen de nieuwjaarswensen in mijn postbus zat. Het is een handige folder met nieuwe instructies om je weg te vinden in het openbaar busvervoer, dat belooft duurzaam, betrouwbaar en flexibeler te worden. Zeer benieuwd sloeg ik de folder open, want ook het openbaar vervoer ‘beweegt mee naar minder CO2’ en daarom wil men zijn voertuigen zo efficiënt en duurzaam mogelijk inzetten. Klinkt goed, dacht ik, lezer, maar intussen ben ik ook wel wat argwanend geworden wanneer royaal met goed bekkende woorden over klimaat en openbaar vervoer gestrooid wordt. Zoals je uit vorige brieven weet kwam ik reeds meermaals van een kale reis, al dan niet, thuis.

Uit de folder heb ik begrepen dat er meer bussen en trams op ‘drukke lijnen’ rijden en dat daar waar weinig mensen opstappen haltes en zelfs lijnen worden afgeschaft. Goed nieuws dus voor wie bus of tram op een ‘drukke lijn’ neemt en minder goed tot slecht nieuws voor wie de pech heeft te wonen waar minder mensen dat doen.

Of om het eenvoudig te zeggen: meer = meer en minder =minder of misschien niet meer. Kun je nog volgen, lezer?

Maar even verder lees ik dat men er ook voor die mensen iets op gevonden heeft: de flexbus.’ Flexbus’, ik had nog nooit van het woord gehoord dus dacht ik het even op het alwetende internet op te zoeken. Maar ook in de taal zijn er blijkbaar omleidingen: ik word verwezen naar flixbus (goedkope bussen die binnen Europa rijden), naar het woord flex dat straattaal is voor: mooi, niet onaardig. Even verder vond ik ook flex als afgeleide van flexi of m.a.w. op maat.

En inderdaad: de klare taal wordt voor ‘de weinige reizigers’ iets mistiger. Men spreekt van ‘je route plannen’ en dan is er, alweer, een nieuwe, of is het een bestaande, website met bijbehorende app die je wegwijs dient te maken in de (on)gemakken van het flexreizen. Ik zag het allemaal met argusogen aan en dacht: laat ik maar niet te kritisch zijn bij het begin van een jaar, en het een kans geven, al heb ik als ervaringsdeskundige in het openbaar vervoer al één en ander meegemaakt.Van punt A naar B reizen is soms al een behoorlijk avontuur, dus hoe meer knooppunten hoe ingewikkelder en hoe meer kans op onontwarbare knopen.

Ik kon me zo voorstellen dat wie in een klein, afgelegen dorp woont en op vrijdag met de bus naar de markt wil behoorlijk wat hindernissen moet nemen: er is een computer nodig, je moet er mee kunnen werken en jawel, er is ook een telefoonlijn, dus dan maar de bus telefonisch bestellen en meteen ook de terugreis, neem ik aan. Tenminste: indien je dan al weet wanneer je terugkomt. Of stel, je hebt een afspraak in het ziekenhuis en in het beste geval is flex op tijd, maar in het ziekenhuis besluiten ze maar meteen enkele onderzoekjes te doen - daar gaat je terugrit. Is flexbus ook flexibel voor de onverwachte omstandigheden in het leven van de reiziger? Ik lees er niks over in de folder.

Die avond waren mijn duistere vermoedens en vragen nog niet weg of in het nieuws zag ik teleurgestelde tot verbolgen reizigers die niet meer op hun werk geraken, schoolkinderen die opnieuw met de auto naar school dienen te worden gebracht. Ik las in kranten over meer dan 3000 afgeschafte bushaltes, en dat de nieuwe regelingen tot gedwongen dorpsarrest zullen leiden. Het afschaffen van bussen helpt inderdaad om minder Co2 uit te stoten, dat staat buiten kijf. Maar niet iedereen kan zich kilometers ver en door weer en wind met de fiets verplaatsen.

Je kan al raden, beste lezer, wie opnieuw het onderspit moet delven.

 Mvg,

 Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand nieuwjaarsbrief: Achter- en vooruitblik

In het jaar 2005 ontmoette ik, in een straat van de stad waar ik destijds regelmatig kwam, een vrouw. Ze stond in de deuropening en sprak mij aan. De vrouw, laten we haar J noemen, had al een groot stuk leven achter de rug. Ze wist veel over het reilen en zeilen in haar straat: ze kende bijna alle mensen die haar deur voorbijgingen bij naam. Over veel actuele thema’s had deze vrouw een uitgesproken mening. Ze had een mening over de politiek in eigen land en in de wereld.  Ze praatte over klein en groot nieuws, over goed en kwaad. Veel mensen liepen haar achteloos voorbij, zodat het soms leek alsof ze tegen zichzelf praatte. Ik bedacht dat zij op haar manier een buurtwerkster, het geweten, de spiegel van haar straat, haar wijk en verder was.

Het stemde mij mismoedig dat deze vrouw geen stem, geen forum had om van zich te laten horen. J. kreeg van mij een eigen leven als ‘Frauke Niemand’. Voor mij stond ze symbool voor de vele naamlozen in vele straten in nog meer steden.Later verandere ik Frauke Niemand in Frauke Jemand: omdat een niemand ook een iemand is.

Ook in 2024 blijft Frauke J. haar mening en mijmeringen, via brieven en met foto-ondersteuning van Herman Baert, niet onder stoelen of banken steken.

Chantal Sap

Beste Lezer,

 

Tussen wind en regenvlagen, tussen voorbijdrijvende donkere wolkenmassa’s, hier en daar oplichtend wit, tussen Kerst en Nieuwjaarsvieringen schrijf ik je deze brief.

Graag was ik met een luchtige, vrolijke noot begonnen; helaas kan ik aan ‘de verbazing’ en ‘de schaamte’ niet voorbij.

Het is traditie dat de kerstperiode extra aandacht aan VREDE schenkt, Kerst is naast een familiefeest immers ook een vredesfeest. Tenminste, dat heb ik altijd gedacht. Oorlogen waren er altijd, ook in een kerstperiode, al werd er dikwijls gestreefd naar een kerstbestand. Op school leerden we over het kerstbestand in WO1 en al in de 19e eeuw, in de vroege Krimoorlog en de Amerikaanse burgeroorlog, bestonden dergelijke bestanden. Vandaag zwijgen de wapens noch in Oekraïne, noch in Gaza. Integendeel.

Zelfs humanitaire pauzes – ‘bestand’ is blijkbaar al een te beladen woord - zijn niet meer aan de orde. Ik ben stomverbaasd dat zelfs dit niet haalbaar is. Ik verbaas me niet alleen, er is ook schaamte over ons: de mensheid. Vlak na de genocide in Rwanda zag ik een aangrijpende video over de wreedheid van die oorlog. Na de vreselijke beelden sprak een Rwandese man, terwijl hij je recht in de ogen keek en zei:’ Denk maar niet dat jouw volk, dat jij daar niet toe in staat bent. Ook het kwaad zit in de mens wanneer we ons moreel kompas verliezen.’

Het was een schok, ik schaamde mij toen en ik schaam mij vandaag nog dat wij mensen in staat zijn onschuldigen, kinderen, waar dan ook, te gijzelen, te vernederen, te pijnigen en te doden…

Waar is het moreel kompas gebleven?

Er bestaan humanitaire oorlogsrechtregels, ik heb ze bij het Rode Kruis gevonden.

Ik zet ze even op een rij.

 ‘Je mag geen geweld tegen burgers gebruiken’

‘Je moet onnodig leed voorkomen

‘Je mag niet alle wapens gebruiken’

’Je mag krijgsgevangenen niet mishandelen’

Medisch personeel moet iedereen helpen’

‘Je mag hulpverleners niet hinderen of aanvallen’

‘Je moet alles doen om de regels na te leven’

In de oorlogen die dichtbij ons bezig zijn worden al deze regels met voeten getreden. Het lijkt wel of de leiders het morele kompas helemaal kwijt zijn en niets of niemand ontzien.

Daarom, beste lezer, wens en hoop ik dat het morele kompas in 2024 wordt teruggevonden én nageleefd, en dat dit een opstart mag zijn voor het zoeken naar oplossingen die vrede nastreven.

Foto H.Baert

Ik wens jou, lezer, dat je met mij blijft nadenken over het duistere in de wereld en in de mens en dat, ondanks alles, het goede en het schone de bovenhand haalt.

 

Liefdevolle groeten,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 145: Seniorenmaand, seniorenweek, seniorendorp, seniorenzorg

Beste Lezer,

Ik heb je al eerder laten weten dat een samenleving die veel aandacht besteedt aan het vieren van een bepaalde groep meestal veel problemen heeft met die groep.

En visionair of niet, ik kondigde, zij het wat cynisch, de seniorenmaand aan, en meteen verschenen allerlei meningen over ‘het ouderenzorgprobleem’ - die van mij werden zowaar bewaarheid.

 Over alle ouderen die zich inzetten in tal van organisaties en groepen wordt echter weinig of niet gesproken. Integendeel: vrijwilligen is een voorrecht, zo hebben de oudjes nog iets om handen.

Over alle ouderen die bewust, waardig  een meedenkend in het leven staan dit na een leven van zorgen en zich ten dienste stellen van de samenleving, wordt niet nagedacht.

Over alle ouderen die hand-en-spandiensten verlenen aan hun (klein)kinderen wordt niet gesproken. Dat zij menig gat in de zogenaamde opvangnetten dichtrijden lijkt vanzelfsprekend.

Een zieke, afwezige of ontbrekende leerkracht: laat je je kinderen dan alleen thuis of bij oma en opa?

De crèche sluit wegens slecht functioneren: wat met de kleintjes? Bij oma en opa?

De mini’s hebben koorts en moeten afgehaald worden : laat je ze alleen naar huis komen of zal een grootouder ze ophalen?

De school eindigt al om kwart voor vier en de kleuter is zo moe na een inspannende dag: wie staat er aan de schoolpoort?

Foto H.Baert

Zoon, dochter, vriend of vriendin zitten met het leven in de knoei, de oudere medemens heeft geen lange wachtlijst maar wel een luisterend oor.

Dit is maar een greep uit de toverdoos vol hulp, meestal gratis en met liefde geboden door ouderen. Denk ze weg en er zijn nog wel meer problemen.

 

Maar op een dag is de, soms  bijna onzichtbare, toverkracht van de oudere medemens op. Er is wat gekreun en gesteun in de gewrichten, hier en daar raderen de grijze celletjes minder, tja, dan hebben we als samenleving een groot probleem. Want wie zal nu voor hen zorgen?

Net zoals kinderen en de mentaal of fysiek beperkten behoren ouderen plots tot de kwetsbaren. En deze groepen brengen niks op, integendeel: ze kosten geld want we moeten voor hen zorgen.

En in een samenleving waar geld verdienen het hoogste goed is, is er weinig of geen plaats voor al wie hulp nodig heeft!

In deze seniorenmaand echter worden er allerlei oplossingen gebrabbeld, ik lees:

ergens in Vlaanderen wordt een seniorendorp gebouwd. Geen grootschalig bewaarhuis  maar een heel dorp vol ouderen. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er algauw een bejaardengetto zal ontstaan. En wat als deze ouderenzorg niet meer aan de voorwaarden voldoet? Is er dan een evacuatieplan op grote schaal? Een plan B?

En even later lees ik in diezelfde krant dat ouderen zo lang mogelijk thuis zullen moeten blijven wonen, want de bewaarhuizen zitten vol en er dient dringend bijgebouwd.

En helaas kunnen deze intussen behoeftige ouderen de mazen in het net niet zelf meer stoppen, tenzij de oudere jongeren voor de oudere ouderen zorgen????

 

Volgens mij duurt het niet lang meer of er worden hen waardige levenseindetrajecten aangeboden en de seniorendagen worden op 1 en 2 november gehouden.

Beste lezer, ik heb je al wel meer visionaire lezersbrieven geschreven, zeg dat ik het gezegd en geschreven heb …

 

Mvg

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief : “Eerste hulp bij klassiek” en seniorenmaand

Beste Lezer,

 

Ik heb de titel  van mijn brief gejat van één of andere radiorubriek waarin twee jonge mensen op hun beurt jongeren proberen warm te maken voor klassieke muziek. Een zware opdracht als je het mij vraagt.

Alhoewel! In de voorbije warme zomer bevond ik me nog eens tussen de mensheid, en wel degelijk op een concert waarin klassieke muziek de hoofdtoon voerde.

Niet altijd, maar toch heel dikwijls is de gemiddelde leeftijd van het publiek bij een dergelijk evenement zestig plus, en dat was die avond ook zo. Het lijkt wel of je pas tussen zestig en honderd ruimte krijgt om de oude meesters te beluisteren en te waarderen.

Foto: H.Baert

Maar uiteraard zijn er altijd uitzonderingen. Tussen alle ouderen in fleurige zomerjurken, t-shirts en zelfs hier en daar een korte broek viel mijn oog op een in pak gestoken bleke jongeman met hoed, enkel zijn puntschoenen verraadden daarnaast ook nog een andere modesmaak en wellicht ook interesse. Ik sloeg er verder geen acht op.

Een gerinkel kondigde het concert aan en jawel: de jongeman in kwestie, die mij was opgevallen, nog meer om zijn helderblauwe ogen dan om zijn outfit, zakte elegant op de stoel naast mij.

Met een gevoel voor aristocratie bladerde hij gedecideerd door het programma, of beter gezegd: hij zocht er zijn weg in. Aangezien we vlak naast een trap zaten kwam het publiek deels  met wandelstok en andere hulpmiddelen puffend en steunend  de trap af.

De jongeman zat wat op zijn stoel heen en weer te schuiven.

Tijdens de pauze passeerde ons opnieuw een vrolijk taterende tussendoor naar adem snakkende stoet, deze keer trapopwaarts.

Terwijl de zaal stilaan leegliep en wij bijna alleen achterbleven kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg de jongeling met de heldere kijkers of het niet een beetje eenzaam was voor hem. Zichtbaar opgelucht dat hij een woord kon wisselen vertelde hij dat het zijn eerste concert klassieke muziek was. Aangezien er een aardige korting gegeven werd voor jongeren dacht hij hier meer generatiegenoten aan te treffen.

“Jammer” zei hij “maar belangrijker is dat ik de muziek prachtig vind”. Al lagen er vijftig jaren tussen ons in, ons gesprek over over muziek die het gemoed beroert overbrugde deze kloof.

De concertgangers druppelden en sloften weer binnen en wij maakten ons op om in onze eigen bubbel te kruipen. Tijdens het stemmen van de instrumenten fluisterde hij mij nog toe: “denk je niet dat ik te overdressed ben voor deze avond? “Ik kon een monkellachje niet onderdrukken en fluisterde  terug dat zijn outfit hem best goed stond maar dat je in tegenstelling tot vroeger niet meer in je ‘zondagse pak’ naar een klassiek concert hoefde.

Goed om weten, zei hij nog en toen werd het stil rondom ons.

 

Mvg,

                                                                  

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 143: Novemberblues : Seniorenmaand

Beste Lezer,

 

 Het is alweer een tijd geleden dat ik je geschreven heb. Ik aarzel om het te zeggen, maar de zomer was druk. Jawel: in elke fase van het leven komt het woordje ‘druk’ regelmatig voor. Als kind heb je het druk met spelen, letters schrijven, de tafels van buiten leren (doet men dat nog?) … Als tiener heb je het druk met jezelf, met je schoolwerk, en met je recht houden midden in je eigen chaos. Eens achttien heb je het druk met een beroep leren, een job vinden en de wereld verkennen. En vanaf dan kan het vele kanten uitgaan, maar zeker weten: de drukte neemt toe.

En dat raast zo maar door tot je voor je het weet einde loopbaan bent, in sommige gevallen zijn de kinderen de deur uit, dan is het even stil. Maar algauw begint een nieuwe drukte.

Drukte die je jezelf aandoet, zeggen sommigen, drukte die een nieuw leven met zich meebrengt, drukte die van het leven van anderen op je afstraalt – kortom, zelfs op hoge leeftijd kan het druk zijn, al was het maar met ziek zijn en je opnieuw staande leren houden, deze keer letterlijk.

En zie, nu komt er alweer een nieuwe soort drukte aan, voor wie in de rijpere leeftijdscategorie valt: Seniorenmaand. Ik las het in allerlei blaadjes: er is de dag van het dierenwelzijn, de vrouwendag, de dag van het kind en ga zomaar door. … elke dag heeft zijn aandachtsdag. Dan was er ‘De week van de zorg’, dat telt op, en nu volgt ook nog ‘de maand van de senioren’.

Hoe meer dagen een doelgroep aandacht krijgt, hoe groter het probleem? Wat denk jij, lezer?

Bij deze maand heb ik wel een aantal kanttekeningen.

Waarom wordt uitgerekend november de uitverkoren seniorenmaand? In mijn ogen is dit naast februari de minst sexy maand van het jaar. November begint al meteen met twee dagen doden gedenken en op 11/11 volgen nog de dode soldaten. Intussen laat de natuur het stevig hangen en komen we dichtbij de donkerste dagen van het jaar.  Niks geen lente in de lucht, geen mei met elke vogel een ei, geen vrolijke warme zomermaand, zelfs geen beginnende herfst, maar uitgerekend een maand die zich situeert op het kille snijvlak tussen herfst en winter. Bovendien eindigt het zomeruur en uitgerekend in deze sombere dagen mogen ouderlingen, door weer en wind, op stap om een maand lang gezamenlijk hun oude dag te gedenken.

Symbolischer kan niet.

Mij doet deze maandkeuze alvast denken aan de namen van huizen voor ouderenbewaring: Herfstlicht, Huize Avondrood, Winterlicht, De Zilveren Maan, Vogelzang, of  erger nog: De Samaritaan, De Verlosser…Het eeuwig licht. Ook over deze namen verbaas ik me telkens weer.

 Is het nu werkelijk nodig om de ouderen onder ons er permanent aan te herinneren dat ze dicht bij de winter van het leven zijn? Dat weten ze immers zelf wel. Zou zo een seniorenmaand net geen opkikker moeten zijn om het leven dat er ‘nu’ is te vieren en er in te vliegen. Ik denk bv aan: zich warmen aan de zon in een zomermaand, een bal in open lucht, gezellige avondlijke koutavonden op de stoep, huis- en tuinconcerten, schaak- en spelnamiddagen in park en plein, graffitisessies op de muren van seniorenhuizen, smulpartijen in de tuinen van ervaren groentetelers, workshops waarin ouderen hun levenservaring delen met jongere generaties, praattafels waarin mensen van alle leeftijden meningen en ervaringen over het leven uitwisselen. Kortom beste lezer: inspiratie genoeg om uit de oude bol te gaan!

Mvg

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 142: Soms zitten we gekneld: tussen werken en studeren

Beste Lezer,

 

Misschien ben je met vakantie, misschien ook niet.

Misschien lees je een krant, misschien ook niet.

Ook tijdens de komkommertijd verschijnen er soms verbazingwekkende nieuwsjes in de kranten, zoals een recent voorstel over opleiding en tewerkstelling van laaggeschoolden.

In het kader van ‘iedereen aan het werk’, van ‘overal werknemers gezocht’ lanceerde iemand het merkwaardige voorstel om laaggeschoolden de job aan te leren op de werkvloer.

Niets nieuws onder de zon, zou je kunnen denken, het zogenaamde ‘werkplekleren’, waarbij studerenden studie en stage combineren bestaat al eeuwen, weliswaar , naar gelang de tijdsgeest, onder verschillende benamingen.

Het vernieuwende aan dit voorstel echter is dat de laaggeschoolde zich niet hoeft te scholen want de werkvloer zelf is de opleiding.

Hoogst merkwaardig nieuws, aangezien ik ooit met een Syrische taxichauffeur meereed, een Afghaanse klusjesman ontmoette en een Koerdische huishoudhulp ken die op hun beurt beweerden in hun land van herkomst ingenieur, leraar en journaliste te zijn. Hier kregen ze hun diploma echter niet erkend en moesten ze jaren opnieuw studeren. Toen ik bleef doorvragen wisten zij nog vele verhalen van andere hoogopgeleide collega’s te vertellen die hier opnieuw een leven als laaggeschoolde probeerden op te bouwen dit in de hoop ooit werk en studie te kunnen combineren om opnieuw op te klimmen. Meet men in het onderwijs dan met verschillende maten en gewichten, waarin hooggeschoolden van elders hier laaggeschoolden worden en laaggeschoolden straks zonder studie hooggeschoold zijn?

Natuurlijk gun ik iedereen opleiding en liefst ook werk, toch zijn er hier bedenkingen.

Intussen weten jij en ik, lezer, dat ‘gissen en missen’ deel van een leerproces kan zijn, maar ik beklaag de lerende/werkende zowel als diegene die het lijdend voorwerp van dat leerproces is. Het kan beide partijen zuur opbreken vooral wanneer we kijken naar de genoemde sectoren in dit artikel.

Deze zijn niet van de minste: o.a. vrachtvervoer, verpleging en kinderopvang. Voor één keer zijn de bejaarden de dans ontsprongen.

Je zal maar op je fiets rondtuffen wanneer zo een vrachtwagenchauffeur leert op de baan.

Je kan maar beter alert zijn wanneer de werkende student de medicatie rondbrengt of je bloed komt prikken, het is nu soms al een hels karwei als je fijne aders hebt.

Gelukkig worden dergelijke luchtballonnen opgelaten in komkommertijd: ze waaien zo weer weg met de wind. Anders zou ik verwachten dat er een storm van protest opsteekt.

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 141: Soms praten we ons vast: De lezende kinderen in de vakantie

Beste Lezer,

 

Hoeraaaa het is vakantie! We zijn zelfs al in de helft.

Ik zag de voorbije weken veel blije kinderen in onze straat.

En hoe moet dat nu met dat gebrek aan lezen waarvan sprake tijdens het schooljaar? Daar was toch veel om te doen, en nemen de ouders het nu over?

Hoe ging dat bij u thuis, lezer? Waren uw ouders er om verhaaltjes voor te lezen, een boekenpakket aan te schaffen bij het begin van het verlof ? Neen, in mijn kindertijd bestond dat niet, toch niet in onze familie.

Een boek was een luxegoed dat je het best voor je verjaardag of aan de Sint kon vragen: je kon het aantal boeken in huis dan ook op één hand tellen. Gelukkig was er in ons dorp een bibliotheek die het grote vakantiegat kon vullen, zodat we het lezen niet verleerden. De bib was echter enkel op zaterdag en zondagvoormiddag open, en werd gerund door de onderpastoor. Deze  keek toe op wat je las, en of het wel geschikt voor je was. Naar de bib gaan was een feest voor mij, want ik las graag, ook al had niemand me daar op aangesproken. Misschien zat het in de genen, want wanneer ik niet kon slapen zag ik mijn moeder wel eens met een zaklamp en een boek in bed liggen.

De bibliotheek werd in onze pubertijd nog aantrekkelijker: het was de plek bij uitstek, eigenlijk de enige plek, waar je jongens kon ontmoeten (toch de lezers of zij die zich zo voordeden ). Gesprekken over De Witte Van Zichem, De negerhut van oom Tom,… voerden we met bedeesde, verlangende blikken naar elkaar. Woke was een woord dat nog uitgevonden moest worden, er was geen sprake van games, tiktok, facebook of twitter, en op TV waren Johan en de Alverman en Ivanhoe onze helden, op de enige zender die er was. Om het met Wim Sonneveld te zeggen: toen was het leven nog heel gewoon.

En als je dan toch iets hoger wou mikken met je fantasie, dan bedacht je een smoesje: dat je dat boek voor je moeder kwam halen. Dan nam je ‘Woeste hoogten’ of ‘Houtekiet’ (G.Walschap) of ‘Veel geluk professor’ (A.Berkhof). Lezen was een plezierige activiteit naast je overzichtelijke schoolwerk. Niks geen keuzestress, niks geen overvloed aan informatie, niks geen youtube, netflix en andere vluchtwegen.

Het dorp van mijn jeugd heeft nu geen bibliotheek meer: je moet enkele dorpen verder rijden om boeken te ontlenen. En dat is weer zo iets ongerijmds: deze bib is groter en alle dagen open, en biedt een waaier aan activiteiten, maar veel kinderen hebben een volwassene nodig om er te geraken. En die volwassene is aan het werk of maakt het eten klaar wanneer de bib open is.

Om maar te zeggen dat leesplezier stimuleren ingewikkelder is dan het lijkt. Hoe dan ook: ik wens elk kind een goed boek ook in de tweede helft van de vakantie!

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 140: Soms praten we ons vast: de niet lezende kinderen.(1)

Beste lezer,

 

Is het jou ook al opgevallen? Op geregelde tijdstippen komt de kwaliteit van ons onderwijs ter sprake. Men heeft het dan over een ‘ranking’ en de laatste jaren zijn we steevast in één of ander onderwijsonderdeel gezakt.

Dan gaan de alarmbellen rinkelen.

De ene keer scoren we slecht ivm de diversiteitsaanpak van de leerlingen, de andere keer slabakt het excellent scoren op wiskunde en deze keer is Nederlands lezen ondermaats, zeg maar een probleem.

Bij zo’n alarm schiet Vlaanderen in een kramp. Katholiek opgevoed als we zijn is het eerste werk een schuldige zoeken: de eerste die met de vinger wordt gewezen zijn de leraren. Gelukkig voor hen zijn er de laatste tijd nog meer kandidaten, o.a.corona en zijn gevolgen: een tekort aan leraren, aan extra begeleiding van kinderen die zich niet welbevinden en ga zo maar door. Maar deze keer wijst de vinger ook naar de ouders: zij werken niet genoeg mee, vertonen te weinig interesse, geven de kinderen geen boeken te lezen…en sommigen spreken geen Nederlands.

Uiteraard krijgen de leerlingen ook hun deel: nog meer toetsen en testen en screenings, want weten is meten. Nu passeert veel van die schoolgaande jeugd regelmatig door mijn straat en ik hoor hen vooral zeggen dat ‘toetsen en testen komen mijn oren uit’. Ik begin de jongeren meer en meer te beklagen want we weten wat ‘een teveel’ met je doet - ook met kinderen. Een teveel roept een gewenning op, een lethargie, een je-m’en-foutisme en je bereikt daarmee het omgekeerde van wat je wenst.

Straffen is ook een teken van paniek: ouders die niet meewerken zullen gestraft worden met financiële maatregelen. De ene keer gaat het over het kindergeld en de andere keer gaat het over de schoolkosten aan hen doorrekenen.

Alarm en paniek zorgen voor overhaaste maatregelen, kunnen we echt niet beter dan dat?

Daar, beste lezer, kom ik in een volgende brief op terug.

 

Mvg

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 139: Soms praten we ons vast: wie is de leraar-expert?

Beste lezer,

 

Laatst verliet ik nog eens mijn huis om wat winderig weer aan zee te trotseren. Onder het motto: ‘blijven bewegen, ook tegen de wind in’.

Foto Herman Baert

Tot mijn verbazing zag ik dat het blijkbaar zeeklassentijd was: horden jolige schoolkinderen waren, vergezeld van hun leraren en leraressen, op pad. Met bewondering keek ik toe hoe die leerkrachten de vrolijke bende gidsten van het strand over de dijk, over de tramsporen en over een drukke baan. Kleine groepjes mochten bij groen licht oversteken op een krachtig signaal van de verantwoordelijke. In groep voelt men zich sterk, en de 10-12- jarigen waren in uitgelaten stemming, zich amper van gevaar bewust.

Het onderwijspersoneel was des te alerter en hield de bende in toom.

Een kilometer of wat verder moest een grote groep kinderen de tram nemen. Ze stonden bijeengepakt op de smalle opstapplek, met telkens iemand van de begeleiding ertussen. Terwijl ik me nog aan het afvragen was hoe deze troep de tram in te krijgen, waren ze met een gehaast ‘vite vite’ reeds ingestapt, als laatste sprongen de leerkrachten de tram in. Je moet het maar doen, dacht ik.

Moe maar tevreden thuisgekomen van mijn uitstapje, hoorde ik in het avondnieuws het gebakkelei over extra betaling van expertise aan leerkrachten.

Ik vroeg me af of het behendig gidsen van groepen klein en groot, het een week lang van de ochtend tot de avond optrekken met deze uitgelaten bendes, het leren over de zee, het spelen op het strand, het bezorgen van een onvergetelijke ervaring, het voortdurend alert zijn om iedereen veilig naar thuis te brengen -of ook dat tot de extra betaalde expertise zou behoren.

De scholieren spraken Frans, kwamen wellicht uit Wallonië of het Brusselse. Misschien hanteert men daar weer andere maten en gewichten om het onderwijzend personeel op de zenuwen te werken. Zelf vind ik dat deze krachttoeren van leraren te weinig het nieuws halen.

Respect!

 

Mvg

 Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 138: Soms rijden we ons vast: zelfs met een kinderkoets

Beste Lezer,

 

Onlangs hoorde ik twee jonge moeders, beide met baby op de arm, hun beklag doen over het feit dat de crèche sinds kort twee dagen in de week gesloten was. De ene bracht het kleintje ‘die dagen zonder opvang’ bij de grootouders, zij moesten op hun beurt hun gehele programma omgooien. De andere vrouw had het over het eigen verlof en dat van haar man dat meer en meer aan het smelten was. Zij moesten al die dagen zelf instaan voor hun kleine dreumes tot er een oplossing uit de bus kwam. Haar ouders en deze van haar man  woonden in het buitenland, hun geboorteland. Ik voelde mee met de jonge vrouwen, er hing een aura van stress rond hen. Wanneer de tweede moeder sprak brak haar stem, er verschenen waterlanders. Ik kon het me levendig voorstellen: stress op het werk en puzzelstress thuis.

Eigenlijk stel ik me al langer de vraag wat er toch misloopt met sommige kindercrèches, het probleem kwam al meermaals in de media.

Ik onderdrukte de spontane neiging om mezelf aan te bieden als tijdelijke opvang; een onbekende die zich in de zorg van deze gezinnen zou mengen zou immers alleen maar tot wantrouwen en misschien nog meer stress leiden. Trouwens, wat zou ik, zonder de nodige infrastructuur en al lang uit de baby’s, nog kunnen betekenen voor deze moeders? Om nog te zwijgen over het gemis aan nestwarmte van de kleintjes die nu al telkens van hot naar her verhuizen. Je moet je plaats kennen in het leven en de mijne is het luisterend oor aan mijn deur, het is zo al ingewikkeld genoeg.

Toch had ik graag mee naar creatieve oplossingen gezocht, ook al zouden we al snel op de beperkingen van onze werkende samenleving stoten: het schrijnend gebrek aan zorgverleners, de spiraal van negativiteit waarin kinderopvang terecht is gekomen, de volle agenda’s van ouders en grootouders. En misschien nog belangrijker: de overbelaste samenleving waarin meer steeds minder wordt. Stress alom dus en de zwakste schakels, de kleinsten, moeten het bekopen. Wie kan, wie wil voor hen zorgen?

Ik dacht aan een boek dat ik ooit las, het was Deens: de baby’s kwamen in een gastgezin terecht en in beurtrollen draaide één van de ouders, wier baby werd opgevangen, mee. Er bleek in die eerste levensjaren van het kind voldoende ouderschapsverlof voorhanden te zijn om af en toe een halve dag mee te draaien in het opvangsysteem. Zou Denemarken werkelijk zorgzamer omspringen met hun toekomst door ze een veilig nest te geven en ook de ouders meer verantwoordelijkheid? Of had ik dat boek vijftig jaar geleden gelezen? Zelf ben ik het niet meer gaan opzoeken, maar het is het onderzoeken waard. Misschien zijn er nog wel interessante denkpistes te verkennen dit zowel voor de opvang van de jongsten als de oudsten onder ons.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 137: De trein is altijd een beetje reizen (2)

Beste Lezer,

 

Laatst was ik nog eens op stap als treinreiziger. Zoals je weet is reizen altijd een beetje avontuur, met de trein nog een beetje meer en in het weekend al helemaal.

De laatste jaren vertrek ik goed voorbereid. Ik heb al veel bijgeleerd over de ‘digitale service’, want wat je zelf doet doe je, zogenaamd, beter. Ik bestel van thuis uit mijn ticket online. Een mens leert soms vlug bij.

Deze keer kwam ik echter van een oord waar de computer nog niet was uitgevonden, en mocht dat wel zo zijn: ik kon er niet bij.

In het station diende ik een ticket te kopen, of beter: ik moest eerst een nummer nemen om vervolgens een ticket te kunnen kopen aan die ene balie die open was. Ondanks de beschikbaarheid van machines, stond er een lange wachtrij voor dat ene loket, en daar ik ook nog een informatieve vraag had was de automaat ook voor mij geen optie.

Na een kwartiertje wachten had ik mijn ticket beet en nog ruim de tijd om me naar het perron te begeven.

Op het perron aangekomen was één en ander onduidelijk. Tijdens het weekend bleek deze trein een ommetje te maken en ik wist niet of ik al dan niet zou moeten overstappen en of mijn trein wel mijn bestemming zou bereiken. Beladen met zware bagage dacht ik me daarover best verder te informeren vooraleer ik in niemandsland zou terecht komen.

Vlug meldde ik mij opnieuw aan bij het loket, maar dit was buiten de waard gerekend. Pardon? Je kon niet zomaar komen aanwaaien met een simpel vraagje! Ik werd vriendelijk verzocht om opnieuw een nummer te nemen en mijn beurt af te wachten. Enig aandringen omwille van tijdsdruk hielp niet: ‘iedereen moet hier wachten’.

Na tien minuten kon men mij eindelijk te woord staan en, ja hoor: het zou een langere rit worden via een ander traject, maar overstappen hoefde niet en ooit zou deze trein der traagheid zijn bestemming bereiken.

Met deze nieuwe informatie spoedde ik me naar perron 3, daar aangekomen verscheen het bericht ‘NIET INSTAPPEN’, de treindeuren sloten onherroepelijk, en de trein vertrok.

Ik mocht nog een uurtje wachten maar was intussen verzekerd van de wetenschap dat ik via dit traject niet moest overstappen. Even later werd nog gemeld dat de volgende trein slechts drie wagons van de zes zou tellen: ‘waarvoor onze excuses’.

Ik had nu ruim de tijd om de twee papiertjes met de nummers in de daarvoor bestemde vuilbak te gooien. Of ik ook ruim zitplaats zou hebben was nog maar de vraag.

Over dit alles mopperen was niet aan de orde, want: ‘je had maar goed de aanwijzingen van realtime op je smartphone moeten lezen’. Heeft iedereen dan tegenwoordig een slimme telefoon?

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 136: Terug van (niet) weggeweest: taal en teken

Beste Lezer,

 

Het is een tijd geleden dat ik je heb geschreven. Sorry daarvoor maar ik was iet of wat vertwijfeld.

Of liever: ik begon mij af te vragen of dit schrijven nog wel zinvol was. Ook ben ik een tijdje van mijn deur weggebleven. Ik heb altijd de gewoonte gehad om wie voorbij komt te groeten. De laatste jaren, tijdens de coronatijd, werd die groet gretig beantwoord. Daar was ik erg blij mee, de mensen waren zo vriendelijk en velen hadden meer tijd dan ooit. Maar na corona leek het wel of de passerende mensheid een metamorfose had ondergaan. Al van in de vroege ochtend lopen velen in zichzelf gekeerd of afwezig voorbij. De ‘goede morgen’ lijkt tot een ander tijdperk te behoren. Schoolgaande jongeren lopen met hun neus op of in hun telefoon.

Ze praten niet maar tikken gehaast op dat kleine bakje, ik zie ze grinniken, soms zwaaien…allemaal naar dat toestel. Maar ook volwassenen zijn druk met dat toestel aan de gang.

Ik voel me hier vaak, onzichtbaar, voor piet snot staan. Mensen van vlees en bloed lijken er niet echt meer toe te doen. Wanneer ik hardnekkig ‘goede morgen’ of ‘goede avond’ blijf zeggen kijken velen verbaasd, of zelfs een beetje verstoord, op naar mij, ‘dat rare mens’.

Vooral de kleuters reageren nog welgezind, al lang blij dat een levend persoon hen aandacht schenkt. Ook de stokouden, voor wie een smartphone een accessoire te veel is - ze hebben immers hun handen vol met zichzelf rechthouden - maken nog een praatje in het langzaam voorbij schuifelen.

Daarom dacht ik: ja, ik moet volhouden en blijven contact maken voor zij die dat prettig vinden. En wie weet komt er ooit een dag waarop iedereen weer blij is dat toch iemand in de straat mensentaal spreekt.

Beste lezer, ik zal je ook blijven schrijven al is een brief misschien te lang, want geen mail, sms of appje waar lezen slechts een kwestie van seconden is. Ik koester de ijdele hoop dat er hier en daar iemand is die nog graag af en toe een brief leest. Al was het maar om dit ‘erfgoed’ in ere te houden.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J 135: Nieuwjaarsbrief

Beste Lezer,

 

Bij het begin van een nieuw jaar past het een nieuwjaarsbrief te schrijven.

Hoeveel brieven heb ik je al niet geschreven? Ik ben de tel kwijt, maar ik weet wel dat ik het zesde briefschrijfjaar in ga. Wat wil zeggen dat ik met sommigen onder jullie al vijf jaar verbonden ben, met anderen sinds kort of eerder vluchtig.

Soms vraag ik me af of ik nog wel verder schrijven zou. Sta ik hier niet aan mijn deur als een roepende in de woestijn? En toch - ik zie elk jaar meer lezers verschijnen en dat schept moed; soms durf je me ook wel eens terechtwijzen, en vele andere keren blijk je dezelfde verzuchting te hebben en je gesteund te weten. En wie zwijgt zal mij misschien af en toe een zeurpiet vinden, wie weet.

Foto H.Baert

Opnieuw begint er een jaar, en het lijkt alsof we nog maar pas onze goede wensen uitspraken in het vorige jaar. Wensen die helaas niet allemaal zijn uitgekomen, het leven loopt soms anders dan we het ons en onze medemensen toewensen. Ik denk dan vooral aan de  humanitaire ramp in Oekraïne: wat een moedige mensen, heb ik vaak gedacht. Hoe verscheurend moet het zijn om je zoon, je man, je geliefden achter te laten om elders een nieuw leven op te bouwen. Hoe hartbrekend moet het zijn om voor de keuze te staan: blijven of weggaan? Je plannen, je doelen te moeten achterlaten en in te ruilen voor nieuwe.

Mijn eerste wens gaat dan ook uit naar mensen die in een land in chaos leven, dat zij blijvend moed houden om opnieuw te trachten naar en te ijveren voor een beter bestaan, een leven in warmte en veiligheid waar ook ter wereld.

En verder heb ik ook wensen voor al wie door mijn straat passeert: de hollende en dansende kinderen op weg naar school, de ouders die zich naar de crèche reppen en zij die op weg zijn naar hun werk, de dolenden, de luchtigen en de zwaarmoedigen, de haastigen en de langzamen, zij het op de step, de (bak)fiets, de rollator. Ik wens hun allen het nodige enthousiasme en voldoende warme omarmingen om het jaar 2023 met open vizier tegemoet te treden.

Zelf zal ik nog meer dan in de voorbije jaren met een multifocale bril  naar de nabije en verre omgeving proberen te kijken: altijd scherp zicht voor ver en nabij, maar ook met mildheid en humor.

 

Moge het je ook in 2023 goed gaan, beste lezer.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J. brief 134: Soms rijden we ons vast: meer fietsers op de weg (2)

Beste Lezer,

 Af en toe kan ik me niet van de indruk ontdoen dat we, hoezeer we ook ons best doen, op één of andere manier telkens weer vastlopen. Neem nu de vele inspanningen om de burger, met het oog op het klimaat, minder met de auto te laten rijden. Er wordt beslist veel ondernomen om ons meer te laten fietsen. Er worden fietsstraten, zelfs fietssnelwegen aangelegd. De auto krijgt het minder makkelijk om door de stad te circuleren. Bijna overal in het centrum mag je niet meer dan 30 per uur. De parkeerruimte voor auto’s wordt beperkt ten voordele van fietsstallingen.

En het moet gezegd: de fiets is populair. Bovendien bestaat er nu een amalgaam aan tweewielers: meer en meer elektrische exemplaren, bak- en ligfietsen, pedelec’s, lichte scooters en zelfs skateboards rijden op de weg, of liever: op de veelal smalle fietsstroken.

Fietsenleed/Foto: Herman Baert

Er zijn echter twee problemen: we hebben onze geschiedenis niet mee, en we zijn een bijzonder dicht bevolkt land. Nederland en Denemarken bvb. hebben al tientallen jaren veel brede, aparte fietspaden en veilige routes.

Ik herinner me dat ik me, tijdens het piekuur, alleen op het vrij smalle fietspad op de ring rond de stad bevond om mij op mijn rustige slakkentempo naar mijn werk te begeven, en dat is nog geen tien jaar geleden.  Geen elektrische noch bakfiets zat achter mij aan te rinkelen, geen pedelec noch elektrische step drong zich aan mij op.

Vandaag stippel ik nauwgezet mijn fietsroute uit en kies ik een daluur, want raar maar waar: ik voel me tijdens de spits een gevaar op de weg. Alsof ik met mijn wagen aan 70km/u op de autosnelweg zou rijden. Alsof ik het hinderlijke obstakel ben dat de oorzaak is van fileleed op het fietspad. Al is dit laatste een kromme redenering, want zeg nu zelf: het kan toch niet de bedoeling zijn dat de langzame fietser geweerd wordt? Het lijkt pas gisteren dat men sprak over de langzame en zachte weggebruiker. Nu lees ik over fietssnelwegen en ben je raar wanneer je niet elektrisch rijdt.

Maar ik zeg u, lezer, we rijden ons vast om de eenvoudige reden dat we ons met teveel op die veelal zelfde oude fietspaden begeven, de moordstroken langs de rijweg, en dat langzaam verkeer ook bij de fietsers is ingeruild voor snelwegverkeer. Het is begrijpelijk dat een deel van de bevolking liefst zo vlug mogelijk op het werk aankomt. Helaas verliest men meer en meer de oorspronkelijk trage weggebruiker uit het oog, want die is de klos. We blijven hardleers dezelfde redenering gebruiken als met de auto: snelsnel en rij of wandel me niet voor de wielen.

Wanneer we ook hier geen rekening houden met evenwicht tussen langzaam en snel, rijden we ons letterlijk vast. Deze zomer las ik dat het aantal verkeersdoden bij de fietsers tussen 2005 en 2021 is toegenomen. Het aandeel kwetsbare weggebruikers (voetgangers en fietsers) in het totaal aantal verkeersdoden bedroeg in 2021 39%. In 2005 ging het om 19%.

En dan heb ik het nog niet gehad over de besparingen op de verlichting van de openbare weg. Het wordt er voor de avondlijke fietser in donkere dagen niet eenvoudiger op: je kunt je dan wel fluorescerend op de weg begeven, daarmee ben je nog niet gewaarschuwd voor die onverwachte kuil in of dat obstakel op het pad.

En over veiligheid gesproken: ook in 2022 is ‘de bietebauw’ nog een hoogst onaangename verschijning, in het bijzonder op donkere en eenzame paden. Zeg nu niet dat ik u niet gewaarschuwd heb!

 

Mvg,

Frauke Jemand

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 133: Soms rijden we ons vast(1): het openbaar vervoer

Beste Lezer,

 

Intussen kent u wellicht de doornen in mijn oog: één daarvan is het openbaar vervoer, en dat is niet de minste.

Naast het fietsen worden we ook aangemoedigd om het openbaar vervoer te gebruiken. Niets is echter meer ontmoedigend dan dat!

Foto Herman Baert

Ik heb er al eerder over geschreven: over de vele vertragingen, het kapotte materiaal, de beknellende overvolle treinen en niet te vergeten: de stakingen met de regelmaat van een klok.

Hoewel: dan is er tenminste nog iets klokvast in het openbaar vervoer.

Excuses genoeg, dat wel, maar excuses maken je reis niet.

Nu lijkt het mij gepast dat wanneer je ons – dus de burgers - aanmoedigt om het openbaar vervoer te gebruiken, je dan alles op alles zet om deze reismethode ook te laten slagen.

Helaas: daar loopt het helemaal vast, soms letterlijk in de Noord-Zuidtunnel of die onder het kanaal. Het is me al opgevallen dat er hier en daar nieuwe spoorlijnen worden aangelegd: ik begin me af te vragen met welk materiaal daarop gereden zal worden.

Er zijn prachtige gerenoveerde stations, maar er wordt alles aan gedaan om zo min mogelijk reizigers van de nieuw gecreëerde ruimte te laten genieten. Er is trouwens standaard een minimum aan personeel aanwezig.

Ik heb het al gehad over de minimale dienstverlening, met uitzondering van deze voor mensen met een beperking.

De automatisering van de ticketbalies is alomtegenwoordig, en ieder van ons heeft intussen door dat waar digitalisering een prioriteit wordt, de menselijke dienstverlening en dus ook de warme omkadering en het veiligheidsgevoel verdwijnen.

Menselijke warmte genoeg in overvolle treinen, denkt u misschien, maar ook daar mogen we onze soort niet overschatten. Wanneer we te dicht op elkaars lip zitten worden we balorig, en sommigen onder ons, die hongerig naar huis willen, zelfs brutaal. Let op: straks verschijnt er opnieuw een onderzoek over de toenemende weerspannigheid van de reizigers. Je hoeft helaas niet geleerd te zijn om te weten dat mensen hun frustraties op elkaar, of liefst nog op de zwakste schakel afreageren wanneer ze zich in het nauw gedreven voelen. Hier is de treinbegeleid(st)er vaak kop van jut. Eén vonkje volstaat.

Neen, het helpt niet om er zich met een excuus vanaf te maken dat treinen afgeschaft worden, dat het materiaal letterlijk rammelt, als het al niet stuk is. Neen, het helpt niet minder treinen in te leggen om straks te zeggen dat de burger zich sowieso liever met de wagen verplaatst.

Laat het duidelijk zijn: hier rijden we ons muurvast.

 

Mvg,

Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 132: De post doet het opnieuw

Beste Lezer,

 

Lang geleden dat we het nog eens over de post gehad hebben. Waar is de tijd dat de post, brieven, kranten en rekeningen afleverde? Dat was toen de hoofdtaak.

Later kwam er niet enkel het uitbetalen van pensioenen bij, er werd van hem/haar ook een luisterend oor verwacht, en aandacht voor eenzame ouderen.

Daarna moest de postbode niet zozeer luisteren, maar controleren of die eenzame thuisblijver wel degelijk thuis was en niet onder een parasol lag in het zuiden van Spanje.

Vervolgens werd de postman/vrouw een soort maatschappelijk werker, die een oogje in het zeil moest houden op plaatsen waar een nood was. Hier en daar kon er ook nog wel een boodschap bij in de brieventas. En iets later promoveerde de postbode ook echt tot pakjesdrager.

Vandaag is de goede man/vrouw geen pakjesdrager zonder meer maar ook de ophaler van je oude recupel spullen. Let op: een wasmachine is wellicht te zwaar en een laptop ook, maar je oude mixer, lamp…kortom een hele reeks oude electrische kleinoden kunnen nu in het postbusje mits degelijk verpakt en van een adressticker voorzien.

Volgens mij zijn postbodes zeer brave lieden, of ze hebben geen vakbond die voor hen in de bres springt en durven niet op straat te komen. Ik ken geen enkel beroep dat er de laatste jaren zoveel taken bij heeft gekregen voor hetzelfde loon en met zo weinig animo.

Foto Herman Baert

Met enige weemoed denk ik terug aan de postbode, altijd dezelfde, die jaar in jaar uit op ronde was en enkel wat later op de afspraak verscheen op dagen dat er pensioenen werden uitbetaald of nog: in de nieuwjaarsdagen. In de eindejaarstijd werden er veel wenskaartjes bedeeld en daar hoorde dan hier en daar, een jenever bij.

Postbodes wisten beter dan wie dan ook hoe het eraan toe ging in de huizen, en zonder veel tamtam wisten ze de juiste mensen aan te spreken om hier en daar een handje te helpen.

Postbodes waren voor sommige mensen vertrouwenspersonen, soms de enige levende ziel die er elke dag stond, weer of geen weer.

 

Ik weet niet of jij nog je postbode kent? Hier komt om de haverklap iemand anders, en het gebeurt wel meer dat ik een brief vijf huizen verder moet binnensteken omdat de nieuweling  verloren loopt in de straten.

Wat mij betreft  zou ik blij zijn met wat meer vastigheid: ik bedoel een vaste postbode op vaste dagen en liefst ook op iets vastere uren. Ik ben al lang blij wanneer de postbode de krant, de brief en de facturen op tijd en in de juiste brievenbus steekt. Meer moet dat niet zijn voor mij. Liever de krant in de posttas dan een oude mixer.

‘Schoenmaker blijf bij je leest’: volgens mij geldt dit ook voor postbodes.

 

Mvg

 Frauke Jemand

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 131: Genoeg gezwamd: nieuwsnieuwsnieuws…

Beste Lezer,

 

Onlangs stond ik aan mijn voordeur en zag iets verderop twee dames met elkaar praten. Ongewild ving ik enkele fragmenten op.

“.. ik kijk en luister zelfs niet meer naar het nieuws: het is toch alleen maar slecht nieuws” zei de ene dame. Er viel een korte stilte, waarop  de andere vond “… een mens zou er depressief van worden”.

Zo ging het nog een tijdje door, dat het erg was van de gasprijzen en …intussen stapten ze verder en hoorde ik het vervolg niet van hun gejammer. Het zette mij wel aan het denken. Had ik onlangs niet dezelfde gedachte gehad maar net iets anders nl. genoeg gezwamd wat moet ik in godsnaam met altijd hetzelfde nieuws?

We kunnen nieuwsmakers en -lezers niet met de vinger wijzen voor minder goed nieuws: zij kunnen er weinig aan doen dat er een oorlog woedt in Europa, dat covid nog altijd van de partij is, dat het leven duurder wordt. Dat is nu eenmaal de realiteit.

Het is niet alleen herfst in de natuur het is ook herfst in het wereldgebeuren.

De manier waarop het nieuws gebracht wordt stoort me wel: waarom het avond na avond over het verhogen van de gasprijzen hebben? We weten dat gas duurder is geworden, is het echt nodig om elk bedrijf, de scholen, de boeren, de restaurants met dezelfde boodschap en dezelfde klachten op de beeldbuis te laten verschijnen? Net zoals we tijdens de heftigste covid naast onze eigen zorgen ’s avonds ook nog alle klachten van diverse sectoren moesten aanhoren. Alsof de variatie op meer van hetzelfde iedere keer opnieuw nieuws is.

Waarom gelijksoortig nieuws niet wat meer bundelen?

Moeten we ons beschermen tegen te veel slecht nieuws? Ik denk dat de mensheid dat automatisch doet, dokters en therapeuten zeggen immers al langer ‘ik vertel wat de patiënt op dat moment aankan’. De nieuwsmedia verdiepen zich misschien best eens in de menselijke psyche: wat kan een mens aan?

foto Herman Baert

En hoeft nieuws altijd slecht te zijn? Ook in wankele tijden gebeuren hoopgevende zaken, doen zich interessante ontwikkelingen voor in de wereld. Tussen vallende bladeren ligt er ook af en toe een uniek exemplaar, tussen de veelheid aan platgetrapte paddestoelen is er schoonheid in die bijzondere zwam.

Een nieuw project in de gezondheidszorg, de groeiende jeugdbewegingen, hier en daar een wijze mens, de inspanningen van vrijwilligers… Soms krijgen we dit soort nieuws als een uitsmijter, als dessert bij een slechte maaltijd. Wat meer variatie en evenwicht zou welkom zijn. Wie weet gaan de nieuwsbannende dames dan opnieuw kijken.

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J brief 130 : Treinstakingen een jaarlijks fenomeen

Beste Lezer,

 

In de herfst zijn er van die weerkerende fenomenen zoals stormen, regenvlagen, bladval maar, ook niet onbelangrijk: stakingen.

De NMBS in het bijzonder heeft een abonnement op treinstakingen in de herfst. Zo ook nu.

Het is me niet zo duidelijk waarover deze staking nu precies ging, maar ik neem aan dat het zoals in vele sectoren tegenwoordig o.a. gaat over personeelstekort. En zoals je in mijn vorige brief kon lezen: wanneer de bestuurder van de trein niet aanwezig is dan kan het karretje niet rijden. Ik hoop echter dat het om meer gaat dan personeel. Reizigers morren en klagen, en u denkt misschien ‘reizigers morren en klagen altijd’, en dat mag dan waar zijn is maar die luttele keren dat ik de trein nam liep er altijd iets mis. Wat moet het dan zijn wanneer je abonnee bent? Minder wagons dan aangegeven blijkt schering en inslag, maar laatst, op vrijdag, gaf een overvolle trein er de brui aan wegens ‘technische storingen’

Gelukkig in een station en gelukkig voor veel reizigers kon men mits een perronwissel meteen overstappen op een andere trein, met als gevolg dat een volgestouwde trein kon doorrijden.

Wie bleef achter? Een vrouw met een kruk, enkele oudere mensen, waaronder ikzelf, die zich niet tussen de massa durfden te murwen en de reizigers met veel bagage. Drie kwartier later was er een volgende trein maar helaas kan ik niet schrijven dat deze laatste ons gezwind naar onze bestemming bracht: in het volgende station stonden we alweer langere tijd stil.

Wat er deze keer mis was hebben wij reizigers niet geweten, misschien was er geen personeel om ons dat uit te leggen. Maar ik kan u wel melden dat mijn traject van twee uur reizen dubbel zo lang is geworden.

Bij deze hoop ik vurig dat er ook wordt gestaakt voor beter en nieuw materiaal. Jawel: er worden nieuwe sporen gelegd, jawel: de grote treinstations worden vernieuwd, maar mijn bezorgdheid is dat er straks geen materiaal, geen personeel en niet te vergeten geen reizigers zijn om daar gebruik van te maken. Stations worden dan mooie lege dozen en sporen nieuwe wandel- en fiets trajecten.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J.brief 129: De trein is altijd een beetje reizen

Beste Lezer,

Onlangs reisde ik, na het spitsuur, met de trein naar een andere stad. Ik had er een dwingende afspraak en moest dus op tijd zijn.  ‘De trein is altijd een beetje reizen’, dacht ik. Het station lag er vrij rustig bij, even dacht ik zelfs dat het staking was, tot een vriendelijke stem door de luidsprekers galmde: ‘Beste reizigers, de informatieborden werken op dit ogenblik niet, gelieve goed te luisteren naar de aankondigingen, uw app te raadplegen of naar de gele papieren te kijken, gelieve ons te verontschuldigen.’

Gelukkig had ik me goed voorbereid, want gele papieren waren niet te vinden en een app heb ik niet. Op spoor 7 moest ik zijn. Intussen vielen er nog allerlei excuses uit de lucht: ‘Beste reizigers: de trein naar Luik komt aan, i.p.v. 10 wagons zijn het er 7, gelieve ons te verontschuldigen.’ Even later reed de trein naar Oostende, met een lichte vertraging, binnen, ‘I.p.v. twaalf wagons zijn het er 8, gelieve ons hiervoor te verontschuldigen’.

Intussen was onze trein, weliswaar met alle wagons, op tijd binnengereden. Het biepsignaal van onverbiddelijk sluitende deuren bleef echter uit. Na tien minuten klonk een vriendelijke stem, deze keer in de trein: ‘Beste reizigers, welkom.  We kunnen onze reis helaas nog niet aanvatten, de reden is mij niet bekend, gelieve ons te verontschuldigen’. In tijden van hypersnelle communicatie durf ik toch even twijfelen aan de betrouwbaarheid van onze treinbegeleider. Hoezo hij weet het niet, indien hij niet wie dan wel?

Twintig minuten later het verlossende bericht: ‘Beste reizigers: we kunnen vertrekken; de reden van onze vertraging was dat de bestuurder nog niet was aangekomen, waarvoor onze verontschuldigingen.’ Pardon?

Welgemoed sprak hij verder: ‘We hebben helaas 30 minuten vertraging maar we doen ons best om de schade te beperken en u veilig op uw bestemming te brengen. Nogmaals onze verontschuldigingen.’ Even dacht ik dat ik in een komische excuusfilm terecht was gekomen - ware het niet dat de trein, eens het station uit, in een rotvaart over de rails raasde. Nu heb ik niet zoveel problemen met een stevige rit in een TGV maar deze trein, waar men zijn best had gedaan om de graffiti af te wassen in de hoop deze een nieuwe look te geven, leek op een oude schicht die over een autostrade voortrammelde. Alles daverde aan het karretje, het knisperde vervaarlijk op de rails. Behoorlijk wat mensen rondom mij belden naar her en der omdat ze aansluitingen dreigden te missen, af en toe hoorde ik schuttingtaal i.v.m de rijstijl van de treinbestuurder.

Zelf zag ik de tijd letterlijk wegvliegen, en om mezelf geen hartinfarct te bezorgen berustte ik al in het feit dat ik schromelijk te laat zou zijn. Al dat razen hielp niet veel, want bij elke stop verloren we opnieuw tijd. Maar al te goed begreep ik de treinbegeleider die zich beperkte tot af en toe een opbeurend woord en voor de rest schitterde in afwezigheid, wellicht bang om gevierendeeld te worden. De kans was groot.

Bij al dat beurtelings wachten en razen had ik ruim de tijd om me te bezinnen over het bericht dat de NMBS binnenkort de treintickets gaat opslaan. Een verkeerd signaal, nu men alles wil inzetten op de promotie van het openbaar vervoer, opperde een krant. Zéker een verkeerd signaal, bedacht ik en meer nog: je wordt toch niet duurder wanneer de service almaar minder wordt! Minder loketten, minder aanspreekbaar personeel, blijkbaar ook minder wagons, bestuurders die het laten afweten…

Of is ook hier minder meer geworden?

Mvg,

Frauke J

Comment

Comment

Frauke J. brief 128: Voorbij de komkommertijd: terug naar school

Beste Lezer,

 

Elk jaar opnieuw wordt het uiteindelijk 1 september en elk jaar opnieuw is dat de eerste schooldag: in ons Vlaamse landsgedeelte toch. Ik kan het niet laten beste lezer daar een brief aan te wijden. Een brief over al die kinderen en jongeren, de boekentassen op de rug of aan de hand, die opgetogen of triest vertrekken naar die plek waar hopelijk een nieuwe wereld voor hen opengaat.

Op die eerste ochtend ben ik paraat aan mijn deur om ze te begroeten en door te straat te zien trekken in hun splinternieuwe of oude kleren met hun rugzakken of tassen. De kleinsten jengelend aan de hand van een ouder, de jongeren die algauw wat vrienden tegenkomen.

foto Herman Baert

En die ene die wat angstig en alleen door de straat jakkert in de hoop nog net op tijd te komen. Vooral die eenling houdt me bezig: hoe zal het zijn wanneer hij straks in een groep op gaat. Zal hij zich thuis voelen, zal hij zich beter thuis voelen op school dan daar waar allerlei zorgen liggen. Of zal hij de zorgen meenemen in zijn rugzak of erger nog in zijn hoofd zodat er bijna geen plaats is om nog iets bij te leren. Krijgt hij straks te lezen dat x beter zijn best moet doen, zich beter moet inzetten of dat het anders niet zal lukken. Wie zal begrijpen dat zijn leven veel ingewikkelder is en dat huiswerk maken bijzaak is in zijn leven. Ja aan wie kan hij dat vertellen? Zullen zijn klasgenoten hem nog net als vorig jaar ‘die rare’ noemen, hem daarmee pesten? Alsof zijn leven al niet moeilijk genoeg is.  Zal hij vanavond alleen zijn boeken kaften of ook nog deze van de zussen en broers? Zal er hoe dan ook wel kaftpapier zijn wanneer hij de tafel heeft afgeruimd en de afwas heeft gedaan. Het zal laat zijn wanneer hij klaar is en morgenvroeg zal hij opnieuw door de straat jakkeren in de hoop toch nog op tijd te zijn na alle ochtendwerk en hopen geen straf te krijgen.

Ja die ene die baart mij zorgen en ik hoop vurig dat iemand zijn bleke zenuwachtigheid zal opmerken en zich over hem zal ontfermen. Dan is er kans dat het goed komt met hem. Anders vrees ik is hij een vogel voor de kat.

En ik vraag mij af lezer of wij, die aan de kant van de weg staan, niet op één of andere manier het signaal moeten geven dat je het soms al van op straat kunt zien dat er iets misgaat in en met iemands leven. Maar wie zal ons geloven?

 

 Mvg

Frauke J.

Comment