H.Hesse Brief 1 Leuven, eind februari 2018
Geachte Heer Hesse,
Neen, ik ontken het niet: liever dan u te schrijven had ik u graag ontmoet, aan een kleine ronde tafel in een bruin café. Eerst zouden de rookwalm en de te luide muziek een storende factor zijn maar ik vermoed dat de nacht vlug voorbij zou gaan, wegens zoveel te bespreken en te bediscussiëren.
Een lange brievencorrespondentie is nodig om mekaar in de volle diepte van uw werk te ontmoeten. Pas heel recent heb ik uw werk ‘werkelijk’ begrepen. Pas heel recent heb ik een vermoeden van wat achter uw woorden schuilgaat.
In de zestiger jaren vereerden velen u als schrijver–goeroe. Het had alles te maken met uw roman Siddharta waarin een jonge man een spirituele reis maakt. De reis die ook u naar Indië bracht in het begin van de twintigste eeuw, en de roman die daaruit voortvloeide, zijn echter slechts een fractie van uw werk. Uw oeuvre is een lange subtiele weg op zoek naar verlossing. Het is uw zelfgekozen moeilijke weg.
“Mijn dagelijks gebed is dat ik mijn eigen innerlijke wereld bewaar”, schrijft u.
Zelden is iemand zich zo sterk bewust van zijn werkelijke opdracht in het leven, een opdracht die voor u samenvalt met ‘het schrijverschap en het innerlijke leven’. In de strijd om authenticiteit puurt u de diepte van de ziel uit. U vindt zielsgenoten die in uw werk, al dan niet toevallig, uw pad kruisen. Trouw zijn aan zichzelf is al een aartsmoeilijke opgave; toch doet u een poging om daarin ook nog anderen te betrekken.
Bij een volgende gelegenheid wil ik daar dieper op ingaan.
U genegen,
Chantal Sap