Comment

Frauke J. brief 127: Komkommertijd: warm, warmer warmst en hoe dit het nieuws overheerste

Beste Lezer,

 

Komkommertijd, dus blijkbaar weinig nieuws onder de verschroeiende zon.

Maar onze media hebben daar iets op gevonden: waar het weer normaal gezien in de dagelijkse omgang onderwerp van gesprek is, beheerst het nu al dagenlang het nieuws:

 

Wie nu nog niet weet dat het brandt in grote bossige delen van Europa,

zal het nooit weten.

Wie nu nog niet weet dat ook hier gevaar loert,

loopt met oordoppen in.

Wie nu nog niet weet hoe je je huis of appartement zo koel als haalbaar kunt houden,

schuilt wellicht al weken in zijn kelder.

Wie nu nog niet weet dat je best geen 100 km stapt in deze verzengende hitte,

zal het nooit weten.

Wie nu nog niet weet dat het best is je hoofd koel te houden of minstens te bedekken,

heeft de voorbije weken in coma gelegen.

Wie nu nog niet weet dat je veel water moet drinken,

ligt wellicht met hoofdpijn in bed.

Wie nu nog niet weet dat de groenten verschroeien op de akkers, en dat het fruit verbrandt,

zal het nooit weten.

Wie nu nog niet weet dat de rivieren onbevaarbaar dreigen te worden, zo niet al zijn,

verbleef met het hoofd in de wolken.

Wie nu nog niet weet dat wij dat straks in onze geldbeugel zullen voelen,

zal het hoe dan ook voelen.

Wie nu nog niet weet dat geheel Europa kreunt onder de hitte,

zal het nooit weten.

 

De problemen in Afrika, Indië, Libanon, Oekraïne…dat is klein bier vergeleken bij onze droogteproblemen, bij de stand van ons grondwater, bij de beknotting van onze vrijheden, door, alweer, deze vervelende toestand.

Gelukkig wordt er af en toe een expert bijgehaald die ons iets wijzer maakt over het ruimere klimaatprobleem.

Gelukkig is er af en toe iemand die met een open blik naar de toekomst kijkt, naar wat er zal gebeuren wanneer we nu niet ingrijpen.

Gelukkig is er hier en daar een vindingrijke medemens die creatief genoeg is om zich voor te bereiden op de toekomst.

 

Gelukkig maar - want anders bleven we alleen maar staren naar dat verharde uitgedroogde veld, naar onze eigen oogst, of naar onze navel.

 

Mvg,

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Fraukebrief 126 : Kennismaking met Meneer Jemand

Beste Lezer,

 

Ik heb groot nieuws: lang dacht ik de enige te zijn die nog aan de deur op de uitkijk staat en een praatje maakt met mensen, maar niks is minder waar! Onlangs logeerde ik in een andere stad. Ik wandelde door een nauw straatje waar slechts één auto en één voetganger tegelijk door kunnen en daar zag ik mijn mannelijke evenknie. Hij had het werkelijk gezellig gemaakt met een tafeltje voor twee en een tas koffie, de poes zat rustig in het deurgat en hield alles in het snotje. Regelmatig passeerde een auto maar dat kon de man niet deren, hij dronk rustig zijn koffietje in de zon. Verbaasd vroeg ik hem of hij geen schrik had dat de poes onder een auto zou belanden, toen ik prompt mezelf tegen de gevel moest drukken omdat een vrachtwagen het straatje in manoevreerde. De man was er gerust in en had alle vertrouwen in zijn kat. ‘Ze kent het verkeer beter dan wij! En ze gaat hoogstens tot het eind van de straat’, zei hij, ‘en door mijn kat leer ik bijzonder veel mensen kennen’. Een wijsheid waar ik zelf nog niet opgekomen was.

In de loop van ons gesprek begreep ik dat het allemaal was begonnen tijdens een lange ziekte. Die weken, maanden was de man veel alleen en een tuin had hij niet.

‘Ik ben begonnen met mijn deur open te zetten, en toen ik weer wat op de been was ging ik af en toe in het deurgat zitten en nu ik beter ben maak ik hier mijn eigen terras.’ ‘Er komen hier dagelijks verdwaalde reizigers langs en intussen ben ik een volleerde stadsgids, ik vertel allerlei bijzonderheden over de stad die ze nergens anders te horen krijgen. Maar het eerste gespreksonderwerp is altijd mijn kat.’

Ik bedacht dat het een bijzonder slimme manier was om de eenzaamheid te doorbreken en contacten te leggen in een stad.

Misschien wordt het stilaan tijd dat ik ook een kat houd, bedacht ik.

Het dier zat vadsig in het deurgat en liet zich gewillig fotograferen door verloren gelopen toeristen.

 

Mvg

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 125 : Openbaar vervoer: De trein (vervolg)

Beste lezer,

Ook al lijkt tien jaar een eeuwigheid en weten we niet hoe het land er tegen die tijd uitziet: laten we alvast de koe bij de horens vatten (of op de trein springen), en ijverig meedenken met de NMBS over het nieuwe beleidsplan. De trein moet nu éénmaal blijven rijden,  hoe meer des te beter.

Laat ons beginnen met het zoeken naar treinbestuurders, daar hebben jij en ik meteen baat bij.

We boren enkele stevige bronnen aan: je kunt ze niet op je vingers tellen, de mannen die op hun zolder of in de kelder, tot in het kleinste detail, hele treinwerelden bouwen. Ik heb me altijd al afgevraagd of het de gemiste grote droom is van die bricoleurs om zelf een trein te mogen besturen. Hetzelfde met de mensen die oude treinen opnieuw op de rails proberen te krijgen en het nostalgiespoor berijden.

Een aantal maanden geleden las ik dat ook meer en meer vrouwen kiezen voor een job bij het spoor. Ze zijn dan meestal rangeerder of begeleider, maar er zijn beslist ook heel wat vrouwen die voor bestuurder willen  kiezen.

En een derde bron die voor de hand ligt: ik zie veel mensen van kleur als reiziger maar weinig of niet als personeelsleden. Wel zijn er veel taxichauffeurs met andere roots, zouden sommigen niet ook graag een trein besturen? Geef al die mensen een degelijke opleiding en voilà: deze klus is bijna geklaard.

Dan is er nog het station als veilige ontmoetende ruimte.

Laat ons beginnen met de vraag in welk soort station wij ons thuis zouden kunnen voelen.

Wie of wat maakt een station levendig en biedt een gevoel van veiligheid? Juist, mensen.

Om te kunnen ontmoeten moeten er mensen zijn. Nu is de moeilijkheid dat de reizigers zelf meestal slechts luttele tijd in een station blijven, tenzij de trein vertraging heeft. Dit laatste kan echter zeker niet de bedoeling zijn van een goed werkende NMBS.

Belangrijk is dus dat er ook mensen zijn die daar hun vaste standplaats hebben en een service verlenen.

Niets is immers ongezelliger dan een station met alleen maar kastjes in de muur. Enkele loketten openhouden waar iemand je kan voorthelpen met tickets, je wegwijs maakt in de stationsdoolhof, je vraag of klacht kan noteren: dat lijkt me geen overbodige luxe. Basisvoorzieningen, zoals toiletten, open houden tot laat in de avond. Enkele personeelsleden die een oogje in het zeil houden om boertige reizigers tot de orde te roepen, zelfs buiten te zetten, en die onmiddellijk hulp kunnen inroepen lijkt me in deze tijden ook zinvol. Het hoeven geen agenten te zijn, want dan denk je aan gevaar, een vriendelijk opschrift: in de trant van ‘waarmee kan ik je helpen?’, ‘bij mij ben je veilig’ ..ik zeg maar iets: dat zou het veiligheidsgevoel bevorderen.

Dan zijn er nog de factoren levendigheid en ontmoeting. Ik zou beginnen met aangename wachtruimtes waarin naast de Metro ook wat magazines liggen en informatiebrochures over de plaats waar men zich bevindt. Graag een aangeklede wachtruimte met wat kleur of, waarom niet: af en toe een tentoonstelling. Ik hoorde ooit iemand zeggen dat schoonheid het beste in de mens naar boven haalt.

Stille hoekjes waar je een tukje kunt doen afgewisseld met gezellige praathoeken, kaarttafeltjes of schaakborden en tekenruimte voor de kleinen. En uiteraard is koffie en eten ook belangrijk. Geen uitgebreide maaltijden maar een lekker broodje of slaatje waar je slechts een beetje tijd voor nodig hebt. Ten onrechte denkt men vaak dat ontmoeting en veiligheid samengaan met luidruchtige constante muziek en videoschermen. Neen daar geloof ik niet in, maar af en toe een onverwachte act van dansers, muzikanten, koren, een comedian, goochelaar, clown etc.. kan het eentonige afroepen en aankondigen van treinen wel gezellig doorbreken.

Ziezo beste lezer en NMBS: gratis en voor niks wat inspiratie voor een nieuwe toekomst.

Ik ben benieuwd.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 124 : Openbaar vervoer: De trein

Beste Lezer,

Voor de overheid is het nu duidelijk: de NMBS moet beter doen.

Er ligt een nieuw beleidsplan op tafel dat in 2032 een feit moet zijn. Nu is 2032 nog wel een hele tijd; bij ons in de familie werd gezegd: “zo lang nog? Wie weet wiens hoofd zeer doet tegen die tijd.”

Maar laat ons eerlijk zijn: er is wel wat werk aan de winkel. Tenslotte heeft de NMBS nog maar net een 24-uursstaking achter de rug.

Nu we het openbaar vervoer stilaan weer meer gaan gebruiken is er onrust in de rangen. Er sputtert één en ander.

Net nu er treinen afgeschaft worden door een tekort aan personeel, spreekt men van een groter aanbod aan treinen.

Net nu men de treinreiziger er gewoon aan heeft gemaakt om ongeveer alles zelf te doen - van het nemen van een treinticket uit een machine tot en met, voor de volleerden, het digitaal bestellen en afprinten of scannen ervan- wil men van stations levendige en ontmoetende veilige ruimtes maken.

Beste lezer, loop eens even op een winter- of zelfs voorjaarsavond om 20.30u door een station: het is er doods, luguber stil. Meer nog: in de meeste stations kun je op die tijd niet eens meer naar het toilet (als er al één is). Ook op klaarlichte dag is er nog weinig reden om in het stationsgebouw te zijn: voor je ticket hoeft het niet meer en  daarbij is er zelfs in vrij grote stations nog maar één loket open. Ook een informatiebalie is nog zelden of helemaal niet te vinden. Indien er ergens in is geïnvesteerd, dan is het wel in de digitale informatieservice. Met de aaifoon in de hand ben je overal en meteen op de hoogte van de kleinste vertraging. Helaas, zonder internet of gsm ben je de klos. Jawel, er is werk aan de winkel. Ik geef toe dat ik die goede voornemens van het beleid met een korreltje zout neem.

Maar laten we niet kankeren en de zaak even opbouwend benaderen en meedenken. En dat doe ik graag in een volgende brief.

 Mvg,

 Frauke J.

Foto Herman Baert

Comment

Comment

Fraukebrief 123: ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig’: de zwakke weggebruiker.

Beste lezer,

Het is lang geleden, maar misschien herinner je je nog één van mijn eerste brieven waarin ik, fietster sinds jaar en dag, me plots zorgen begon te maken over al dat tweewielergerij op te smalle moordstroken. Laatst hoorde ik dat het aantal fietsongelukken drastisch is toegenomen, om over de step nog maar te zwijgen.

Triomfantelijk zou ik nu kunnen uithalen: ‘Zie je wel! Ik heb het lang geleden al gezegd’.

Maar neen, zo gemeen ben ik niet, of toch maar een beetje; waar meer mensen fietsen gebeuren meer ongelukken, dat was mijn eerste gedachte.

Wanneer ik echter tijdens het nieuws één of andere verkeersdeskundige hoor oreren ‘dat er meer ouderen met electrische fietsen rijden en deze mensen dus ook sneller rijden en vlugger iets breken’ als  verklaring voor bovenstaande - dan word ik furieus en vraag opnieuw: waar zijn we in godsnaam mee bezig?

Het is de rollen omdraaien! Inderdaad, er rijden meer ouderen electrisch, maar zelden zie ik ze in vliegende vaart door de straten sjezen. Onlangs zag ik op twee dagen tijd evenveel ongelukken: twee fietsers die tegen elkaar opbotsten en een voetganger die omver werd gereden op het zebrapad. En neen, het waren, op de voetganger na, geen ouderlingen.

Ik ben geen expert zoals die meneer op TV, maar wel een ervaringsdeskundige die dagelijks in het gewoel fietst. Nu er meer fietsers zijn is er  behoefte aan betere infrastructuur en meer verkeersregels voor fietsers. Kennis van het fietsreglement zou gekoppeld kunnen worden aan een fiets/stepbewijs, waarom niet.

Je rijdt bv.niet in de verkeerde richting op een fietspad, je stopt aan het zebrapad en laat de voetganger oversteken. Je doet niet alsof jij nu de koning(in) van de weg bent en al fietsend op het zebrapad oversteekt, je tikt niet aan je hoofd omdat iemand volgens jou te traag fietst etc…

Trouwens, ook aan dat fietsreglement mag behoorlijk wat gesleuteld worden: ik pleit voor maximum snelheden op smalle fietspaden, je zoeft met de auto toch ook niet door te nauwe straten. Over het inhalen en voorbijsteken valt ook wel wat te zeggen: inhalen met een bakfiets op een moordstrookje, bijvoorbeeld, is allesbehalve vanzelfsprekend. Fietsen met een mobieltje aan het oor: hoezo kan de fietser wat de autobestuurder niet kan? En traag fietsen is niet verboden.

En opleiding: het is een begin en zeker toe te juichen dat scholen er veel aan doen om kinderen goed te leren fietsen in het verkeer, maar volwassenen moeten eveneens dringend op rijles - en neen, ik heb het hier niet in de eerste plaats over de ouderen.

 

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 122 : ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig ‘ Entertainment in de wachtzaal

Beste Lezer,

 

Onlangs zat ik in de wachtzaal van een ziekenhuis in het gezelschap van een heleboel dames met een buikje, het ene al wat boller dan het andere.

Zelf ben ik die leeftijdsfase al een tijd voorbij, het belet echter niet dat je voor vrouwenzaken bij een gynaecoloog moet zijn. Op zich is dat geen bezoek om naar uit te kijken, de vrouwelijke lezers onder u weten waarover ik spreek.

Nu was het een tijd geleden dat ik daar nog in de wachtzaal had gezeten, en tot mijn verrassing hing er een groot tv-scherm en daarop was het volop autorally.

Indien er één sport is die mij niet interesseert dan is het wel rally, het schurend en snerpende geluid van de autobanden doet me naar het hoofd grijpen. Blijkbaar was ik niet de enige want een aantal dames zaten verveeld op hun IPhone te tokkelen.

Intussen vroeg ik me af wat al dat snerpen en scheuren op het circuit met de ongeboren foetussen doet. De prenatale ervaring: daar wordt in sommige kringen niet lacherig over gedaan(in andere dan weer wel). Mijn fantasie sloeg op hol en in het heftigst van de strijd stelde ik me voor hoe sommige ongeborenen zich nog meer oprolden in een poging de luide stressvolle wereld uit de cocon te houden.

En wellicht was er een andere die net gewekt werd door al dat lawaai en zo snel mogelijk wenste te ontsnappen. Dit laatste zou ik haast moeten gaan geloven want ik werd uit mijn fantasie gewekt door een onthaalbediende die kwam vertellen dat de verloskundige naar een bevalling was geroepen. Spontaan hoopte ik dat het geen vroeggeboorte zou worden. Intussen verschenen er soaps op het brede scherm en kreeg ik nog ruim de tijd om me de vraag te stellen: ‘waar zijn we in godsnaam mee bezig?’. Waarom meent men, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, patiënten te moeten entertainen met beelden en lawaai. Al eerder dacht ik daarover na in een wachtzaal voor patiënten met neurologische problemen. Amusementsmuziek  dreunde door de boxen en dat terwijl je overal leest dat klassieke muziek, of stilte, de hersenen tot rust brengt.

Hierbij een oproep aan alle ziekenhuizen en plaatsen overal te lande waar wachtzalen zijn: ban de beelden en amusementsmuziek en beperk het geluid tot het getik van de breipennen, naaldhakken, het omdraaien van een blad in krant of boek en het gefluister van wat stemmen.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J.brief 121: ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig?’(2) Het volkstribunaal

Beste lezer,

 

Een tijd geleden las ik in de krant dat een kunstenaar veroordeeld werd omwille van oneerbare praktijken op het werk.

Over de aanpak en werkwijze van de kunstenaar bleken de meningen verdeeld: voor sommigen was zijn aanpak eigen aan zijn manier van werken volgens anderen ging de kunstenaar behoorlijk over de schreef. Deze laatsten spanden een rechtszaak aan. De kunstenaar pleitte voor vrijspraak maar liep een veroordeling op. Het gerecht deed zijn werk en bepaalde een strafmaat.

We noemen dit de rechtsgang, daarvoor bestaan deze instituten. En zelf lezer geloof ik nog altijd in deze rechtsgang.

Het wordt echter link wanneer ‘het volk’ er zich buiten de rechtszaal ook mee gaat bemoeien.

In nieuwsuitzendingen hoorde ik onmiddellijk na de veroordeling een pleidooi voor het verwijderen van het werk van de kunstenaar.  Het koninklijk paleis, sommige gemeenten en andere instanties meenden zich te  moeten verantwoorden voor het behoud van de kunstwerken. Er was sprake van duiding bij de werken. Sommigen benoemden zichzelf tot aanzwengelaar van het publieke debat: moeten we het werk van veroordeelde kunstenaars weghalen?

Bij mij kwamen spontaan deze gedachten op: ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig’ en ‘Hoever zijn we nog verwijderd van de boekverbranding, het beroepsverbod, de steniging en de stokslagen?’

Het gerecht doet zijn werk over de al dan niet gepleegde wandaden van een persoon. De persoon krijgt daarvoor een straf opgelegd, daarvoor dient een rechtszaak toch?

Daarnaast is er het oeuvre van een kunstenaar. Zijn kunstwerken in het licht van de veroordeling van de persoon van de kunstenaar plots anders geworden?  ‘het kwaad zelve’?

In onze, zogenaamde, beschaafde samenleving geven we geen fysieke stokslagen, is er geen steniging we kiezen voor, zogenaamd, beschaafde vernederingen zoals het weghalen van werk of, om het anders te zeggen: de kunstenaar in de vergeetput dumpen. In het beste geval laten we het werk hangen en kiezen we voor de levenslange brandmerking van de kunstenaar door er een duiding bij te hangen. En wat wordt er dan op een bordje geschreven ?

Indien dit ‘het nieuwe normaal’ wordt stel ik voor dat er ook op de naamkaartjes van alle fraudeurs, belastingontduikers, beliegers, bedriegers , huichelaars etc…een duiding staat.

Wees dus op uw hoede want wie zei ook alweer: ‘wie zonder zonde is werpe de eerste steen.’

 

Mvg

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 120 : 'Waar zijn we in godsnaam mee bezig?'(1) Duurdere ouderenzorg.


Beste lezer,

 

De krant zorgt er met regelmaat voor dat mijn adrenalinepeil de hoogte in schiet.

Zo las ik onlangs dat de prijs voor het verblijf in een woonzorgcentrum zou stijgen. Enigszins cynisch, ik geef het toe, bedacht ik: ‘aha, straks moeten we dus ook meer betalen om rapper dood te gaan’. Mijn excuses lezer, maar de hoge sterftecijfers van de rusthuisbewoners in de heftigste coronatijd staan me nog scherp voor de geest.

Misschien denkt u nu: ‘ja maar ze waren heel oud’, ik ken echter behoorlijk wat heel oude mensen die thuis wonen en nog in leven zijn. Net zoals in een crèche of school is het samenbrengen van veel mensen in een woonzorgcentrum een broeihaard van infectie en virus.

Wat ik me ook nog van die tijd herinner is de belofte dat er nagedacht zou worden over andere vormen van wonen en zorgen voor de oude medemens.

Bovendien kwamen in de tussentijd ook enkele schandalen van verwaarlozing in de bejaardenzorg aan de oppervlakte, reden genoeg dus om daarover na te denken.  En toch kan men kennelijk niks anders bedenken dan het duurder maken van het verblijf.

Voor zover ik het begrepen heb gaat het dan niet over het bieden van meer kwaliteit, maar enkel en alleen over de oplopende verwarmingskosten. Het tekort aan personeel en zeker aan geschoold personeel blijft een heikel punt.

Alle respect, iedereen roeit met de riemen die hij heeft, ook al is dit er soms maar één en vaart het schip dus wankel.

Het is vooral het totale gebrek aan creatief denken over hoe omgaan met de oudere medemens dat ik godgeklaagd vind. In een ouder wordende bevolking is dit echt meer dan nodig.

We hebben het graag over ‘de snel veranderende samenleving’ en toch lijkt het alsof we de ouderen blijvend negeren, en inzake ouderenzorg de tijd stil blijft staan. Of blijven we ons behelpen met het letterlijk bepamperen, met het spelen van bingo en andere spelletjes?

En neen, het inschakelen van robots is niet het creatieve zoeken waar ik het over heb.

Is het vanzelfsprekend dat je in je plus tachtiger jaren opnieuw op internaat bent? Je met een troep (is verschillend van een groep) ouderlingen aan het ontbijt, middag- en avondmaal zit?

Sommigen vinden dit misschien prima, maar wat met de diepere vragen en behoeften: meer privacy, meer waardigheid en respect, de nood aan van nut zijn, zingeving, de behoefte aan echtgemeende waardering en uiteindelijk de liefdevolle zorg bij het afsluiten van het leven?

Of heb ik iets gemist en zijn er veelbelovende denkgroepen opgestart die zich over die vragen buigen? Is men al bezig met het uitwerken van co-housingexperimenten waarin ouderen ook een plaats krijgen? Is men al op zoek naar hoe de grote instituten opgesplitst kunnen worden in kleinere leefgemeenschappen?

Of zal het creatieve denkwerk van de ouderen zelf moeten komen?

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 119: Moeilijke woorden: ‘Woke’

Dag Lezer,

 

Het is alweer een tijd geleden. Al heb ik geen dwingende en dringende verplichtingen meer, toch glipt de tijd uit mijn handen. Een dag is zo voorbij.

En zoals de tijd me ontglipt gebeurt dat ook met de wereld rondom mij. Waarover ik u vandaag wil schrijven is morgen alweer achterhaald. Nieuwe vragen, moeilijkheden en zware thema’s zoals oorlog en vrede doemen plots op uit een lang geleden.

Maar vandaag wil ik me, samen met u, buigen over het woord: ‘woke’.

Ik kom het overal tegen: of het nu gaat over het al dan niet spreken over zwarte piet, de vraag of oude helden nog wel helden zijn en een standbeeld verdienen, of over het samenleven tussen mannen en vrouwen.

Ik ben het woord gaan opzoeken en ik las het volgende:

Woke staat voor ‘wakker’ zijn: alert op misstanden en problemen in de maatschappij, en het voorkomen van kwetsen van anderen. Wanneer ik dit zo lees, dan kan ik het daar alleen maar mee eens zijn. Ik pleit in zowat elke brief die ik u schrijf, direct of indirect, voor het belang van nadenken. Woorden en gedachten, die ons worden aangereikt, niet zomaar klakkeloos in de mond nemen: dat is mijn stokpaardje.

Eigenaardig genoeg heb ik dit ook met de inhoud die soms aan het woord ‘woke’ gegeven wordt: het klinkt vooruitstrevend, maar in de feiten krijg ik er nu en dan een eng gevoel bij.

Af en toe, wanneer ik de krant opensla, of het nieuws hoor of zie, maak ik me de bedenking : is dat nu allemaal niet wat overdreven, is de mensheid niet overgevoelig geworden? Ik aarzel om deze woorden luidop uit te spreken, uit schrik in een hoek geduwd te worden.

Zie je, het is net dit laatste wat mij wat verontrust, dat opgestoken vingertje: ‘je mag dit niet zeggen of schrijven, je mag dat niet doen of je komt in de verdomhoek terecht’.  Alert zijn is één ding, wat je ermee doet is nog iets anders. Het voelt soms onvrij aan: bang zijn om de verkeerde woorden te schrijven of te zeggen, want ook taal ligt erg gevoelig nu. Terwijl de vrijheid van het woord net zo belangrijk is!

Ik mijmer verder: misschien kom ik uit een andere tijd, een tijd waar love and peace, wellicht enigszins naïef maar zeker gul, omarmd werden? Misschien waren de oorlogen, om maar iets te zeggen, verder van ons bed, waardoor we vredig met Yoko Ono en John Lennon in een ‘bed-in’ konden duiken: samen met hen protesteren tegen de verre  Viëtnamoorlog.

Daarmee bedoel ik niet dat er geen mistoestanden waren: natuurlijk wel, waar mensen samenleven zijn er problemen. Dachten we niet na of waren we ruimdenkend? Waren we vergevingsgezind of laks?  Was het leven eenvoudiger of zagen wij het te simpel?  Wie zal het zeggen…maar het is zeker de moeite waard om over na te denken.

In deze sterk veranderende tijden zijn er zeer veel redenen om ‘woke’ te zijn, of was het woord daar niet voor bedoeld? Ik meen dat nadenken, alert zijn, zeker geen kwaad kan, liefst met een open geest en gevoel voor gedachtenuitwisselingen.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 118: de beste stuurlui en de wal: Wintermanifest (3)

Beste lezer,

Vorig jaar al heb ik je geschreven over al die mensen die midden de coronacrisis even komen zeggen wat beter had gekund en kan. Het jaar was nog maar net begonnen of er was al een nieuwe groep mensen die vond dat het anders moest. Allemaal knappe koppen van diverse pluimage, en ze hebben een manifest ondertekend. Intussen zijn er al die erop terugkomen of er aantekeningen bij maken. Ik vond het veelbelovend dat er werd gesproken over een open debat, en dat het niet de bedoeling was om de geschiedenis van gissen en missen te bekritiseren, maar ervan te leren. Een nieuw jaar: we leren bij. 

Dacht ik.

Maar in de loop van de voorbije weken en wat gesprekken hier en artikels daar leek het me een schot in het ijle. Je hoeft niet echt doorgeleerd te hebben om te weten dat een pleidooi voor een open debat niet begint met het spuien van kritiek en verwijten aan het adres van wie in het heetst van de strijd zijn nek heeft uitgestoken. Zoiets leidt algauw tot wrevel en ergernis, en zo geschiedde meteen tijdens de eerste tv-uitzending daarover. 

Foto H. Baert

Laat ik een voorbeeld geven uit mijn eigen buurt. Stel: een groepje bewoners neemt het initiatief om voor het eerst een buurtfeest te organiseren om elkaar beter te leren kennen. Het feest vindt plaats, en er zijn uiteraard wat beginnersfouten, maar grosso modo is het een geslaagd initiatief. Stel nu dat na het feest een ander groepje bewoners in elke bus een pamflet deponeert met daarop de boodschap: ‘…het was een goed initiatief…maar er was te weinig opkomst, er waren geen drankbonnekes, en waarom hebben die van nummers 20 tot 25 dat feest naar zich toegetrokken, waarom waren wij daar niet bij betrokken? Was er nog geld over en wat werd ermee gedaan’, en nog meer dergelijke verwijten en stille verdachtmakingen. En tot slot ‘Kunnen we eens gaan samenzitten om daar in alle rust over te praten?’

Geef toe, lezer, dat de zin om aan tafel te gaan zitten beperkt zal zijn. Ik vrees dat ‘in alle rust’ een vervelende vergadering wordt en dat wie zich aangevallen voelt terug zal slaan en zeer menselijk zal reageren door te zeggen: ‘Doe het zelf indien je het zoveel beter kunt’. 

Beter zou zijn, zowel in het wintermanifest als in het buurtinitiatief, om niet te starten met oordelen en veroordelen. Je kritiek eerst op papier zetten en verspreiden in de media, zoals bij het wintermanifest, is nog meer olie op het al smeulende vuur gooien. 

Waarom niet beginnen met samen zitten met alle betrokken partijen en een neutrale gespreksleider? Waarom niet starten met de vraag wat we van de voorbije periode kunnen leren en hoe we de toekomst gaan aanpakken? Laat die gespreksleider het geheel in goede banen leiden, gepreksregels afspreken en je krijgt een open debat. Vooraf is het belangrijk om na te gaan of de deelnemers geen verborgen agenda hebben, zoals bv. eigen belang, zelf macht verwerven, geldgewin, ruzie willen stoken, niet goed om kunnen met bepaalde mensen…. In het geval van de gehele covid19-saga is de kwalijkste verborgen agenda misschien wel: politieke macht verwerven. Soms kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat deze crisis misbruikt wordt om zieltjes te winnen bij het kiezerspotentieel, en oppositie te voeren. Dat lijkt me een heel kwalijke. De problemen van een buurtfeest oplossen is klein bier vergeleken bij de covidsaga.

 

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Ter herinnering: Hoe Frauke Jemand is ontstaan

In het jaar 2005 ontmoette ik, in een straat van de stad waar ik destijds regelmatig kwam, een vrouw. Ze stond in de deuropening en sprak mij aan.

De vrouw, laten we haar J noemen, had al een groot stuk leven achter de rug.

Ze wist veel over het reilen en zeilen in haar straat: ze kende bijna alle mensen die haar deur voorbijgingen bij naam. Over veel actuele thema’s had deze vrouw een uitgesproken mening. Ze had een mening over de politiek in eigen land en in de wereld.  Ze praatte over klein en groot nieuws, over goed en kwaad.

Veel mensen liepen haar achteloos voorbij, zodat het soms leek alsof ze tegen zichzelf praatte. Ik bedacht dat zij op haar manier een buurtwerkster, het geweten, de spiegel van haar straat, haar wijk en verder was.

Het stemde mij mismoedig dat deze vrouw geen stem, geen forum had om van zich te laten horen.

J. kreeg van mij een eigen leven als ‘Frauke Niemand’. Voor mij stond ze symbool voor de vele naamlozen in vele straten in nog meer steden.

 In 2011 startte ik het project Frauke Niemand.

 Frauke Niemand stuurde brieven naar kranten. Aangezien haar brieven nooit werden gepubliceerd in de krant kregen deze brieven een plaats in de tentoonstelling ‘Geënt’

(‘Geënt’ Klaas Verpoest&Chantal Sap 2011, Abdij van het park Heverlee)

In 2017 veranderde Frauke Niemand in Frauke Jemand (omdat een niemand ook een iemand is). Haar zoektocht naar ‘een stem’ in het publieke forum dit via muurkranten in de stad werd in een fotoinstallatie in beeld gebracht door Herman Baert( Tentoonstelling Lichtende kamers- Besloten hofjes Kruidtuin 2017).

Vanaf 2018 zette Frauke Jemand haar poging tot het verkrijgen van een stem in het publieke forum verder deze keer via brieven aan de lezer en foto’s van H.Baert. Het begon schuchter met hier een daar een lezer, intussen heeft Frauke J. (zoals we haar tegenwoordig noemen) een vast lezerspubliek en vele nieuwsgierigen die haar brieven willen lezen.

Ook in 2022 zal Frauke J. haar mening en mijmeringen niet onder stoelen of banken steken, zij het aan een iets rustiger tempo.

Chantal Sap

Comment

Comment

Frauke Jemand Brief 117: Nieuwjaarswens

Beste lezer,

 

Het nieuwe jaar is alweer een tijdje bezig en ik ben er nog niet toe gekomen om u een gelukkig nieuwjaar te wensen. De zachte temperaturen van de donkere dagen dreven mij, naar mijn voordeur om in het grijze licht de passanten een gelukkig nieuw jaar te wensen.

Het is hoopgevend om zien dat ondanks het feit dat alles, coronagewijs, bij het oude blijft, zelfs weer erger wordt, de mensheid toch vooral uit hoop bestaat. De meeste voorbijgangers wensen mij en elkaar alle goeds toe en net iets meer dan vroeger valt daar ook het woord ‘gezond’ tussen. Het verblijdt me.

Ik bedacht dat je echt niet ver moet lopen om de heiligen, de moedigen van deze tijd, tegen te komen: het is gewoon een kwestie van er oog voor te hebben.

Weer of geen weer, dagelijks maken twee ouderlingen hun wandeling door de straten van mijn buurt. Ze kennen doorheen al die jaren, vermoed ik, alle vaste bewoners tot dertig straten ver. Elk op hun manier zitten ze niet verlegen om een praatje, en ook mij slaan ze niet over.

Geduldig en routineus als zenmonniken doen ze elke dag hun ronde, meneer in de ochtend en mevrouw in de namiddag, en daarbij hebben ze hun ogen niet in de zakken: ‘dat het al begint te botten in de bomen’, ‘dat de nieuw aangeplante Japanse kerselaars dit jaar toch al bloei zullen hebben’ en ‘dat de winter al een eind opgeschoven is’. Over corona hebben ze ook hun eigen wijsheid: ‘dat de regels er zijn, maar dat je soms je gezond verstand moet gebruiken om niet te vereenzamen en nog iets van een leven te hebben’.

Maar hun toon blijft er toch vooral één van ‘geduld en dat het uiteindelijk allemaal goed komt’. Beste lezer: ik zou je naast deze oude wijzen ook nog wel met enkele jongere wijzen kunnen laten kennis maken, zelfs kinderen: ‘Ik moet nu ook een mondkapje’ zei er ééntje, ‘dat is een beetje lastig maar het heeft het voordeel dat je gezicht er warm van wordt’.

En zo hoorde ik nog wel meer lichtheid en diepzinnigheid in deze nieuwjaarsdagen.

Het maakt mij hoopvol.

Bij deze wens ik u, lezer, een hoopgevend 2022 en de nodige lichtheid om zwaarte te helpen dragen.

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemand Coronabrieven 116: ' Over de beste stuurlui en de wal'(3)

Beste Lezer,

Mijn schrijven aan u wordt vandaag begeleid door Sinterklaasliedjes. Ze komen van het plein hier iets verderop waar de Sint bij de jeugdbeweging zijn opwachting maakt.

Al die opgetogen kinderstemmetjes op deze grijze regendag, ze stemmen me vrolijk. Het maakt me blij dat er jongeren zijn die zonder veel poeha, ondanks nieuwe regelgevingen, hun zondagnamiddag opnieuw hebben vrijgemaakt om jonge en niet meer zo jonge kinderen een leuke namiddag te bezorgen.

Ze komen niet in het nieuws, al die stille burgers die zonder veel woorden proberen deze tijd goed door te komen. Niet de jeugdleiders die al hun creativiteit benutten om binnen de beperkende maatregelen oplossingen te zoeken en te vinden. Niet de vele mensen die al vooruitlopen op de aankomende kersttijd en licht brengen in hun vroeg donkere huizen.

Niet de oude man die dag na dag opnieuw zijn wandelroute door de straten loopt. Niet de familie die de buurt met grote affiches informeert dat ‘ons bobonne 90 wordt vandaag’. Niet de gezelfteste dame die elke dag het openbaar vervoer trotseert om haar pas geopereerde man bij te staan. Niet de zoon die elke zondag zijn alleenwonende vader bezoekt, nu al twee jaar lang.

Niet de oude vrienden die een lange wandeling plannen, welk weer het ook is, om het contact levendig te houden….Ik kan zo nog wel even doorgaan lezer, maar bij deze wilde ik je laten weten dat er toch een hoop stilzwijgenden met ons in dezelfde schuit blijven zitten.

Ze halen het avondnieuws niet, maar ze zijn er wel. Ze proberen te roeien met de riemen die ze hebben.

 

Mvg

Frauke J.

 

Ps: We zijn een week later de Sint alweer een eind ver !

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Coronabrieven 115 : ‘Over de beste stuurlui en de wal’(2)

Beste lezer,

Mij is het al een tijdje duidelijk: we zitten met zijn allen in dezelfde schuit, en dat voelt niet altijd comfortabel, want we waren het anders gewoon. In de beginfase, tijdens de lockdown, dacht ik dat we dit allemaal door hadden. Ik stond aan mijn deur en plots knikten onbekenden goeie dag, een stroom van solidariteit kwam op gang, er was muziek en respect voor de zorgverleners, er was zorg voor mekaar en familie- en andere banden werden aangehaald.

Intussen zijn we zoveel maanden verder en we zitten niet langer in één grote schuit: ik zie vele individuele bootjes rond dobberen in het ongewisse. Een echte uitweg uit het probleem is er nog niet. Het gemor in al die bootjes wordt luider, hoe meer boten hoe meer meningen, en meer en meer wordt het ieder voor zich. Wanneer er frustratie is zoeken we een een zondebok, en zoals dat gaat zijn diegenen die beslissingen nemen of advies geven de klos.

Dit laatse hoor ik nu wanneer ik aan mijn voordeur sta.

Mijn bescheiden mening is dat, wat men ook moge denken, niemand dit heeft gewild, niemand is blij met deze crisis: niet de zorgkundigen, niet de experten, niet de politici, niet de kappers, de cafébazen, de leraren, de politiemensen, de kinderen, de jongeren, de ouderen, werkgevers, werknemers, werklozen - het is niemands schuld. En zoals dat gaat bij elk groot malheur: iedereen lijdt.

Het is moeilijker om onze krachten te bundelen ipv ze te verdelen.

Dat vertel ik, aan mijn voordeur, tegen iedereen die er oor naar heeft.

Of met andere woorden: laat ons zoeken naar leefbaarheid ipv de klagende stuurlui aan de wal te zijn.

 

Mvg

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Coronabrieven 114: ‘De beste stuurlui en de wal’ (1)

Frauke Jemand Coronabrieven ‘De beste stuurlui en de wal’ (1)

 

Beste Lezer,


Ondanks het feit dat ik wat overvoerd ben met nieuwsuitzendingen over dit thema, kan ik het toch niet laten om sommige debatten te volgen waarin één of ander heet covidhangijzer op tafel ligt.

De formule is intussen bekend: er is een jounalist(e), die speelt moderator of ondervrager of rechter (soms alles tegelijk) en er zitten enkele panelleden op veilige afstand van elkaar. Het gaat over scholen open of niet, mondmaskers, covidsafeticket, vaccinatie … en ga zo maar door.

Er is altijd wel iets dat beter had gekund, sneller of trager, anders had gemoeten. Meningen te over en er is altijd wel iemand de klos. Ik moet dan denken aan al die mensen die zich dagelijks uit de naad werken om deze grillige pandemie het hoofd te bieden.

Soms vraag ik me af of de media niet opnieuw moeten afstemmen op de educatieve TV- en radioprogramma’s van weleer. Programma’s die ons iets bijleren over bv.: ‘Hoe te met geknotte takken en toch naar de hemel reiken? ‘ of ‘Waarom er niet op elke vraag een antwoord is’ of ‘Wat is vrijheid ?’, ‘Wat is verbondenheid?’. Programma’s die ons opnieuw met de voeten op de grond zetten in deze veranderende wereld, ipv blijvend op dezelfde nagels te kloppen.

Misschien biedt dit meer houvast en helpt het om onzekere tijden door te komen, en minder ondoordacht uit de nek te kletsen.

 Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Frauke Jemand Brief 113: Herfst in bijzondere tijden

Comment

Frauke Jemand Brief 113: Herfst in bijzondere tijden

Beste Lezer,

Het heeft een tijd geduurd, maar plots was de herfst daar.

Ik weet niet, lezer, hoe dat voor u voelt, maar ik hou van het najaar. Frisse ochtenden, wat nevel over de velden, een schuchtere bleke najaarszon die tussen de bomen straalt en in de avond blauwroze luchten.

Wat doet dit nieuwe seizoen met u, beste lezer? Mij zet het aan tot anders bezig zijn: ik maak stoofpotjes en ovenschotels i.p.v. slaatjes, ik hou van bladeren vegen en wandelen tussen de bladval. Ik hou van thuis zitten en gewikkeld in een dekentje een boek of krant lezen, ik hou van kijken naar de kleuren, het licht en mijmeren over leven in bijzondere tijden.

Een ochtend met de betovering van een prachtige zonneharp, waarin de bleke stralen wijd open waaieren, wekt niet enkel mijn  verwondering maar helaas ook nostalgie.

Hoelang nog, vraag ik me af, hoe lang kunnen we nog genieten van deze betovering, en is ook in de natuur de onttovering al niet een tijd bezig? Er gaat geen dag voorbij zonder hoofdstuk over het klimaat op de nieuwsagenda. ‘Zelfs een kind merkt het op’, hoorde ik onlangs een moeder over haar jonge spruit vertellen. Het kind verwonderde zich over de dorre bladeren die al in de zomer rond sommige bomen liggen.

Terwijl ik u deze brief schrijf kijk ik niet alleen uit op een herfstig bruinrood palet, maar ook op een boom die vol verdorde bladeren hangt.

Een kind merkt het op en toch komen die x-aantal (ik ben de tel kwijt) regeringen in ons land niet tot gezamenlijke afspraken om ons deel te doen t.a.v. de Europese klimaatmaatregelen.

Het is godgeklaagd!

Doorgaans ben ik een zachtaardig mens, maar deze onkunde maakt me kwaad. Ik begrijp goed dat jongeren, en meer en meer ook volwassenen, protesterend op straat komen om aan te klagen dat het allemaal te traag (of zelfs niet) gaat. Het is beschamend voor een land om op een klimaatconferentie te moeten aankondigen dat de eigen regeringen er niet in slagen akkoorden te sluiten. Waar is men in godsnaam mee bezig, vraag ik me af wanneer ik het spel van de zon en het ochtendlicht tussen de bomen gadesla.

Hoeveel mooier is dit dan het politieke spel! Misschien moet ik ‘luid protesteren’ ook op mijn to do lijst van deze herfst plaatsen. Intussen schrijf ik u alvast deze mijmerbrief.

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Brief 112: De huishoudhulp en haar rechten!

Beste Lezer,

Over de huishoudhulp ben ik nog niet uitgepraat! In vorige brief liet ik u weten dat er geen veranderingen op komst zijn. Recent bekommeren ministers zich niet zozeer over het loon maar wel over het welzijn en de veiligheid van de huishoudhulp. Het komt erop neer dat die het bij u mag aftrappen wanneer u haar/hem in een onveilige situatie brengt of zij/hij zich door u belaagd voelt.

Meer details zijn mij niet bekend. Een mooie gedachte vond ik, maar toen ik er dieper over nadacht leken deze straffe uitspraken eerder een dode mus.

Opkomen voor je recht is gemakkelijker gezegd dan gedaan wanneer je vele zogenaamde bazen hebt, en je op de onderste sport van de ladder staat: dan is het immers woord tegen woord.

Je moet al stevig in je schoenen staan om het in je eentje af te trappen. Wie zal je redden?

Dan is er nog deze kwestie: wat precies is een onveilige situatie, en wie zal dit in uw huis komen controleren? Ook dat is nog een raadsel.

Eén politica bestond het zelfs te zeggen dat een opdrachtgever die voor een dergelijke democratische prijs hulp krijgt de huishoudhulp niet slecht mag behandelen.

Pardon, democratische prijs of niet: is het niet altijd de bedoeling om elke dienstverlener, ja zelfs elke mens, respectvol te behandelen?

Opkomen voor het welzijn van de huishoudhulp betekent: haar/hem een degelijk loon betalen, opleiding en ondersteuning bieden vanuit de organisatie, opdrachtgevers duidelijk en klaar instrueren over de veiligheidsvoorschriften. En met terugwerkende kracht waardering (financiële en andere) tonen voor al die huishoudhulpen die in coronatijden in moeilijke omstandigheden zijn blijven doorwerken.

Veel gezaag en geklaag van en over al diegenen die niet konden werken maar één groot stilzwijgen over diegenen die dagelijks opnieuw in al die huishoudens paraat moesten staan.

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Brief 111: De huishoudhulp en haar inkomen!

Beste Lezer,

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: het is niet de eerste keer dat ik me druk maak over de rechten van de huishoudhulp.

En blijkbaar ben ik niet de enige: sinds kort wijden kranten brieven en zelfs heelder pagina’s aan het luttel inkomen van de huishoudhulp. Ook politiekers en professoren bekommeren zich om deze groep die inzake loon onderaan de ladder bengelt. Maar wordt er door al deze aandacht vooruitgang geboekt en hoelang blijft dit nieuws nieuws? Dat is nog maar de vraag.

Onlangs nog kwam het dienstenchequesysteem, waar vele huishoudhulpen aan vasthangen, opnieuw ter sprake, deze keer als een mogelijke besparingsmaatregel voor de Vlaamse regering. De kans bestond dat de dienstencheque duurder zou worden.

Een goede zaak, dacht ik, in de eerste plaats voor de huishoudhulp, en mooi meegenomen dat de regering een graantje meepikt. Dienstencheques zijn een prima uitvinding: op die manier wordt deze dienstverlening betaalbaar voor meer mensen en niet enkel voor mensen met een goed salaris. Goed ook dat de huishoudhulp zich niet langer in het zwartwerkcircuit moet begeven.

Het grote minpunt echter is het karig loontje waarvan de huishoudhulp moet rondkomen.

Wat ik nog altijd niet begrijp is waarom niemand op het idee komt om de dienstencheques te koppelen aan het inkomen. Waarom zou iemand die meer verdient niet meer betalen voor de verkregen huishoudelijke diensten, dit is toch redelijk?

Dit extra geld zou ten goede kunnen komen aan extra inkomen en bijscholing of ondersteuning van de huishoudhulp.

Groot was mijn teleurstelling toen bleek dat dit punt maar weer eens van de agenda werd afgevoerd, en alles dus bij het oude blijft.

Hoe komt dit toch, vroeg ik me af: zijn er hindernissen die mijn petje te boven gaan? Of is het gewoon een kwestie van politieke moed? Of beter gezegd: een gebrek aan politieke moed?

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 110 : Mijmeringen: ‘Kwetsbaren leren fietsen in het verkeer’

Beste Lezer,

Misschien zag u het ook in één van de journaals van de voorbije weken: een stad nam het lovenswaardige initiatief om kwetsbare kinderen te leren fietsen in het drukke verkeer.

Het bericht kwam net nadat twee zusjes jammerlijk werden overreden op een kruispunt.

Later die avond dacht ik nog na over dat woord :’kwetsbaren’

Wie zijn dat eigenlijk vroeg ik me af?

Kinderen zijn het wel zeker en of je dan onderscheid dient te maken in extra kwetsbare kinderen en minder kwetsbare is voor mij de vraag. Het zijn allemaal fragiele jonge wezens die zich door de drukte moeten begeven.

En zijn enkel kinderen kwetsbaar? Hoe meer verschillende voertuigen op het fietspad hoe groter de wet van de sterksten en die wet heerst nu ook op het fietspad.

Ik weet niet hoe het met u gesteld is lezer maar zelf beschouw ik me ook als een kwetsbare weggebruiker. Misschien willen sommige lezers mij nu de stempel kwetsbare oudere weggebruiker geven maar eigenlijk was ik nooit een behendige fietser, een verstrooide ook.. Herinnert u zich nog één van mijn eerste brieven waarin ik vertelde over mijn eerste fietstocht inclusief valpartij. Ik denk dat de trage niet zo vaardige fietser, jong-middelbaar of oud, vandaag ook erg kwetsbaar is. Probeer u maar te manoeuvreren tussen bakfiets, scooter, elektrische fiets en step om nog maar over de auto te zwijgen.

Is het dan de meest kwetsbare die lessen moet krijgen vroeg ik me vervolgens af? Ja mijmerde ik verder maar ook al die anderen hebben dringend lessen nodig. Ik pleit voor verkeerslessen met allerlei voertuigen op het parcours: de grote opdracht in de les is ‘hoe rekening houden met elkaar’. Dit zou een werkelijk boeiende uitdaging zijn. En neen we maken geen conflict vrije kruispunten omdat de wachttijd aan het rode licht te lang duurt. We leren de weggebruikers respect hebben voor elkaar en prioritair op die lijst staan de kinderen en alle andere kwetsbare weggebruikers. Gisteren nog probeerde ik, te voet ,over te steken op een plek aan het station waar geen zebrapaden zijn, het enige voertuig dat stopte voor de voetganger was een Scootmobiel. Ongelooflijk toch.

Foto Herman Baert

Foto Herman Baert

Er zijn landen waar een inbreuk tegen de zwakke weggebruiker niet alleen beboet wordt, het rijbewijs wordt ingetrokken tot de pleger verkeersles heeft genomen en zich heeft bijgeschoold. Een handige tip om ons conflict vrij samen in het verkeer te bewegen.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment